Deze stad. Deze middelgrote kutstad. Hier heb je alles om te overleven: winkels, een ziekenhuis, een ROC – maar niets om het leuk te maken. Slechts een enkeling ontsnapt. Dat willen jullie al sinds de basisschool – maar het is alleen Sergei gelukt. Jullie hebben hem beloofd achter hem aan te komen – of hij zou jullie komen halen. Af en toe horen jullie nog iets van hem. Jullie zien hem nooit. Elkaar zien jullie ook steeds minder.
Junior: Zoon van de belangrijkste huisbaas in de stad. Op papier heb jij een ideale jeugd gehad. Geld zat en jouw ouders zijn nog bij elkaar. Als oudste zoon wordt verwacht dat jij het bedrijf overneemt. En wat je vader wil, gebeurt.
Orla: Er zijn twee opties voor een vrouw hier: getrouwde huisvrouw of alleenstaande moeder. Jij wilt geen van beide. Jouw moeder valt in de tweede categorie. Je had nooit tijd om te leren omdat je voor je jongere halfbroers en -zussen moest zorgen.
Elodie: Jij had kunnen vertrekken, toen de plaatselijke ondermaatse PABO fuseerde met die in een andere stad, maar je wilde jouw ouders niet achterlaten met jouw verslaafde broer. Ondanks dat iedereen onterecht denkt dat jij een enorme slet bent.
Björn: Technisch gezien was jij een tijdje ontsnapt: zes maanden in een gevangenis elders, voor jouw betrokkenheid bij een reeks inbraken. Nu sta je achter de bar, met de droom een eigen café te openen.
Sergei heeft jullie individueel een bericht gestuurd: hij komt je halen. Wacht op hem, vandaag, om zes uur ’s ochtends, bij het lege gebouwtje bij het spoor, waar jullie altijd rondhingen. Jullie hebben het hierover niet eerder met elkaar gehad, maar weten waarom iedereen hier is zodra jullie elkaar zien. Een voor een druppelen jullie binnen.
