Persoon 1, jij hebt de nare gewoonte om dingen te ontvreemden van het kantoor.
Persoon 2, jij hebt dit gezien en hebt hiervan als bewijs foto’s genomen. In plaats van persoon 1 aan te geven, ga jij deze foto’s gebruiken om dingen gedaan te krijgen bij persoon 1.
Jullie spreken elkaar het magazijn. Persoon 2, jij hebt zojuist de deur achter jullie op slot gedaan.
Jullie zijn twee topschaatsers op jullie kamer in de Olympische bubbel. Jullie wedstrijd is een dag geleden. Speler a heeft goud gewonnen speler b behaalde de vierde plaats. Vandaag was de prijsuitreiking en jullie zijn net terug.
Speler a. Jouw alleen staande moeder heeft je altijd tot het uiterste gepusht. Het kon altijd beter. Als je onderpresteerde dan kreeg je uitgebreide preken zeker als zij gedronken had. Toch bleef je proberen haar trots te maken. Twee maanden geleden is zij overleden. Je bent wel blij, zeker voor de buitenwereld, maar je blijft in je hoofd maar de puntjes herhalen van de race die beter konden.
Speler b jouw ouders hebben je met al hun liefde die ze in zag hadden ondersteund. Ze volgde jou in je sport droom en zijn altijd super trots geweest. Het is jammer dat ze er niet bij konden zijn. Maar als verrassing hebben ze gezorgd dat een grote bos bloemen op jullie kamer bezorgd werd. Dit voor je inzet en voor het behalen van de vierde plek.
Persoon 1, jij moet binnenkort verhuizen naar een ander, kleiner huis. Je hebt veel van je dagelijkse spullen al ingepakt, maar weet dat de grootste klus nog moet komen; de zolder.
Hier ligt alles van jouw zoon opgeslagen, die tien jaar geleden door een auto-ongeluk om het leven is gekomen. Je weet dat je niet alles mee kunt nemen, maar vindt het moeilijk om te bepalen welke dingen weggaan en waar dan heen.
Je hebt je vriendin Persoon 2 gevraagd om te komen helpen bij het inpakken.
Persoon 2, Persoon 1 heeft jou van te voren gevraagd sterk, rigoureus en steunend te zijn bij deze opruimactie.
Right Next Door – Robert Cray
Je bent de buurman. Je hebt al een tijdje een affaire met je buurvrouw. Voor jou is het niet meer dan een spannend avontuurtje. Zojuist is haar man na een hevige ruzie het huis uit gegaan. Nu komt de buurvrouw vol verwachting naar je toe. Ze lijkt te denken dat dit het moment is om jullie relatie naar een volgend niveau te tillen.
Kevin, jij bent al een tijdje in een rare burensituatie terecht gekomen. Jij tuiniert graag en doet erg je best om de tuin zo mooi mogelijk te houden. Je bent het meest trots op je voortuin, tot je iets ging opvallen aan de tuin van je buurman. Die begon er namelijk steeds meer hetzelfde uit te gaan zien. Tot overmaat van ramp begonnen verschillende buren het ook op te vallen, maar in plaats van sympathie, gaven zij aan dat jij de na-aper was.
Gisteren vond je dat de maat vol was en zo heb je vannacht in de bescherming van het donker, de tuin van je buurman verwoest. Het is nu ochtend en je hoort geklop aan de deur.
Persoon 1 en Persoon 2, jullie kennen elkaar uit de gevangenis. Jullie hebben 5 jaar op dezelfde afdeling gezeten. Terwijl jullie samen jullie tijd uitzaten klikte het en begonnen jullie met plannen bedenken voor wanneer jullie vrij kwamen. Jullie wilden je leven beteren en gezamenlijk een kroeg opzetten.
Persoon 2, jij bent een week geleden vrij gekomen en vandaag zou ook Persoon 1 vrijkomen. Maar een recent onderzoek gooit roet in het eten; hieruit blijkt dat Persoon 1 al 3 jaar lang illegale spullen de gevangenis binnen smokkelde. Hij is op heterdaad betrapt en daardoor wordt zijn straf verlengd. Persoon 2, jij wist niets van deze handel en hebt hier ook niet aan meegewerkt.
Jullie ontmoeten elkaar tijdens het bezoekuur.
Persoon A, jij bent opgegroeid in een warm gezin, maar je hebt je altijd anders gevoeld. Je voelde je niet compleet. Je hebt dit naast je neergelegd, maar krijgt vanuit DNA onderzoek een melding dat je een match bent met iemand die exact even oud is als jij.
Jullie hebben vandaag de eerste ontmoeting in een café. Wanneer je match binnen komt lopen valt je al op dat jullie als twee druppels water op elkaar lijken.
EM, jij bent goed in je werk en hebt het ver geschopt. Het lijkt je allemaal aan te komen waaien; daar geniet je flink van en maak je ook goed gebruik van.
DT, jij bent er eentje van 12-steden, 13-ongelukken. Gelukkig heb jij een financieel sterke basis door jouw familie. Los van al jouw fiasco’s weet jij je altijd te presenteren als een zelfbewuste, sterke persoon. Met groot succes.
DT en EM, jullie mogen elkaar zeker niet; wel hebben jullie al jaren een lucratief bondje. Dat legt jullie geen windeieren. Tot nu toe. DT, terwijl jij vandaag een groots succes viert, heb jij EM, een heel dom gebaar gemaakt. Online word je afgemaakt. En juist in de periode kan jij DT niet ontwijken.
(Jullie staan nu heel even op de enige plek van rust, naast elkaar.)
Jullie maken beiden al drie jaar deel uit van ‘het vergeten zaad’, een lotgenotengroep voor mensen met een anonieme zaaddonnor.
Afgelopen week hebben jullie allebei een brief ontvangen, waarin stond dat bekend is geworden wie jullie vader is, jullie blijken dezelfde vader te hebben. Naast jullie blijkt hij op frauduleuze wijze nog 68 kinderen te hebben verwekt; op last van de rechtbank heeft de donorbank eindelijk openheid van zaken gegeven, waaruit dit is gebleken.
Uit eerdere lotgenotenavonden is duidelijk geworden dat één van jullie in het geval dat hij ooit zijn vader zou kunnen ontmoeten, de wens heeft een intieme band met zijn vader op te bouwen.
De ander heeft juist aangegeven in dat geval er alles aan te doen om de vader geld afhandig te maken.
Zojuist zijn jullie met de brief op zak bij de lotgenotenavond aangekomen, de anderen zijn nog niet gearriveerd.
Persoon 1 (vader/moeder): in de vroege jaren tachtig was jij universitair onderzoeker in West-Duitsland. Op een dag hebben je partner en jij jullie kinderen halsoverkop meegenomen naar Oost-Duitsland, onder het mom van een dodelijk zieke oma. Bij het tankstation op de weg naar Berlijn bleken er echter Stasi-agenten te wachten en vertelden jullie het echte verhaal: jij was voor de DDR. Omdat jullie op het punt stonden gearresteerd te worden, zijn jullie naar Oost-Duitsland gevlucht.
Persoon twee (kind): jouw broer/zus was meerderjarig en kon dus op eigen houtje terug naar de BRD. Jij moest echter blijven en werd met je ouders DDR-burger. Je ouders beloofden je dat het daar het paradijs was, maar al snel realiseerde je, dat niets minder waar was. Je weet niet of je ouders hetzelfde dachten.
Lees verder “Heilstaat”