Slave to the Future

Julia, jij wilde afreizen naar het jaar 2345, maar daar aangekomen, lijkt er toch iets mis te zijn gegaan. Je bent aangekomen in het jaar 1545 en je bevindt je op een slavenschip. Arjen, jij bent slavenhandelaar en er bevindt zich ineens een witte vrouw op jouw schip.


Ik ben zo benieuwd naar hoe het voelt.

Persoon 1 en Persoon 2, jullie zijn allebei nonnen in een orthodox katholiek klooster.

Persoon 2, jij bent hier als kind zijnde al gekomen en Persoon 1, jij woont nu een jaar in het klooster. Jullie leven sober en houden een ritme aan van 8 uur werken, 8 uur bidden en zingen en 8 uur rust.

Persoon 1, Persoon 2 is jouw mentor en heeft jou al sinds het begin van je komst onder haar hoede genomen. Jullie hebben wekelijk mentor momentjes waarin jullie vrij zijn om zonder het oog van God te kunnen spreken. In jullie vorige mentormomentje kreeg jij het gevoel dat Persoon 2 hier als kind zijnde niet in vrije keus is gekomen. Hoewel de mentormomentjes vooral op jou gericht zijn, besluit jij bij aankomend mentormoment Persoon 2 hier eens naar te vragen.


Windhonden

Persoon 1: Jij bent rijk geworden door de rensport, met honden. Je hebt hier goud geld mee verdiend en bent hier zeer tevreden over.

Persoon 2, jij bent de pas aangetrouwde familie en walgt van de houding van persoon 1. Die telkens maar doet alsof hij de grootste prestatie heeft geleverd en daar rijk mee is geworden. Je bijt op je tong want je partner heeft je gevraagd om niets te zeggen, en heeft je gevraagd al helemaal niet te zeggen dat je het zielig vindt.


Rouw

Jullie zijn vrienden. Al een hele tijd. Persoon 1 is vorige maand diens partner kwijt geraakt door een misdrijf.

Persoon 2. Jij maakt je zorgen om persoon 1. Je hebt het gevoel dat persoon 1 door is gegaan na die vreselijk dag. Die is blijven werken en wil het er weinig over hebben. Je begrijpt dat rouw niet altijd hetzelfde gaat maar laatst zei persoon 1 iets wat je is bijgebleven.

Je besluit het gesprek aan te gaan.


Prikt Cupido ook raak?

Persoon 1, jij bent laatst gevaccineerd en bent smoorverliefd geworden op de dame die jou vaccineerde. Je hebt op twitter berichten geplaatst en bent naarstig op zoek naar de prikkelende dame van jouw dromen.

Persoon 2, je wist al dat jouw zoon gekke obsessies had, maar deze slaat echt alles. Sinds de dag dat Persoon 1 zijn crush tegen de arm liep, heeft hij het over niets anders. Hij is echt obsessed.

Naast dat je dit zorgelijk en redelijk irritant vindt, weet jij wie de anonieme prikdame is. Je hebt haar namelijk opgespoord in de hoop dat er een liefde zou opbloeien en je eindelijk niet meer zou hoeven samen te wonen met je zoon. Je hebt de dame echt proberen te overtuigen, maar ze wil helaas niets met je zoon, maar vooral met jou niets meer te maken hebben.


Jij krijgt mijn nier

Speler 2, jij wacht al 4 jaar op een donornier. Er zijn hier weinig van in Nederland. Nu is er een in het laboratorium een middel ontwikkeld waarmee er geen biologisch passende donor meer nodig is, omdat het lichaam door het middel het donororgaan sneller accepteert. Om aan dit onderzoek meer bekendheid te geven is er voor patiënten een ‘uitreiking’ waar Speler 1 zich voor ingeschreven hebt. Tijdens de loting ben jij het geworden en vandaag ontmoet jij speler 1 die één van zijn nieren afstaat voor dit goede doel.

Speler 1, jij staat overmorgen je nier af, maar wil eerst de gelukkige winnaar ontmoeten en jezelf verzekeren dat deze ook jouw nier wel verdient


Thunderst(r)uck

Jullie zijn een jong stel dat samen op vakantie is in Texas. Jullie hebben ondervonden dat vakanties de ultieme relatietest zijn en het is maar de vraag wat eerder ophoudt; jullie vakantie of de relatie.

Jullie staan voor de volgende uitdaging: jullie zijn vast komen te zitten in een hevige thunderstorm.

Persoon 1, jij zit achter het stuur maar durft op dit moment niet meer verder te rijden.

Persoon 2, jij zou wel verder willen rijden maar kunt de auto niet uit met het hevige onweer boven jullie. Er zit voor nu dan ook niets anders op dan wachten.


Ik zou wel willen weten waarom hij van die lelijke kunst maakte.

Persoon 1, jij moet binnenkort verhuizen naar een ander, kleiner huis. Je hebt veel van je dagelijkse spullen al ingepakt, maar weet dat de grootste klus nog moet komen; de zolder.

Hier ligt alles van jouw zoon opgeslagen, die tien jaar geleden door een auto-ongeluk om het leven is gekomen. Je weet dat je niet alles mee kunt nemen, maar vindt het moeilijk om te bepalen welke dingen weggaan en waar dan heen.

Je hebt je vriendin Persoon 2 gevraagd om te komen helpen bij het inpakken.

Persoon 2, Persoon 1 heeft jou van te voren gevraagd sterk, rigoureus en steunend te zijn bij deze opruimactie.


Ik zag je wel

Persoon 1, jij hebt de nare gewoonte om dingen te ontvreemden van het kantoor.

Persoon 2, jij hebt dit gezien en hebt hiervan als bewijs foto’s genomen. In plaats van persoon 1 aan te geven, ga jij deze foto’s gebruiken om dingen gedaan te krijgen bij persoon 1.

Jullie spreken elkaar het magazijn. Persoon 2, jij hebt zojuist de deur achter jullie op slot gedaan.


Wij hadden een afspraak!

Persoon 1 en Persoon 2, jullie kennen elkaar uit de gevangenis. Jullie hebben 5 jaar op dezelfde afdeling gezeten. Terwijl jullie samen jullie tijd uitzaten klikte het en begonnen jullie met plannen bedenken voor wanneer jullie vrij kwamen. Jullie wilden je leven beteren en gezamenlijk een kroeg opzetten.

Persoon 2, jij bent een week geleden vrij gekomen en vandaag zou ook Persoon 1 vrijkomen. Maar een recent onderzoek gooit roet in het eten; hieruit blijkt dat Persoon 1 al 3 jaar lang illegale spullen de gevangenis binnen smokkelde. Hij is op heterdaad betrapt en daardoor wordt zijn straf verlengd. Persoon 2, jij wist niets van deze handel en hebt hier ook niet aan meegewerkt.

Jullie ontmoeten elkaar tijdens het bezoekuur.