Rouw

Jullie zijn vrienden. Al een hele tijd. Persoon 1 is vorige maand diens partner kwijt geraakt door een misdrijf.

Persoon 2. Jij maakt je zorgen om persoon 1. Je hebt het gevoel dat persoon 1 door is gegaan na die vreselijk dag. Die is blijven werken en wil het er weinig over hebben. Je begrijpt dat rouw niet altijd hetzelfde gaat maar laatst zei persoon 1 iets wat je is bijgebleven.

Je besluit het gesprek aan te gaan.


Wat heb je nu weer in huis gehaald?

Persoon 1, jij hebt een grote liefde voor het afstruinen van tweedehands winkels.

Persoon 2, jij zou het niet als een grote liefde, maar als een verslaving benoemen. Jullie huis begint vol te raken met goedkope weckpotten, vazen, servies en andere prullaria. Tijdens de lockdown waren de winkels gesloten en zo ook de tweedehandswinkels. Sinds de afgelopen versoepelingen kun jij je hart weer ophalen.

Persoon 2, jij vindt dat de verzameling echt uit de hand begint te lopen en brengt geregeld spullen naar de tweedehands winkel achter de rug om van persoon 1. Dat er tijdens de lockdown niets bij kwam, vond jij heerlijk.

Zodadelijk komt persoon 1 met een nieuwe verzameling binnen, toevallig wat spullen waarvan persoon 1 kon zweren dat die uit haar/zijn eigen bezit kwamen.


eenheidstuin

Kevin, jij bent al een tijdje in een rare burensituatie terecht gekomen. Jij tuiniert graag en doet erg je best om de tuin zo mooi mogelijk te houden. Je bent het meest trots op je voortuin, tot je iets ging opvallen aan de tuin van je buurman. Die begon er namelijk steeds meer hetzelfde uit te gaan zien. Tot overmaat van ramp begonnen verschillende buren het ook op te vallen, maar in plaats van sympathie, gaven zij aan dat jij de na-aper was.

Gisteren vond je dat de maat vol was en zo heb je vannacht in de bescherming van het donker, de tuin van je buurman verwoest. Het is nu ochtend en je hoort geklop aan de deur.


Rapunsel

Persoon 1, jouw moeder heeft je voor de coronacrisis opgesloten in de hoop dat jij geen corona zou krijgen. Je zit hier nu al twee jaar en het heeft gewerkt: tot op heden heb jij geen corona gekregen. Maar ja, je leven is afschuwelijk. Je had lang niemand gezien totdat Persoon 2 daar in eens onder aan je toren staat.

Persoon 2, jij komt sinds die ene ontmoeting elke dag even langs. Jullie zijn dol op elkaar en fantaseren geregeld over een leven samen wanneer Corona weg is. Persoon 2, je probeert Persoon 1 al een tijd te overtuigen om los te breken uit de toren. Je wil graag nu al een leven met haar starten.

Wat Persoon 1 alleen niet weet is dat jij niet gevaccineerd bent.


Ik ben weer terug

Persoon 1, jouw dochter (persoon 2) is jaren geleden in het geheim naar Syrië vertrokken om zich aan te sluiten bij IS. Jarenlang hebben jullie alleen digitaal contact gehad en deze maand heeft Nederland je dochter en vier andere vrouwen, met hun kinderen, terug gehaald naar Nederland. Haar kinderen (jouw kleinkinderen) wonen bij jou in. Je hebt je ingeschreven voor het bezoekuur van de gevangenis.

Je mag zo dadelijk kort met je dochter bellen. De kinderen zijn niet mee, maar je hebt een brief van haar zoon bij je.


Een kopje koffie

Speler 1, jij bent tijdens een vermoeiende werkdag achter het stuur in slaap gevallen. Tot jouw grote afschuw stak het zoontje van speler 2 net op dat moment over. Hij werd geraakt door jouw auto. De buurtbewoners waren er gelukkig snel bij en een ambulance was snel te plaatsen. Het zoontje van speler 2 ligt op dit moment in het ziekenhuis.

Speler 2, jij hebt om een gesprek met speler 1 gevraagd. Jullie ontmoeten elkaar in het restaurant van het ziekenhuis.



Alleenstaand

Persoon A. jij bent een alleenstaande ouder van 2 volwassen kinderen. Beide kinderen zijn al het huis uit. Je hebt een groot geheim, niet alleen voor hen, maar voor iedereen in jouw omgeving; jij bent erotisch masseur. Je begint zo dadelijk aan je eerste afspraak, iemand die voor het eerst komt. Bij binnenkomst zie je al snel dat het een bekende van je is.



Slave to the Future

Julia, jij wilde afreizen naar het jaar 2345, maar daar aangekomen, lijkt er toch iets mis te zijn gegaan. Je bent aangekomen in het jaar 1545 en je bevindt je op een slavenschip. Arjen, jij bent slavenhandelaar en er bevindt zich ineens een witte vrouw op jouw schip.