Wonderwall van Oasis
Paul. Jij bent omgekomen bij een motorongeluk. Jouw lichaam wordt kunstmatig in leven gehouden omdat jij een donor bent.
Nynke. Jij bent al een tijd hartpatient, je bent zojuist met spoed opgeroepen naar het ziekenhuis. Je hebt zojuist te horen gekregen dat jij vandaag het donorhart van Paul krijgt.
Jullie lichamen liggen zij aan zij op koude operatietafels. Jullie zielen ontmoeten elkaar voor de transitie. Paul, jij wil Nynke nog een belangrijke boodschap meegeven.
Persoon 1 en Persoon 2, jullie zijn allebei nonnen in een orthodox katholiek klooster.
Persoon 2, jij bent hier als kind zijnde al gekomen en Persoon 1, jij woont nu een jaar in het klooster. Jullie leven sober en houden een ritme aan van 8 uur werken, 8 uur bidden en zingen en 8 uur rust.
Persoon 1, Persoon 2 is jouw mentor en heeft jou al sinds het begin van je komst onder haar hoede genomen. Jullie hebben wekelijk mentor momentjes waarin jullie vrij zijn om zonder het oog van God te kunnen spreken. In jullie vorige mentormomentje kreeg jij het gevoel dat Persoon 2 hier als kind zijnde niet in vrije keus is gekomen. Hoewel de mentormomentjes vooral op jou gericht zijn, besluit jij bij aankomend mentormoment Persoon 2 hier eens naar te vragen.
Jullie zijn vrienden. Al een hele tijd. Persoon 1 is vorige maand diens partner kwijt geraakt door een misdrijf.
Persoon 2. Jij maakt je zorgen om persoon 1. Je hebt het gevoel dat persoon 1 door is gegaan na die vreselijk dag. Die is blijven werken en wil het er weinig over hebben. Je begrijpt dat rouw niet altijd hetzelfde gaat maar laatst zei persoon 1 iets wat je is bijgebleven.
Je besluit het gesprek aan te gaan.
Speler 1: een paar jaar geleden is jouw vader/moeder overleden, en recent heeft jouw moeder/vader (Speler 2) daarom besloten kleiner te gaan wonen. Als goed kind help jij natuurlijk met opruimen en inpakken.
Vanochtend vond jij bij het opruimen een stapel fotoboeken die jij niet kent. Bij het doorbladeren deed jij een schokkende ontdekking: jouw ouders blijken in jouw jeugd swingers te zijn geweest.
2 spelers, beide bestuurders
De een heeft tegen beter weten de bouw van de Mimik gesteund. Hij/zij heeft elke keer hard gelobbyd als er weer een zak geld naar toe moest. Waarom? Heel simpel: steekpenningen.
De ander is er door meerdere WOB verzoeken achter deze zaken gekomen.
Jullie komen elkaar in de wandelgangen tegen.
Arjen, jij bent nu al een tijdje verslaafd aan heroïne, steelt waar je kan en zwerft rond op straat. Kevin, jij hebt Arjen zojuist opgepakt vanwege verschillende misstanden. Wanneer je die naar het ID vraagt, blijk je Arjen te kennen. Het is de pestkop die jou vroeger vaak te pakken nam.
A, jij bent schrijver van beroep. Je timmert leuk aan de weg, doet t al jaren goed met fictie en soms wat non-fictie. Geen Literatuurprijs of knallende verkoopcijfers, en juist daarmee ben jij wel content. Zo kan jij creeeren zoals het uit jouw brein stroomt. Dat werkt, meestal.
B, jij schrijft dag-in, dag-uit je dagboek vol. Al jaren giet jij jouw zieleroerselen in dat ene cachet. Vorige week is er bij jou ingebroken. Je trof jouw huis kaal aan, alles weg. Erger dan dat; jouw schrijfboek was weg. (Dag boek)
A en B, als een soort ouder en kind zijn jullie al jaren het hart van DE SCHRIJVERSvereniging van Deventer. A’s gerenomeerdheid en B’s drive binden deze fanatieke club schrijvers. Vanavond moeten jullie een plan maken voor een televisieuitzending bij Eus’boekenclub in ‘t Burgerweeshuis.
Persoon 1. Je hebt moeite met het verbreken van relaties. Je merkt dat je vaak te lang erin blijft zitten omdat je het gevoel van een relatie zo fijn vindt.
Achteraf heb je spijt dat je het lang hebt gerekt. Omdat dit een patroon is geworden ben je zo bang om het te rekken dat je bijna niet meer durft na te denken of de relatie goed is of niet.
Je besluit iemand die dichtbij je staat om raad te vragen.
Het is koningsdag en Jules, jij hebt al de hele dag rondgelopen, lekker gegeten en gedronken totdat Robin op een veel te volle gracht met een auto over jouw voet heen reed. Jullie zitten bij de eerste hulp te wachten tot je eindelijk geholpen wordt
When Doves Cry van Prince
Persoon 1, jij hebt geen goede jeugd gehad en geen goed voorbeeld in een vader/moeder. Hoewel jij gezworen hebt om het anders te doen dan je eigen ouders, kom jij tot de conclusie dat jij dezelfde fouten maakt als je ouders. Je hebt besloten om je vader/moeder om hulp te vragen zodat je daarna precies het omgekeerde kunt gaan doen.
Persoon 2. jij beseft je terdege dat jij niet het juiste voorbeeld bent geweest voor je eigen zoon/dochter. Met de komst van een kleinkind kreeg jij het gevoel dat je een tweede kans kreeg. Je bent in therapie gegaan om het deze keer anders te kunnen doen.