Persoon 1: Jij bent gelukkig getrouwd, al een hele tijd. Er is alleen één nadeeltje; jij wil graag je verjaardag vieren, maar je partner wil hier telkens niet zo veel aandacht aan geven.
Persoon 2: Jij hebt al een tijd een groot geheim voor je partner, iets waar je liever niet open over bent want je krijgt er vaak vervelende reacties over; jouw ouders zijn allebei Jehova’s. Het vieren van verjaardagen, dat vind je niet iets om bij stil te staan. Je verrast je partner liever op andere momenten, zoals vandaag. Gewoon een dag, uit het niets.
Speler 1, jij bent juwelier. Je hebt al 8 jaar een eigen zaak waarin je sieraden verkoopt. De helft van jouw collectie bestaat uit sieraden die je zelf maakt.
Maar in deze 8 jaar heb jij al 7 inbraken gehad. Niet alle inbraken zijn even succesvol, soms lukt het de overvallers om maar een paar sieraden mee te nemen. Hoewel je geïnvesteerd hebt in dure beveiligingstechnieken, kom je er zo bij het openen achter dat er weer een overval heeft plaats gevonden.
Speler 2, jij hebt vannacht een groot deel van de collectie mee genomen, maar zit vol berouw. Je speelt met de gedachte op de buit terug te brengen en besluit daarom een bezoekje te brengen aan de juwelier.
One way or another – Blondie
Nynke, na een huwelijk vol tumult heb jij gekozen om weg te gaan bij jouw man, de vader van Julia. Jullie hebben geen contact meer en zitten in een vechtscheiding. Julia heeft het daar erg moeilijk mee, met name omdat jij niet wil dat zij hem ziet. Jullie hebben er veel ruzies over en je hebt haar zojuist in volle woede naar haar kamer gestuurd.
Je hebt er even over na kunnen denken en begrijpt dat de situatie voor Julia ook heel moeilijk is. Je besluit het goed te maken, een goed gesprek te hebben en hebt iets speciaals voor haar meegenomen. Julia, jij hebt in die tijd een rugzak vol spullen gepakt en wil net uit het slaapkamerraam klimmen wanneer de deur van je kamer open gaat.
Julia, jij wilde afreizen naar het jaar 2345, maar daar aangekomen, lijkt er toch iets mis te zijn gegaan. Je bent aangekomen in het jaar 1545 en je bevindt je op een slavenschip. Arjen, jij bent slavenhandelaar en er bevindt zich ineens een witte vrouw op jouw schip.
Persoon 1, jij moet binnenkort verhuizen naar een ander, kleiner huis. Je hebt veel van je dagelijkse spullen al ingepakt, maar weet dat de grootste klus nog moet komen; de zolder.
Hier ligt alles van jouw zoon opgeslagen, die tien jaar geleden door een auto-ongeluk om het leven is gekomen. Je weet dat je niet alles mee kunt nemen, maar vindt het moeilijk om te bepalen welke dingen weggaan en waar dan heen.
Je hebt je vriendin Persoon 2 gevraagd om te komen helpen bij het inpakken.
Persoon 2, Persoon 1 heeft jou van te voren gevraagd sterk, rigoureus en steunend te zijn bij deze opruimactie.
Persoon 1 en Persoon 2, jullie zijn allebei nonnen in een orthodox katholiek klooster.
Persoon 2, jij bent hier als kind zijnde al gekomen en Persoon 1, jij woont nu een jaar in het klooster. Jullie leven sober en houden een ritme aan van 8 uur werken, 8 uur bidden en zingen en 8 uur rust.
Persoon 1, Persoon 2 is jouw mentor en heeft jou al sinds het begin van je komst onder haar hoede genomen. Jullie hebben wekelijk mentor momentjes waarin jullie vrij zijn om zonder het oog van God te kunnen spreken. In jullie vorige mentormomentje kreeg jij het gevoel dat Persoon 2 hier als kind zijnde niet in vrije keus is gekomen. Hoewel de mentormomentjes vooral op jou gericht zijn, besluit jij bij aankomend mentormoment Persoon 2 hier eens naar te vragen.
Persoon 1: Jij bent gelukkig getrouwd, al een hele tijd. Er is alleen één nadeeltje; je partner appt niet gelijk terug. Jij moet soms minuten, kwartieren wachten op een antwoord op jouw gifjes en berichten. Jij hebt al eerder aangegeven dat je dit vervelend vindt. Maar vandaag moest je wel anderhalf uur wachten.
Je besluit Het te bespreken.
Arjen, jij bent nu al een tijdje verslaafd aan heroïne, steelt waar je kan en zwerft rond op straat. Kevin, jij hebt Arjen zojuist opgepakt vanwege verschillende misstanden. Wanneer je die naar het ID vraagt, blijk je Arjen te kennen. Het is de pestkop die jou vroeger vaak te pakken nam.
Ouder en kind.
Ouder, jij zit al een tijdje thuis met een burnout. Je bent van de een op de andere dag afgeknapt op het werk en hebt nu moeite met je energie op pijl houden.
Kind, jij woont bij jouw ouder in en hebt de leeftijd om uit huis te gaan. Je had hier plannen voor maar toen jouw ouder thuis kwam te zitten heb je deze plannen op de langere baan gezet.
Je stoort je al een tijdje aan de rommel in jullie huis en vandaag trek je het echt niet meer.
Persoon 1, je werkt als gastspreker bij veel grote bedrijven. Tijdens jouw werk spreek jij op verschillende evenementen en wordt jouw verblijf en eten betaald door het bedrijf dat jou inhuurt. Je goede vriendin Persoon 2 heeft het niet breed en daarom nam je haar geregeld mee wanneer je weg ging voor je werk.
Persoon 2, jij keek altijd op van deze luxe, de heerlijk ontbijtjes en extravagante diners. Als bedankje hiervoor heb jij, als verrassing Persoon 1 op een uitje getrakteerd. Jullie hebben gisteren lekker gewandeld, een klein patatje gegeten en vannacht verbleven jullie in een simpel hotelletje.
Persoon 1, dit alles was onder jouw standaarden, het eten was simpel, er sliep een drugsbende boven jullie en je hebt de hele nacht geen oog dicht gedaan.
Als overmaat van ramp, blijkt het ontbijt te bestaan uit een simpel beschuitje met wat verlepte aardbeien. Je bent ‘not amused’. Jullie lopen het hotel uit om nog een dagje te wandelen. Je worstelt met de gedachte om Persoon 2 niet nog eens mee te nemen op een werktripje.