Persoon 1 en 2, jullie waren brugmatties. Jarenlang sliepen jullie samen onder de stadsbrug. Beiden dakloos, beiden teleurgesteld door het leven.
Persoon 1: in 2014 moest jij een tijdje de bak in vanwege herhaaldelijk winkeldiefstal. Toen je vrijkwam, verwachtte je persoon 2 weer tegen te komen, maar jullie hebben elkaar sindsdien nooit meer gezien. Dat jullie nooit afscheid hebben kunnen nemen, vind je tot vandaag nog erg vervelend. De afgelopen tijd heb je af en aan in de bak gezeten, vandaag ben je vrij en terwijl je de gevangenis uit komt lopen zie jij een bekend gezicht in een net pak naar je toe lopen.
Persoon 2, jij hebt de afgelopen 10 jaar heel wat meegemaakt waar je je oude mattie graag over wil vertellen.
Jullie zijn moeder en zoon/dochter. Je zoon is al 19 en begint steeds meer zijn eigen boontjes te doppen. Nu heb je gehoord dat je zoon bedreigd wordt door een aantal mensen van het clubje waar je zoon sleutelt aan zijn auto.
Zoon, jij sleutelt graag aan je auto, je hebt van iemand van het groepje een set bumpers gekregen. Maar achteraf kreeg je hier veel gedoe mee. Die jongen die zegt dat je moet betalen terwijl het leek of jij de bumpers gratis kreeg. Je hebt je moeder wel iets verteld maar wil haar ook niet te veel belasten. Je bent immers volwassen.
Persoon 1: In de tweede wereld oorlog is een belangrijk erfstuk van jullie familie door de Duitsers afgenomen. Jij bent hier altijd zeer verbitterd door geweest.
Persoon 2: jij weet dat je grootouders grootste wens is dat het erfstuk terug komt. Na een grote zoektocht heb je het erfstuk gevonden en is het je gelukt om het erfstuk in je bezit te krijgen. Je gaat het dadelijk vol trots aan persoon 1 presenteren. Wat die niet weet is dat de vorige eigenaren het eigenlijk niet af wilden geven, ook jij hebt het dus geroofd.
Jullie, A en B, zijn in de ogen van familie en vrienden het toonbeeld van een goede relatie. Maar A, al wil je het niet toegeven, je maakt je erg zorgen over de hoeveelheid pakketjes die de laatste anderhalf jaar voor B worden afgegeven.
Jullie kiezen vandaag samen het definitieve boeket voor jullie bruiloft van volgende week.
Persoon 1: jij hebt per ongeluk een belangrijk familie erfstuk naar de kringloopwinkel gedaan, het zat in een kast zonder dat je het doorhad. Je hebt een oproep gedaan om te vragen of de eigenaar van de kast de kast terug wil verkopen (zonder duidelijk te maken dat het erfstuk erin zat).
Persoon 2: Jij hebt de kast gekocht en hebt het erfstuk gevonden. Je weet nog niet of je het terug wil geven.
A, jij bent de meest geliefde buurvrouw van de straat. Jij organiseert het jaarlijkse straatfeest, de bloemetjes voor de zieken en staat altijd klaar. Iedereen noemt jou ‘de sterke vrouw’. Zo heb je ook een langlopende band met je buren.
B, als zoon van de buurvrouw kom jij al jaren iedere week bij A over de vloer. Als inmiddels volwassen zoon van A’s buurvrouw, snap je nog steeds niet waarom jij nog altijd iedere week naar A gaat. Tot vanavond.
Persoon 1, jij bent jaren geleden verzwolgen geraakt door een loverboy. In de trance van de loverboy heb je gebroken met je familie en vrienden en vreselijke herinneringen opgebouwd. Een die je gewaarschuwd had voor ex was persoon 2.
Voordat jullie het contact verbroken hebben jullie een grote ruzie gehad. Persoon 2 waarschuwde je, maar jij wilde niet luisteren. Je hebt je los weten te breken uit de klauwen van je ex en bent met veel moeite weer opgenomen door je familie.
Persoon 2 heb je al die tijd niet gezien, tot jullie elkaar tegen het lijf lopen bij de diepvriesafdeling van de supermarkt.
Troy – Sinéad O’ Conner
Jullie zijn een stel met ups maar ook veel downs. Afgelopen week is het meermalen verkeerd gegaan. Slaande ruzie, schreeuwen, spullen gooien en het weer goed maken. Jullie zoon Bram heeft daar veel last van. Hij hoort jullie ruzies en trekt zich steeds meer terug. Eergisteren echter sprong
Bram tussen jullie in om jullie uit elkaar te halen. Hij kreeg helaas rake klappen. Jullie schrokken beide hier zo van dat de ruzie voorbij was. Echter heeft jeugdzorg, die al lang betrokken is bij jullie gezin, besloten dat Bram voor nu uit huis geplaatst wordt. Hij is een uur geleden opgehaald, jullie proberen te beseffen wat er nu gebeurt is.
Jullie zijn broer/zus van elkaar, maar spreken elkaar al jaren niet meer. Jullie hebben vorige week een telefoontje gekregen van een buurvrouw van jullie moeder, met wie jullie al jaren vervreemd zijn.
De buurvrouw deelden jullie mee dat jullie moeder is overleden en al 4 maanden in het huis lag. Toen de buurt een aanhoudende lucht rook, heeft de buurvrouw de politie ingeschakeld.
Jullie lopen nu door het huis, een speciaal schoonmaakteam heeft het al onder handen genomen.
Jullie zijn vriendinnen/vrienden, al heel lang.
Persoon A, een tijdje terug heeft persoon B jou (waarschijnlijk onbewust) gekwetst. Je hebt hier destijds niets van gezegd, deels omdat je het niet belangrijk genoeg vond, maar vooral omdat je weet dat persoon B helemaal niet met kritiek om kan gaan. Het zit je echter nog steeds dwars.
Jullie hebben afgesproken in een theehuisje bij B in de buurt.