Come as you are – Nirvana
Persoon 1: al een tijdje date jij met persoon 2. Je kent diegene als iemand die tot in de puntjes verzorgd is, vandaag lijk je een date te hebben met een heel ander persoon.
Persoon 2, jij hebt er vandaag voor gekozen om je gebruikelijke voorbereiding van 2 uur achterwege te laten. Jij wil namelijk gaan voor persoon 1, maar gaat diegene ook voor jou wanneer jij komt zoals je bent; in slobbertrui en puur natuur.
Jullie gaan trouwen! Op het moment zijn jullie druk bezig met de planning van de bruiloft. Uiteraard zijn jullie het niet over alles eens, maar als het gaat om de trouwambtenaar zitten jullie op één lijn: dat moet per se een BN’er zijn. Een van jullie zou dit regelen – maar door budget, jullie trouwdatum en een tikkeltje uitstelgedrag, is er maar een BN’er beschikbaar. En dat is nou niet bepaald de favo van jouw partner.
Jullie zijn een lesbisch stel en hebben een zoon. Er is een uitvoering op school van je zoon. Jullie zoon wil echter maar een van de moeders mee naar die uitvoering. Hij is bang dat een lesbisch stel niet past in de visie van de school en hij is bang om gepest te worden.
A jij weet dat je het BRCA1-gen bij je draait, wat de kans op borst- en eierstokkanker aanzienlijk verhoogd. Je hebt regelmatig controles, maar twijfelt de laatste tijd steeds vaker of je je borsten definitief moet amputeren.
Je begint het gesprek hierover met jouw partner B.
Jullie zijn twee jeugdvrienden en kennen elkaar al heel lang. Jullie hebben het plan opgepakt om een roadtrip te maken van het noorden van Amerika naar het zuiden van Amerika. Avontuurlijk als jullie zijn hebben jullie weinig gepland. Jullie hebben een half jaar uitgetrokken daarvoor. De een heeft lfb uren gespaard, de ander heeft zijn baan opgezegd.
Jullie zijn anderhalve maand op pad. Vandaag hebben jullie vooral saaie snelwegen gezien en jullie gespreksstof is ook bijna op. Tot overmaat van ramp zijn jullie verkeerd gereden. Jullie wilden ouderwets met een kaart de route uitzetten. Uitgeput komen jullie op jullie bestemming aan.
A, jij bent de meest geliefde buurvrouw van de straat. Jij organiseert het jaarlijkse straatfeest, de bloemetjes voor de zieken en staat altijd klaar. Iedereen noemt jou ‘de sterke vrouw’. Zo heb je ook een langlopende band met je buren.
B, als zoon van de buurvrouw kom jij al jaren iedere week bij A over de vloer. Als inmiddels volwassen zoon van A’s buurvrouw, snap je nog steeds niet waarom jij nog altijd iedere week naar A gaat. Tot vanavond.
Persoon A, 2 jaar geleden ben jij naar Nederland verhuisd omdat dat het geboorteland is van jouw vader. Nederlands vind je maar een moeilijke taal en op school word je vreselijk gepest. Vandaag ben je na school in elkaar geslagen.
Persoon B, jij bent de vader van persoon A. Eigenlijk dacht je dat jouw dochter het wel fijn vond in Nederland maar nu jouw dochter met een wond in haar gezicht thuis komt wil je toch wel weten wat eraan de hand is.
A en B, jullie zijn een brandweerstelletje.
A, jij bent een fanatieke sporter die bijna dagelijks traint in de sportschool, of in jullie eigen huis-gym boven.
B, na een aantal incidenten ben jij het wat rustiger aan gaan doen en dat bevalt wel. Jullie hebben vorige week een trainingsvakantie in Noorwegen geboekt.
Jullie vertrekken morgen.
A en B komen net terug van het tien minuten ouder gesprek op school. Jullie zoon Vlinder is blijkbaar de pestkop van de klas. Jullie beeld hierbij verschilt, van de juf en van elkaar…