Jullie zijn al jaren kroegvrienden en ontmoeten elkaar elke donderdagavond in kroeg ’t Ankertje’. Jullie kennen elkaar van deze kroeg, waar jullie elkaar ontmoette aan de bar. Standaard beginnen jullie met een maaltijd en een pilske, daarna een kopje koffie en nog 5 biertjes. Deze vaste volgorde houden jullie al jaren vol.
Totdat jij, Persoon 1, hier drie weken geleden hier plotseling mee stopte. Zonder ook maar iets aan Persoon 2 duidelijk te maken, kwam jij 3 weken niet opdagen.
Persoon 2 , jij bent al die tijd trouw blijven gaan en elke week hoopte jij dat Persoon 1 weer door de deur kwam. Vorige week wist de bardame je te vertellen dat Persoon 1 nog een immens grote rekening open heeft staan, maar dat ze hem niet kon bereiken om deze te betalen. Vandaag zie je, op weg naar de kroeg, Persoon 1 over straat lopen. Na wat twijfel besluit jij navraag te doen wat er met je goede kroegvriend aan de hand is.
Jullie waren tot 4 jaar terug een gelukkig stel samen, maar kort na de geboorte van jullie zoon verbraken jullie de relatie van bijna 10 jaar. Jullie houden, omwille van jullie zoon, contact en dat gaat zo goed dat jullie erg vriendschappelijk met elkaar omgaan. Voor jullie zoon van 5 is dat best verwarrend, want als jullie zo goed met elkaar overweg kunnen, waarom kunnen jullie dan niet echt samen zijn? Om hem een plezier te doen zijn jullie voor zijn lange zeuren gezwicht en zijn jullie op een nieuwe date gegaan samen.
Eerlijk is eerlijk, hij heeft wel echt zijn best gedaan om iets leuks voor jullie uit te zoeken. En terwijl de avond vordert realiseert een van jullie zich dat het weer voelt als van ouds, inclusief vlinders in de buik.
Jullie zijn twee inbrekers die zojuist door een klein gat in een gipsmuur zijn geklommen om bij een bedrijf in Deventer binnen te komen. Geheel niet volgens plan, want Harry/Harriette (persoon 1) zou de koevoet hebben meegenomen om de deuren open te krijgen, maar dit ligt nog thuis.
Maar Peter/Pien (persoon 2) blijkt nu ook een fout te hebben gemaakt. Want in plaats van bij de juwelier zijn jullie uitgekomen bij een daarnaast gelegen postbedrijf. Gaan jullie hier een buit halen?
Persoon 1, jij hebt een goed lopend bedrijf waarmee je boomhutten bouwt. Vooral nu veel kinderen op hun eigen tuin zijn aangewezen, lopen de zaken goed. Jullie verdienen er goed aan en Persoon 1, jij vindt je werk heerlijk om te doen.
Persoon 2, jij kon door het succes van Persoon 1 minder gaan werken en zorgt dan dus nu ook met veel plezier voor jullie 3 kinderen (2 van jullie samen en 1 uit een eerdere relatie).
Persoon 1, omdat de zaken zo goed gaan, zal jij er binnenkort iemand bij moeten hebben om het werk nog aan te kunnen. Je hebt iemand in gedachte; Filip, je eerdere compagnon. Met hem heb je, 20 jaar geleden het bedrijf opgezet. Je hebt echter daarna ook een relatie met hem gehad en je oudste is dan ook zijn zoon. Deze relatie ging echter uit en niet veel lang daarna heb je Persoon 2 ontmoet. Je bent wel samen blijven werken met Filip, maar Persoon 2 heeft je destijds gevraagd om hiermee te stoppen.
Je besluit dit vanavond na een avondje cabaret met hem te overleggen.
Persoon 1: Jij bent ouder van drie kinderen. Twee die erg succesvol zijn en van persoon 2.
Persoon 2 heeft nu al vier studies achter de rug en elke keer komt hij er naar verloop van tijd achter dat het ’toch niet iets voor hem is’. Maar studie vijf lijkt het toch echt wel te zijn, hij houdt het al 2-en-een-half-jaar vol!
Persoon 2: Jij hebt vanavond afgesproken. De studie is toch niet echt iets voor je.
Jullie zijn lid van een bende en familie van elkaar. Julia, jij bent door Christian erbij gevraagd. Je kijkt naar hem op en bent onder de indruk dat die altijd rond kan lopen met de mooiste en duurste dingen. Je mag nu mee om een klus te doen. In de auto bespreken jullie wat jullie straks moeten doen.
Persoon 1. Je hebt moeite met het verbreken van relaties. Je merkt dat je vaak te lang erin blijft zitten omdat je het gevoel van een relatie zo fijn vindt.
Achteraf heb je spijt dat je het lang hebt gerekt. Omdat dit een patroon is geworden ben je zo bang om het te rekken dat je bijna niet meer durft na te denken of de relatie goed is of niet.
Je besluit iemand die dichtbij je staat om raad te vragen.
Persoon 1 en Persoon 2, jullie kennen elkaar uit de gevangenis. Jullie hebben 5 jaar op dezelfde afdeling gezeten. Terwijl jullie samen jullie tijd uitzaten klikte het en begonnen jullie met plannen bedenken voor wanneer jullie vrij kwamen. Jullie wilden je leven beteren en gezamenlijk een kroeg opzetten.
Persoon 2, jij bent een week geleden vrij gekomen en vandaag zou ook Persoon 1 vrijkomen. Maar een recent onderzoek gooit roet in het eten; hieruit blijkt dat Persoon 1 al 3 jaar lang illegale spullen de gevangenis binnen smokkelde. Hij is op heterdaad betrapt en daardoor wordt zijn straf verlengd. Persoon 2, jij wist niets van deze handel en hebt hier ook niet aan meegewerkt.
Jullie ontmoeten elkaar tijdens het bezoekuur.
Persoon 1 en 2, jullie waren brugmatties. Jarenlang sliepen jullie samen onder de stadsbrug. Beiden dakloos, beiden teleurgesteld door het leven.
Persoon 1: in 2014 moest jij een tijdje de bak in vanwege herhaaldelijk winkeldiefstal. Toen je vrijkwam, verwachtte je persoon 2 weer tegen te komen, maar jullie hebben elkaar sindsdien nooit meer gezien. Dat jullie nooit afscheid hebben kunnen nemen, vind je tot vandaag nog erg vervelend. De afgelopen tijd heb je af en aan in de bak gezeten, vandaag ben je vrij en terwijl je de gevangenis uit komt lopen zie jij een bekend gezicht in een net pak naar je toe lopen.
Persoon 2, jij hebt de afgelopen 10 jaar heel wat meegemaakt waar je je oude mattie graag over wil vertellen.
Persoon 1, jij hebt de nare gewoonte om dingen te ontvreemden van het kantoor.
Persoon 2, jij hebt dit gezien en hebt hiervan als bewijs foto’s genomen. In plaats van persoon 1 aan te geven, ga jij deze foto’s gebruiken om dingen gedaan te krijgen bij persoon 1.
Jullie spreken elkaar het magazijn. Persoon 2, jij hebt zojuist de deur achter jullie op slot gedaan.