Ding – Jeroen van Merwijk
Speler 1: jij bent een kunstenaar. In het kader van een nieuw programma van de gemeente, heb jij een beeld gemaakt voor je eigen buurt. Jij vind het fantastisch dat jij als kunstenaar op deze manier iets kan doen om jouw buurt mooier te maken.
Speler 2: jij bent een van de buren van Speler 1 en het kunstwerk staat bij jou voor het keukenraam. Jij hebt er nog wat vragen over…
Jullie zijn beiden werkzaam bij de universiteit van Nijmegen. Speler 1, jij bent de directeur van de universiteit. Speler 2, jij bent hoogleraar aan de universiteit.
Speler 2, jij hebt in een onbewaakt moment op een phishingmail geklikt en daarmee een virus binnengehaald. Er is een datalek ontstaan en er is gijzelsoftware geïnstalleerd. De directie is op zoek naar de ‘dader’ van dit datalek. Je hebt eerder het vermoeden laten ontstaan dat een concurrerende universiteit dit heeft geïnstalleerd.
Jullie zijn twee jeugdvrienden en kennen elkaar al heel lang. Jullie hebben het plan opgepakt om een roadtrip te maken van het noorden van Amerika naar het zuiden van Amerika. Avontuurlijk als jullie zijn hebben jullie weinig gepland. Jullie hebben een half jaar uitgetrokken daarvoor. De een heeft lfb uren gespaard, de ander heeft zijn baan opgezegd.
Jullie zijn anderhalve maand op pad. Vandaag hebben jullie vooral saaie snelwegen gezien en jullie gespreksstof is ook bijna op. Tot overmaat van ramp zijn jullie verkeerd gereden. Jullie wilden ouderwets met een kaart de route uitzetten. Uitgeput komen jullie op jullie bestemming aan.
Ja lekker, daar sta je dan Xx, met je gepakte koffers op “Deventer Centraal”. Op weg naar je droombestemming. En zojuist is er omgeroepen dat er geen enkele trein meer rijdt door de opkomende storm. Niks. Code oranje. Flink geïrriteerd been je af op de eerste geüniformeerde perronist die je ziet om je verhaal te halen.
Yy, als NS-perronist heb je het vandaag wel helemaal gehad. Al die reizigers die niet het nieuws volgen en jou vervolgens de huid vol schelden nu echt de treinen niet meer rijden. Duh, KNMI en NS hebben hier ruim bijtijds voor gewaarschuwd. Tig keer. Aargh, nu komt er weer zo’n opgefokte idioot op je af.
Xx, je gaat wijdbeens voor die blonde NS-dame staan om los te gaan. En dán herken je haar. Zij was jouw eerste liefde. Middelbare school.
Yy, je ziet deze klant op je af komen. En je ziet… Oh nee, nee, niet díe gast, die ken je nog van vroegguh…
Vacanze Romane – Matia Bazar
Jules, jij bent hovenier en werkt vanmiddag achter in de tuin van Robin om grote takken van de boom af te zagen. Het is heet. Bloedheet. Je houdt het niet langer uit en je hebt je overall uitgetrokken.
Jules, jij zit ook in de tuin. Je moet eigenlijk weer naar binnen om te werken, maar je geniet te veel van het uitzicht.
Ineens valt een van de takken een andere kant op dan verwacht en vernielt het dak van het tuinhuisje
A, Jouw moeder heeft sinds 2 jaar een nieuwe vriend. Eerst had jij een vijandige houding. Deze uitdaging ging langzaam over in een flirt. Je kijkt erg tegen hem op. Jouw voorbeeld. Over de tijd werden je gevoelens steeds sterker en kun je je geen toekomst voorstellen zonder hem aan je zijde.
B, jij probeert voor Valentijnsdag morgen een liefdesbrief te schrijven aan je partner, alleen jij bent niet zo romantisch, je vraagt je stiefdochter om hulp. A, als je de liefdesbrief dicteert kun je je gevoelens niet langer binnenhouden.
Jullie hebben al 10 jaar een relatie. Het begon spetterend. De passie spatte er van af. In die tijd hebben jullie elkaar gesteund in moeilijke omstandigheden. Dit heeft jullie band sterker gemaakt. Maar nu is de rust weer gekeerd. De rust is ook verstikkend en alle dagen lijken op elkaar. Jullie hebben net ontbeten en de hele zaterdag ligt voor jullie.
Arjen, jij bent trompettist en oefent vaak vanuit huis. De laatste tijd valt het jou op dat wanneer jij begint te spelen het niet lang duurt tot er een tweede partij vanuit van jouw buurhuizen te horen is. Het is prachtig en je probeert al lang te achterhalen wie die mooie tonen maakt.
Als een ware Rattenvanger van Hamelen ben jij op het geluid afgegaan tot je bij het huis van je nieuwe buurvrouw Esther aankomt.
Jullie zijn niet op goede voet begonnen, waardoor je nu twijfelt of je moet aanbellen of niet.
Persoon 1, Persoon 2, jullie zijn twee metselaars en werken al jaren samen in de bouw. Wanneer er een mooie dame voorbij komt lopen fluiten jullie. Jullie vonden dat dit hoorde bij het hele bouw’circuit’. Maar met de huidige gesprekken en het wellicht strafbaar stellen van straatintimidatie komt jullie gesprek tijdens het werken hier toch eens op. Gaan jullie iets veranderen of niet?