Persoon 1, je werkt als gastspreker bij veel grote bedrijven. Tijdens jouw werk spreek jij op verschillende evenementen en wordt jouw verblijf en eten betaald door het bedrijf dat jou inhuurt. Je goede vriendin Persoon 2 heeft het niet breed en daarom nam je haar geregeld mee wanneer je weg ging voor je werk.
Persoon 2, jij keek altijd op van deze luxe, de heerlijk ontbijtjes en extravagante diners. Als bedankje hiervoor heb jij, als verrassing Persoon 1 op een uitje getrakteerd. Jullie hebben gisteren lekker gewandeld, een klein patatje gegeten en vannacht verbleven jullie in een simpel hotelletje.
Persoon 1, dit alles was onder jouw standaarden, het eten was simpel, er sliep een drugsbende boven jullie en je hebt de hele nacht geen oog dicht gedaan.
Als overmaat van ramp, blijkt het ontbijt te bestaan uit een simpel beschuitje met wat verlepte aardbeien. Je bent ‘not amused’. Jullie lopen het hotel uit om nog een dagje te wandelen. Je worstelt met de gedachte om Persoon 2 niet nog eens mee te nemen op een werktripje.
[Persoon 1], een paar jaar geleden heb jij het al voorzien: als veehouder had je weinig toekomst. De stikstofdiscussie doet jullie hardwerkende veehouders echt een keer de das om. En ook vanwege het morele aspect had je het lastig: op steeds meer verjaardagsfeestjes kreeg je kritische vragen over je intensieve veehouderij.
Lees verder “Bosbessenboer”
No Rain – Blind Melon
Persoon 1 en 2, jullie zijn beiden het slachtoffer van een lang leven zonder echte vriendschappen en banden. De een lang gepest, de ander gewoon erg op zichzelf. Jullie kwamen elkaar online tegen op een forum over het telen van meloenen en het klikte. Waar jullie het veel al eens met elkaar waren, was er vorige week 1 punt waar jullie het toch stevig met elkaar oneens waren. Beiden niet gewapend met goede sociale vaardigheden of handvatten in het oplossen van conflicten, knalde dit explosief uit elkaar.
Persoon 1 jij hebt na dit conflict, waar je toch echt wel kapot van was, tegen jezelf wederom gezegd dat jij niet het persoon bent voor vriendschappen.
Maar dan staat persoon 2 ineens aan de deur.
Persoon 1, jij hebt geprobeerd de eindexamenlijsten te hacken om je cijfer op te schroeven. Helaas zijn ze hier op school achter gekomen en moet jij op gesprek komen. Persoon 2, jij bent de directeur van de school.
Sultans of Swing van Dire Straits
Persoon 1. Jij bent de leadzanger van een coverbandje Sultans of Swing. Jullie zijn niet heel erg goed en hebben net een zeer slecht optreden gehad voor drie man en een paardenkop.
Op het podium leek je persoon 2 te herkennen en besluit op hem af te lopen. Wanneer je dichterbij komt herken je hem inderdaad als de leadsinger van de Dire Straits, jouw idool.
Persoon 2. jij hebt zojuist dit slechte optreden gezien en hoewel het muzikaal echt niet goed was, werd je door persoon 1 geïnspireerd voor het schrijven van een liedje. Je werkt de laatste details uit en weet nu al dat dit een hit gaat worden, je moet het alleen nog eens worden met persoon 1 dat je hun naam wil gaan gebruiken, dan kunnen zij hieronder niet verder gaan. Maar ja, na dit optreden was dat sowieso geen mogelijkheid, toch?
Jullie zijn broers/zussen. Samen met andere broer Leo zijn jullie hecht, maar zoals tussen veel broers en zussen is er ook af en toe wat gekibbel en geroddel. Dat was vroeger thuis al zo, en nu jullie allemaal volwassenen zijn nog steeds. Niet met en niet zonder elkaar kunnen jullie.
A, jij bent aan het verhuizen. Naar De Vijfhoek, de nieuwbouwwijk van Deventer.
B, jij en je andere broer begrijpen daar niks van en roddelen daar via WhatsApp aardig over. Zoals dat A daar als net-niet-geslaagde carrièremaker toch aardig past met zijn burgerlijke middenklasser auto.
B, jij hebt beloofd om vandaag te helpen met klussen in het nieuwe huis van A. Nog tot vlak voor je vertrok appte je met Leo. Iets over of je met al die identieke twee halen 1 betalen schuttingtuintjes je wel het goede huis zou kunnen vinden. En nu, terwijl je aanbelt bij A, realiseer je je dat je die app niet naar Leo, maar naar A hebt gestuurd.
Persoon 1 en Persoon 2, jullie zijn allebei nonnen in een orthodox katholiek klooster.
Persoon 2, jij bent hier als kind zijnde al gekomen en Persoon 1, jij woont nu een jaar in het klooster. Jullie leven sober en houden een ritme aan van 8 uur werken, 8 uur bidden en zingen en 8 uur rust.
Persoon 1, Persoon 2 is jouw mentor en heeft jou al sinds het begin van je komst onder haar hoede genomen. Jullie hebben wekelijk mentor momentjes waarin jullie vrij zijn om zonder het oog van God te kunnen spreken. In jullie vorige mentormomentje kreeg jij het gevoel dat Persoon 2 hier als kind zijnde niet in vrije keus is gekomen. Hoewel de mentormomentjes vooral op jou gericht zijn, besluit jij bij aankomend mentormoment Persoon 2 hier eens naar te vragen.
Vacanze Romane – Matia Bazar
Jules, jij bent hovenier en werkt vanmiddag achter in de tuin van Robin om grote takken van de boom af te zagen. Het is heet. Bloedheet. Je houdt het niet langer uit en je hebt je overall uitgetrokken.
Jules, jij zit ook in de tuin. Je moet eigenlijk weer naar binnen om te werken, maar je geniet te veel van het uitzicht.
Ineens valt een van de takken een andere kant op dan verwacht en vernielt het dak van het tuinhuisje
Jullie zijn moeder en zoon/dochter. Je zoon is al 19 en begint steeds meer zijn eigen boontjes te doppen. Nu heb je gehoord dat je zoon bedreigd wordt door een aantal mensen van het clubje waar je zoon sleutelt aan zijn auto.
Zoon, jij sleutelt graag aan je auto, je hebt van iemand van het groepje een set bumpers gekregen. Maar achteraf kreeg je hier veel gedoe mee. Die jongen die zegt dat je moet betalen terwijl het leek of jij de bumpers gratis kreeg. Je hebt je moeder wel iets verteld maar wil haar ook niet te veel belasten. Je bent immers volwassen.