Neem F%#$%%cking gewoon een stukje bast

A en B, dit is jullie vierde trainingsweek in Estland, als vrijwilliger vanuit Nederland in het vrijwilligersleger van Estland. De training is hard, vet en jullie weten dat jullie hier op je plek zijn.

Gisteren hadden jullie een dag voor jezelf. Geen training of appèl. Rondlopen, praten met jullie Estse collega’s, genieten. Genieten van hún wodka. En ijswakken.

A, jij bent meerdere keren een ijswak in gesprongen om daarna op te warmen in het stookhok. Je bent hierheen meegegaan om B, om jullie eeuwenoude vriendschap, en nu je weet dat je tot het uiterste zal gaan om Europa te verdedigen..

B, tot gisteren wist je zeker dat je de juiste beslissing had genomen door samen met A hierheen te komen. Nu weet je het niet meer. A zie je smetteloos opgaan in de groep van vechters, en jij staat er buiten. Je denkt er over om na de training definitief terug te gaan naar Nederland, maar die koppijn, die enorme koppijn na de kutwodka van gister…


Dag boek

A, jij bent schrijver van beroep. Je timmert leuk aan de weg, doet t al jaren goed met fictie en soms wat non-fictie. Geen Literatuurprijs of knallende verkoopcijfers, en juist daarmee ben jij wel content. Zo kan jij creeeren zoals het uit jouw brein stroomt. Dat werkt, meestal.
B, jij schrijft dag-in, dag-uit je dagboek vol. Al jaren giet jij jouw zieleroerselen in dat ene cachet. Vorige week is er bij jou ingebroken. Je trof jouw huis kaal aan, alles weg. Erger dan dat; jouw schrijfboek was weg. (Dag boek)

A en B, als een soort ouder en kind zijn jullie al jaren het hart van DE SCHRIJVERSvereniging van Deventer. A’s gerenomeerdheid en B’s drive binden deze fanatieke club schrijvers. Vanavond moeten jullie een plan maken voor een televisieuitzending bij Eus’boekenclub in ‘t Burgerweeshuis.


Nee, niet mijn paspoort

X en Y, jullie werken al twintig jaar samen bij de bieb. Vorige week is bekend geworden dat een deel van de personeelsdossiers van de bibliotheek zijn gehacked.

X, als techneut weet jij hier meer van.

Y, jij bent een van de gedupeerde collega’s waarvan alle gegevens op straat ligt.


Langzaam succes

A, jij bent een doorgewinterde politicus van het zuiverste soort én luis in de pels van De Tweede Kamer. Maar de jonge generatie, onder leiding van B, maakt je steeds vaker openlijk belachelijk. Na de aftrap van het nieuwe parlementaire jaar sta je nu, duurzaam als altijd, op de bus te wachten. Naast B.


Code oranje

Ja lekker, daar sta je dan Xx, met je gepakte koffers op “Deventer Centraal”. Op weg naar je droombestemming. En zojuist is er omgeroepen dat er geen enkele trein meer rijdt door de opkomende storm. Niks. Code oranje. Flink geïrriteerd been je af op de eerste geüniformeerde perronist die je ziet om je verhaal te halen.

Yy, als NS-perronist heb je het vandaag wel helemaal gehad. Al die reizigers die niet het nieuws volgen en jou vervolgens de huid vol schelden nu echt de treinen niet meer rijden. Duh, KNMI en NS hebben hier ruim bijtijds voor gewaarschuwd. Tig keer. Aargh, nu komt er weer zo’n opgefokte idioot op je af.

Xx, je gaat wijdbeens voor die blonde NS-dame staan om los te gaan. En dán herken je haar. Zij was jouw eerste liefde. Middelbare school.

Yy, je ziet deze klant op je af komen. En je ziet… Oh nee, nee, niet díe gast, die ken je nog van vroegguh…


Vuurtje blussen

A en B, jullie zijn een brandweerstelletje.

A, jij bent een fanatieke sporter die bijna dagelijks traint in de sportschool, of in jullie eigen huis-gym boven.

B, na een aantal incidenten ben jij het wat rustiger aan gaan doen en dat bevalt wel. Jullie hebben vorige week een trainingsvakantie in Noorwegen geboekt. 

Jullie vertrekken morgen. 


Buurtsuper

De Buurtsuper – Andre van Duin

B en D, twee weken geleden hebben jullie elkaar ontmoet in de laatste overnachtingshut van een trektocht in de Alpen, beide met gezin. In zo’n overnachtingshut is het regel om elkaar te helpen “er door te komen”, dus waar mogelijk samen koken, boel opruimen en voorbereiden voor de volgende tocht.

B, jij bent een routineer, jouw ervaring en discipline heb jij dan ook goed doorgegeven aan de rest van je gezin.
D, dit was een impulsreis van jullie drie, vol passie (letterlijk) en nieuwe ervaringen om jullie leven heel rijk te maken.

Het vertrek van beide gezinnen voor de laatste etappe vanaf de laatste trekhut zullen jullie nooit vergeten.

D en B, het is nu twee weken later. En jullie lopen elkaar letterlijk tegen het lijf in jullie eigen – dezelfde – buurtsuper.


Ja, een hobby

Jullie wonen samen op een leuke bovenwoning. Bovendien hebben jullie op loopafstand een heerlijke volkstuin. En nu heeft een van jullie een nestje schattige jonge katten.

A, jij bent nooit zo’n dierenvriend geweest, maar hebt dat altijd voor je lief weten te verbergen.

B, jij weet dat dit is wat jij echt wilt: twee van die schattige kittens die altijd aan je zijde mee gaan naar je volkstuintje. 

Jullie komen net terug van een bezoek aan het nestje jonge katjes.


Lieve buurvrouw

A, jij bent de meest geliefde buurvrouw van de straat. Jij organiseert het jaarlijkse straatfeest, de bloemetjes voor de zieken en staat altijd klaar. Iedereen noemt jou ‘de sterke vrouw’. Zo heb je ook een langlopende band met je buren.

B, als zoon van de buurvrouw kom jij al jaren iedere week bij A over de vloer. Als inmiddels volwassen zoon van A’s buurvrouw, snap je nog steeds niet waarom jij nog altijd iedere week naar A gaat. Tot vanavond.


Op bezoek bij opa

Xxx en Yyy, jullie zijn vanaf jullie kinderjaren dikke maatjes. En sinds een aantal jaar bezoeken jullie samen Xxx’s super lieve opa. Dus ook vandaag. En vandaag zit hij weer op zijn praatstoel. Dit keer een verhaal over dat hij ooit een kraak heeft gezet (ja, ja, natuurlijk) en dat hij het geld van toen én de buitgemaakte juwelen nog altijd achterin het onderste laadje van de servieskast heeft liggen.

Hoogste tijd voor koffie en gebak. Jullie zijn de keuken in gegaan om verse koffie en gebak te pakken én natuurlijk om ff te grinniken om dit nieuwe verhaal.

Terug in opa’s huiskamer zit opa daar stil en grauw in zijn stoel naast de kast. Yyy, jij hebt zojuist opa’s pols gevoeld. Niks, die man is dood. Jullie kijken elkaar aan en denken hetzelfde: was zijn kraakverhaal een laatste biecht?