Rouw

Jullie zijn vrienden. Al een hele tijd. Persoon 1 is vorige maand diens partner kwijt geraakt door een misdrijf.

Persoon 2. Jij maakt je zorgen om persoon 1. Je hebt het gevoel dat persoon 1 door is gegaan na die vreselijk dag. Die is blijven werken en wil het er weinig over hebben. Je begrijpt dat rouw niet altijd hetzelfde gaat maar laatst zei persoon 1 iets wat je is bijgebleven.

Je besluit het gesprek aan te gaan.


Stab in the back

Jullie werken al jaren als collega’s samen. Samen hebben jullie een plan bedacht wat het bedrijf 10.000 euro’s oplevert. Dit hebben jullie aan de directeur overhandigd. Maar je collega heeft gedaan of het zijn idee is. 


Excentrieke vader

Jullie vader is een half jaar geleden overleden. Hij was een markant en excentriek figuur. Hij stond een beetje bekend als de dorpsgek, al was iedereen dol op hem.

Jullie stonden beiden duidelijk in zijn schaduw en moeten dan ook nu een beetje wennen aan het licht. Doordat jullie vader zoveel aandacht opeiste hebben jullie nooit veel aandacht voor elkaar gehad.

De laatste tijd hebben jullie meer gesprekken gevoerd dan ooit tevoren. Jullie moeten ook wel, want er is genoeg wat uitgezocht moet worden. Jullie doen het stap voor stap.

Vandaag is zijn verzameling kittige theekopjes aan de beurt.


Niet afmaken

Persoon 1: Jij bent ouder van drie kinderen. Twee die erg succesvol zijn en van persoon 2.

Persoon 2 heeft nu al vier studies achter de rug en elke keer komt hij er naar verloop van tijd achter dat het ’toch niet iets voor hem is’. Maar studie vijf lijkt het toch echt wel te zijn, hij houdt het al 2-en-een-half-jaar vol!

Persoon 2: Jij hebt vanavond afgesproken. De studie is toch niet echt iets voor je.


Het gaat zoals het gaat

Jullie zijn een arbeidersgezin. De partners zijn al 30 jaar samen. De ouders hebben altijd hard gewerkt. Hoewel de partners vanuit liefde bij elkaar zijn gekomen. Er zijn nog verhalen van dansavonden waarbij tot diep in de nacht duurde. Nu wordt er vooral naast elkaar wordt geleefd. Tenminste die indruk krijg jij, zoon of dochter.

De kostwinnaar zit in zijn stoel en zegt “ heb jij mijn bril gezien”. De partner staat op en pakt de bril en legt die voor haar partner neer met de woorden “die kun je toch ook zelf pakken”

zoon/dochter, jij gaat er wat van zeggen


Op therapeutische basis

Jullie zijn schoonzussen.

Suus, jij bent de vrouw van Frank. Je hebt een moeilijke jeugd gehad en nog jaren in de psychiatrie gezeten, maar bent daar uiteindelijk sterker uitgekomen. Je kunt je creativiteit kwijt in je werk als kunstenares. Door je schoonfamilie word je nog altijd gezien als het zorgenkindje. Je neemt je voor je niet meer zo te laten betuttelen.

Claire, je bent de zus van Frank. Het is je altijd voor de wind gegaan en je hebt een glansrijke carrière gemaakt in het bedrijfsleven. Je wordt geprezen om je assertiviteit en je doortastendheid. Je houdt van je familie inclusief aanhang, maar je kunt naast je drukke baan natuurlijk niet te veel tijd in ze investeren.

Jullie (schoon)moeder wordt binnenkort 70 jaar. Claire heeft Suus gevraagd om tijdens Claires lunchpauze bij het bedrijf langs te komen om iets te bespreken. Claire heeft namelijk een fantastisch idee voor het cadeau voor moeder; een portret, geschilderd door Suus. Suus heeft immers toch niet een échte baan en mag zich dan op therapeutische basis nuttig maken.


Op de werf

Jullie zijn op de werf aan het schuren aan jullie kajuitbootje waarmee je al 20 jaar over de Friese wateren hebt gevaren, heel veel met de kinderen, nu weer met z’n tweetjes. Jullie zien dat door het vele schuren het hout erg dun is geworden.

Jules: jou komt het varen je zo langzamerhand de neus uit. Je wilt met de trein naar Budapest, Kroatië, maakt niet uit. Desnoods alleen of met je zoon

Robin: jij hebt al een aanbetaling gedaan voor een nieuwe boot, alleen weet Jules dat nog niet


Heilstaat

Persoon 1 (vader/moeder): in de vroege jaren tachtig was jij universitair onderzoeker in West-Duitsland.  Op een dag hebben je partner en jij jullie kinderen halsoverkop meegenomen naar Oost-Duitsland, onder het mom van een dodelijk zieke oma. Bij het tankstation op de weg naar Berlijn bleken er echter Stasi-agenten te wachten en vertelden jullie het echte verhaal: jij was voor de DDR. Omdat jullie op het punt stonden gearresteerd te worden, zijn jullie naar Oost-Duitsland gevlucht.

Persoon twee (kind): jouw broer/zus was meerderjarig en kon dus op eigen houtje terug naar de BRD. Jij moest echter blijven en werd met je ouders DDR-burger. Je ouders beloofden je dat het daar het paradijs was, maar al snel realiseerde je, dat niets minder waar was. Je weet niet of je ouders hetzelfde dachten.
Lees verder “Heilstaat”


Geen contact

Jullie zijn broer/zus van elkaar, maar spreken elkaar al jaren niet meer. Jullie hebben vorige week een telefoontje gekregen van een buurvrouw van jullie moeder, met wie jullie al jaren vervreemd zijn.

De buurvrouw deelden jullie mee dat jullie moeder is overleden en al 4 maanden in het huis lag. Toen de buurt een aanhoudende lucht rook, heeft de buurvrouw de politie ingeschakeld.

Jullie lopen nu door het huis, een speciaal schoonmaakteam heeft het al onder handen genomen.


De wolf en het vierde geitje

A, jij bent de wolf. Je hebt het huisje van de zeven geitjes binnen weten te dringen met meel op je poten en ingeslikte zeep. You know the drill. De afgelopen 20 minuten ben je bezig geweest om 3 geitjes te verorberen.

B. Jij bent het vierde geitje dat op het menu staat. Je zit vastgebonden aan de verwarming, maar hebt al het grootste deel van het touw weten door te slijten.

Wolf, eigenlijk zit je al helemaal vol terwijl je op weer zo’n mekker afloopt. Wat is dit toch een zwaar leven.