Persoon 1 en Persoon 2, jullie zijn allebei nonnen in een orthodox katholiek klooster.
Persoon 2, jij bent hier als kind zijnde al gekomen en Persoon 1, jij woont nu een jaar in het klooster. Jullie leven sober en houden een ritme aan van 8 uur werken, 8 uur bidden en zingen en 8 uur rust.
Persoon 1, Persoon 2 is jouw mentor en heeft jou al sinds het begin van je komst onder haar hoede genomen. Jullie hebben wekelijk mentor momentjes waarin jullie vrij zijn om zonder het oog van God te kunnen spreken. In jullie vorige mentormomentje kreeg jij het gevoel dat Persoon 2 hier als kind zijnde niet in vrije keus is gekomen. Hoewel de mentormomentjes vooral op jou gericht zijn, besluit jij bij aankomend mentormoment Persoon 2 hier eens naar te vragen.
Jullie zijn zussen en per toerbeurt dragen jullie de favoriete jurk van jullie overleden moeder. Hij is prachtig en jullie zijn er dol op. Toen jullie moeder overleed liet ze deze dus na aan jullie beiden. Ze schreef dat jullie hem elk jaar op haar verjaardag aan elkaar cadeau moeten doen. Zo hoopte ze dat jullie in contact zouden blijven en daar had ze helemaal gelijk in.
Jullie zijn beste vriendinnen geworden en spreken elkaar bijna dagelijks. Na 16 jaar geven jullie elkaar nog met veel plezier elkaar de jurk. Persoon 1 kreeg hem als eerst en vandaag mag persoon 2 hem weer aan haar teruggeven. Alleen, jullie wisten dat dit moment ging komen, de jurk is kapot gegaan en helaas dit keer onherstelbaar.
Persoon 1, jij bent laatst gevaccineerd en bent smoorverliefd geworden op de dame die jou vaccineerde. Je hebt op twitter berichten geplaatst en bent naarstig op zoek naar de prikkelende dame van jouw dromen.
Persoon 2, je wist al dat jouw zoon gekke obsessies had, maar deze slaat echt alles. Sinds de dag dat Persoon 1 zijn crush tegen de arm liep, heeft hij het over niets anders. Hij is echt obsessed.
Naast dat je dit zorgelijk en redelijk irritant vindt, weet jij wie de anonieme prikdame is. Je hebt haar namelijk opgespoord in de hoop dat er een liefde zou opbloeien en je eindelijk niet meer zou hoeven samen te wonen met je zoon. Je hebt de dame echt proberen te overtuigen, maar ze wil helaas niets met je zoon, maar vooral met jou niets meer te maken hebben.
Persoon 1, jouw dochter (persoon 2) is jaren geleden in het geheim naar Syrië vertrokken om zich aan te sluiten bij IS. Jarenlang hebben jullie alleen digitaal contact gehad en deze maand heeft Nederland je dochter en vier andere vrouwen, met hun kinderen, terug gehaald naar Nederland. Haar kinderen (jouw kleinkinderen) wonen bij jou in. Je hebt je ingeschreven voor het bezoekuur van de gevangenis.
Je mag zo dadelijk kort met je dochter bellen. De kinderen zijn niet mee, maar je hebt een brief van haar zoon bij je.