Een fluitje ken geen kwaad.

Persoon 1, Persoon 2, jullie zijn twee metselaars en werken al jaren samen in de bouw. Wanneer er een mooie dame voorbij komt lopen fluiten jullie. Jullie vonden dat dit hoorde bij het hele bouw’circuit’. Maar met de huidige gesprekken en het wellicht strafbaar stellen van straatintimidatie komt jullie gesprek tijdens het werken hier toch eens op. Gaan jullie iets veranderen of niet?


Dat verkoopt als knakworstjes op witte bolletjes.

Persoon 1 en Persoon 2, jullie werken samen op een groot kantoor in Rotterdam. Jullie werken op dezelfde afdeling PR en zijn nogal plagerig-competitief. Graag troeven jullie elkaar af met jullie goede ideeën en hierdoor ontstaat er tussen jullie een symbiose; jullie houden elkaar scherp.

Persoon 2, vorige week heb jij, zonder dat Persoon 1 dat weet, hem afgeluisterd terwijl hij stond te overleggen met een andere collega in het magazijn. Jij hebt zijn masterplan voor een nieuwe reclame gehoord en je moet zeggen, die is wel erg sterk. Maar nu jij hiervan weet, kun je doen alsof het jouw idee was.  Hierdoor zal jullie ‘gelijkwaardige’ relatie wel veranderen. Je merkt dat dit idee je een vervelend gevoel geeft en twijfelt dan ook of je zijn masterplan voor je moet houden of moet doen alsof jij dit hebt bedacht.


Een mooie toekomst

Persoon 1, jij hebt geprobeerd de eindexamenlijsten te hacken om je cijfer op te schroeven. Helaas zijn ze hier op school achter gekomen en moet jij op gesprek komen. Persoon 2, jij bent de directeur van de school.



Geen contact

Jullie zijn broer/zus van elkaar, maar spreken elkaar al jaren niet meer. Jullie hebben vorige week een telefoontje gekregen van een buurvrouw van jullie moeder, met wie jullie al jaren vervreemd zijn.

De buurvrouw deelden jullie mee dat jullie moeder is overleden en al 4 maanden in het huis lag. Toen de buurt een aanhoudende lucht rook, heeft de buurvrouw de politie ingeschakeld.

Jullie lopen nu door het huis, een speciaal schoonmaakteam heeft het al onder handen genomen.



Ik zag je wel

Persoon 1, jij hebt de nare gewoonte om dingen te ontvreemden van het kantoor.

Persoon 2, jij hebt dit gezien en hebt hiervan als bewijs foto’s genomen. In plaats van persoon 1 aan te geven, ga jij deze foto’s gebruiken om dingen gedaan te krijgen bij persoon 1.

Jullie spreken elkaar het magazijn. Persoon 2, jij hebt zojuist de deur achter jullie op slot gedaan.



Maar je hebt toch alimentatie?

Jullie zijn getrouwd, hebben vier kinderen samen.

Persoon 1 jij bent lang geleden gestopt met werken om bij de kinderen te blijven. Je hebt met veel liefde voor ze gezorgd en het zijn nu vier gezonde pubers.

Persoon 2, jij bent lang geleden verliefd geworden op de secretaresse en hebt besloten om te scheiden van je partner.

Persoon 1, doordat jij een gat op je CV hebt, kom jij moeilijk aan werk en hoewel jullie nu een tijdje gescheiden zijn, kun jij geen eigen huis vinden.

Persoon 2, je wil gaan samen wonen met je nieuwe liefde, dat betekent dat persoon 1 met de kinderen uit huis zal moeten.


Oh zo vroom, maar intussen

Esther, jij bent een vrome jonkvrouw. Mannen van heel het land vragen om jouw hand, want je komt van een goede familie, bent welbespraakt en zult later een groot stuk land erven van jouw vader, mits je natuurlijk trouwt met de juiste echtgenoot.

Het probleem is, dat jij hopeloos verliefd bent op de nar, Kevin. Een die niet van adellijke familie komt en wiens taak het is om anderen aan het lachen te maken.

Kevin, jij weet nog van niets, maar jonkvrouw Esther heeft je verzocht om een privé-optreden te geven in haar vertrekken.