Persoon 1, jaren geleden heb jij een voorschot op de erfenis gevraagd en ben jij met de noorderzon vertrokken. Nu heb jij na jaren van feesten, alcohol en drugs het geld er doorheen gebrast. Je bent blut en er zat niets anders op dan terugkeren naar je geboortegrond en persoon 2 weer om hulp te vragen. Vol schaamte kom je aan.
Jehova
Persoon 1: Jij bent gelukkig getrouwd, al een hele tijd. Er is alleen één nadeeltje; jij wil graag je verjaardag vieren, maar je partner wil hier telkens niet zo veel aandacht aan geven.
Persoon 2: Jij hebt al een tijd een groot geheim voor je partner, iets waar je liever niet open over bent want je krijgt er vaak vervelende reacties over; jouw ouders zijn allebei Jehova’s. Het vieren van verjaardagen, dat vind je niet iets om bij stil te staan. Je verrast je partner liever op andere momenten, zoals vandaag. Gewoon een dag, uit het niets.
Make a wish
Rianne, jij bent jonge moeder en ongeneeslijk ziek. De Make A Wish foundation heeft jouw laatste wens in vervulling gebracht. Je wil graag weten hoe je dochter opgroeit en om haar nog een laatste keer een knuffel te geven. Je mag een uur in de toekomst over 20 jaar zijn en daarna moet je terug. Adinda jij bent de dochter van Rianne.
Het staatslot
A en B zijn buren in een portiekflat.
Ze kunnen goed met elkaar opschieten, ze lopen gemakkelijk bij elkaar naar binnen.
Het is vandaag oud-papierdag.
A zet het papier beneden in de portiek.
A scharrelt wat in het papier dat er al staat.
A vind een staatslot van deze maand. Thuis checkt A op de website het lot. Er is een prijs van € 200.000,- op gevallen.
B had al eerder het papier beneden gezet.
B ordent nog wat spullen in de kamer.
B ziet de envelop van het staatslot liggen: leeg.
Heeft B per ongeluk het lot weggegooid i.p.v. de envelop?
A komt opgewonden binnen bij B.
First day on the job
Jullie zijn lid van een bende en familie van elkaar. Julia, jij bent door Christian erbij gevraagd. Je kijkt naar hem op en bent onder de indruk dat die altijd rond kan lopen met de mooiste en duurste dingen. Je mag nu mee om een klus te doen. In de auto bespreken jullie wat jullie straks moeten doen.
Zo, ik werd gek van al die hoestende patiënten.
Persoon 1 en Persoon 2, jullie hadden tot Corona een hele fijne en goede relatie samen. Jullie hebben geen kinderen en dit zorgde ervoor dat jullie alle vrijheid hadden om te ondernemen wat jullie wilden. Jullie genoten van het leven, gingen vaak uit eten, op vakantie en waren onafscheidelijk.
Persoon 1, jij moet al wel je hele leven omgaan met hartproblemen en omdat Corona een groot risico voor jou was, ben jij al sinds het begin van de crisis bang om Corona op te lopen.
Persoon 2, jij werkt in het ziekenhuis en al snel begint Persoon 1 je als risico te zien. Persoon 1, jij wil, dat jullie apart van elkaar gaan wonen, zodat jij onder geen beding Corona kan krijgen.
Een kopje koffie
Speler 1, jij bent tijdens een vermoeiende werkdag achter het stuur in slaap gevallen. Tot jouw grote afschuw stak het zoontje van speler 2 net op dat moment over. Hij werd geraakt door jouw auto. De buurtbewoners waren er gelukkig snel bij en een ambulance was snel te plaatsen. Het zoontje van speler 2 ligt op dit moment in het ziekenhuis.
Speler 2, jij hebt om een gesprek met speler 1 gevraagd. Jullie ontmoeten elkaar in het restaurant van het ziekenhuis.
Code oranje
Ja lekker, daar sta je dan Xx, met je gepakte koffers op “Deventer Centraal”. Op weg naar je droombestemming. En zojuist is er omgeroepen dat er geen enkele trein meer rijdt door de opkomende storm. Niks. Code oranje. Flink geïrriteerd been je af op de eerste geüniformeerde perronist die je ziet om je verhaal te halen.
Yy, als NS-perronist heb je het vandaag wel helemaal gehad. Al die reizigers die niet het nieuws volgen en jou vervolgens de huid vol schelden nu echt de treinen niet meer rijden. Duh, KNMI en NS hebben hier ruim bijtijds voor gewaarschuwd. Tig keer. Aargh, nu komt er weer zo’n opgefokte idioot op je af.
Xx, je gaat wijdbeens voor die blonde NS-dame staan om los te gaan. En dán herken je haar. Zij was jouw eerste liefde. Middelbare school.
Yy, je ziet deze klant op je af komen. En je ziet… Oh nee, nee, niet díe gast, die ken je nog van vroegguh…
Heilstaat
Persoon 1 (vader/moeder): in de vroege jaren tachtig was jij universitair onderzoeker in West-Duitsland. Op een dag hebben je partner en jij jullie kinderen halsoverkop meegenomen naar Oost-Duitsland, onder het mom van een dodelijk zieke oma. Bij het tankstation op de weg naar Berlijn bleken er echter Stasi-agenten te wachten en vertelden jullie het echte verhaal: jij was voor de DDR. Omdat jullie op het punt stonden gearresteerd te worden, zijn jullie naar Oost-Duitsland gevlucht.
Persoon twee (kind): jouw broer/zus was meerderjarig en kon dus op eigen houtje terug naar de BRD. Jij moest echter blijven en werd met je ouders DDR-burger. Je ouders beloofden je dat het daar het paradijs was, maar al snel realiseerde je, dat niets minder waar was. Je weet niet of je ouders hetzelfde dachten.
Lees verder “Heilstaat”
Echte carnaval
Speler 1: jij hebt sinds enige tijd een relatie met Speler 2, een echte Brabander. Zijn Brabanderschap geeft jou de kans om iets te doen wat op jouw bucketlist staat: eens naar een echt, niet toeristisch carnaval gaan! Met een leuk stellenkostuum.
Speler 2: carnaval is een van de redenen waarom jij Brabant hebt verlaten.
