Jullie zijn beiden werkzaam bij de universiteit van Nijmegen. Speler 1, jij bent de directeur van de universiteit. Speler 2, jij bent hoogleraar aan de universiteit.
Speler 2, jij hebt in een onbewaakt moment op een phishingmail geklikt en daarmee een virus binnengehaald. Er is een datalek ontstaan en er is gijzelsoftware geïnstalleerd. De directie is op zoek naar de ‘dader’ van dit datalek. Je hebt eerder het vermoeden laten ontstaan dat een concurrerende universiteit dit heeft geïnstalleerd.
Jules en Robin, jullie zitten allebei op een bankje bij de zandbak te kijken naar jullie kinderen.
Jullie raken aan de praat en kennen elkaar ergens van vroeger, maar komen er maar niet achter waar jullie elkaar van kennen. De roeivereniging? De jeugdsoos van de kerk?
Robin, jou begint zo langzamerhand iets te dagen en je herinnert je weer dat je vroeger een enorme hekel had aan Jules, al lijkt dat nu toch wel echt een leuk iemand te zijn.
Jullie kinderen beginnen inmiddels steeds meer met zand naar elkaar te gooien.
Speler 1: Je bent 35 jaar. Nog maagd. Je woonde tot nu bij je ouders. Maar je hebt elders werk gevonden en gaat nu verhuizen naar een andere plaats. Je ouders vinden dat je nu aan de man / vrouw moet. Zij hebben een afspraak gemaakt met een datingbureau in het dorp. Je bent opgevoed in een orthodox christelijk gezin en woonde al die tijd in een dorp op de bible belt. Je gaat naar het datingbureau, vooral met de intentie om nu eindelijk eens “los” te kunnen gaan en seks te hebben.
Speler 2: Je runt een christelijk datingbureau. Je klandizie komt uit de omgeving, gelegen in de bible belt. Het is niet ongewoon dat de ouders jou vragen iets te zoeken voor hun kind.
Patrick, jij bent koning Karel en Christian is jouw schildknaap, al jaren. Christian zijn taken zijn breed, van jou aankleden tot het klaarmaken van je paard. Jij gaat hier vaak argeloos mee om, hij is een schildknaap en in jouw ogen niet veel meer waard.
Maar Christian, jij bent erachter gekomen dat Patrick een geheim heeft. En je bent van plan dat binnenkort eens goed tegen Patrick te gaan gebruiken.
Persoon 1 en Persoon 2, jullie zijn allebei nonnen in een orthodox katholiek klooster.
Persoon 2, jij bent hier als kind zijnde al gekomen en Persoon 1, jij woont nu een jaar in het klooster. Jullie leven sober en houden een ritme aan van 8 uur werken, 8 uur bidden en zingen en 8 uur rust.
Persoon 1, Persoon 2 is jouw mentor en heeft jou al sinds het begin van je komst onder haar hoede genomen. Jullie hebben wekelijk mentor momentjes waarin jullie vrij zijn om zonder het oog van God te kunnen spreken. In jullie vorige mentormomentje kreeg jij het gevoel dat Persoon 2 hier als kind zijnde niet in vrije keus is gekomen. Hoewel de mentormomentjes vooral op jou gericht zijn, besluit jij bij aankomend mentormoment Persoon 2 hier eens naar te vragen.
Jullie zijn al jaren kroegvrienden en ontmoeten elkaar elke donderdagavond in kroeg ’t Ankertje’. Jullie kennen elkaar van deze kroeg, waar jullie elkaar ontmoette aan de bar. Standaard beginnen jullie met een maaltijd en een pilske, daarna een kopje koffie en nog 5 biertjes. Deze vaste volgorde houden jullie al jaren vol.
Totdat jij, Persoon 1, hier drie weken geleden hier plotseling mee stopte. Zonder ook maar iets aan Persoon 2 duidelijk te maken, kwam jij 3 weken niet opdagen.
Persoon 2 , jij bent al die tijd trouw blijven gaan en elke week hoopte jij dat Persoon 1 weer door de deur kwam. Vorige week wist de bardame je te vertellen dat Persoon 1 nog een immens grote rekening open heeft staan, maar dat ze hem niet kon bereiken om deze te betalen. Vandaag zie je, op weg naar de kroeg, Persoon 1 over straat lopen. Na wat twijfel besluit jij navraag te doen wat er met je goede kroegvriend aan de hand is.
Persoon 1 (vader/moeder): in de vroege jaren tachtig was jij universitair onderzoeker in West-Duitsland. Op een dag hebben je partner en jij jullie kinderen halsoverkop meegenomen naar Oost-Duitsland, onder het mom van een dodelijk zieke oma. Bij het tankstation op de weg naar Berlijn bleken er echter Stasi-agenten te wachten en vertelden jullie het echte verhaal: jij was voor de DDR. Omdat jullie op het punt stonden gearresteerd te worden, zijn jullie naar Oost-Duitsland gevlucht.
Persoon twee (kind): jouw broer/zus was meerderjarig en kon dus op eigen houtje terug naar de BRD. Jij moest echter blijven en werd met je ouders DDR-burger. Je ouders beloofden je dat het daar het paradijs was, maar al snel realiseerde je, dat niets minder waar was. Je weet niet of je ouders hetzelfde dachten.
Lees verder “Heilstaat”
Arjen, jij bent trompettist en oefent vaak vanuit huis. De laatste tijd valt het jou op dat wanneer jij begint te spelen het niet lang duurt tot er een tweede partij vanuit van jouw buurhuizen te horen is. Het is prachtig en je probeert al lang te achterhalen wie die mooie tonen maakt.
Als een ware Rattenvanger van Hamelen ben jij op het geluid afgegaan tot je bij het huis van je nieuwe buurvrouw Esther aankomt.
Jullie zijn niet op goede voet begonnen, waardoor je nu twijfelt of je moet aanbellen of niet.
Persoon 1, jij maakt succesvolle filmpjes samen met je superschattige nichtje van 2. Je kijkers zijn altijd super positief over jou, je nichtje en jullie band. De filmpjes worden dan ook goed bekeken en jij verdient hier zelfs best goed aan.
Persoon 2, hoewel jij het eerst best oké vond dat Persoon 1 de filmpjes met je dochter maakte, begin je hier steeds meer aan te twijfelen nu deze bekender worden. Je weet niet wat de impact gaat zijn wanneer je dochter ouder wordt. Je besluit dit met je broer te bespreken.