I’ts the end of the world as we know it (and I feel fine) – R.E.M.
Speler 1: het gaat slecht met de wereld: zure regen, een gat in de ozonlaag, de economische recessie, Ronald Reagan, Margaret Thatcher, Ruud Lubbers, en natuurlijk kan de bom op elk moment vallen. Het zit je dwars en je hebt het er daarom vaak over. Wat kun je doen? Kan je überhaupt nog wel iets doen?
Jouw stiefvader/moeder/zoon/dochter/broer/zus speler 2 is er altijd voor je met een luisterend oor. Maar je vindt hen toch wel erg relaxed onder deze omstandigheden…
Jullie zijn vriendinnen/vrienden, al heel lang.
Persoon A, een tijdje terug heeft persoon B jou (waarschijnlijk onbewust) gekwetst. Je hebt hier destijds niets van gezegd, deels omdat je het niet belangrijk genoeg vond, maar vooral omdat je weet dat persoon B helemaal niet met kritiek om kan gaan. Het zit je echter nog steeds dwars.
Jullie hebben afgesproken in een theehuisje bij B in de buurt.
Nynke, jouw puberzoon is jaren geleden om het leven gekomen door een ontgroening die vreselijk mis ging. De rechtszaak die hierop volgde liep helaas niet op een straf uit voor het studentencorps, door gebrek aan bewijs. Je kunt maar met moeite je leven op de rit krijgen nu jouw enige kind er niet meer is.
Tot er op een dag aangebeld wordt door Adinda. destijds hoofd van studentencorps en meest ijzige van allemaal. Nu staat ze hier met een boodschap.
Persoon 1: Jij bent gelukkig getrouwd, al een hele tijd. Er is alleen één nadeeltje; jij wil graag je verjaardag vieren, maar je partner wil hier telkens niet zo veel aandacht aan geven.
Persoon 2: Jij hebt al een tijd een groot geheim voor je partner, iets waar je liever niet open over bent want je krijgt er vaak vervelende reacties over; jouw ouders zijn allebei Jehova’s. Het vieren van verjaardagen, dat vind je niet iets om bij stil te staan. Je verrast je partner liever op andere momenten, zoals vandaag. Gewoon een dag, uit het niets.
Persoon 1: Jij bent een persoon van stand. Je hebt je leven hard gewerkt, maar bent ook in het bezit van oud geld.
Persoon 2 is de partner van jouw zoon. Je hebt vandaag voor het eerst kennis gemaakt. Jij vindt persoon 2 te min voor jouw zoon, persoon 2 komt namelijk niet van een familie met aanzien. Jullie praten na het eten wat bij.
Jullie zijn familie (broer-zusrelatie) en hadden voor Corona een goede band.
Tijdens Corona zijn jullie beiden qua insteek de andere kant op gegaan. Persoon 1 was van het afstand houden, vaccinatie en avondklok. Persoon 2 was van protesteren, ontkennen en complottheorieën. Jullie vonden dit destijds lastig, maar besloten dat het belangrijk was om de band goed te houden.
Nu, een aantal jaar laten merkt een van jullie dat de ander is doorgeslagen (of wel met het veilig houden of wel met complottheorieën). Je besluit de ander hier op aan te spreken.
Het is 2050. Preppers hebben zich op van alles voorbereid maar niet op de Japanse duizendknoop, toch is het zo dat alles overwoekerd is met deze plant. Zelf roundup kan deze plant niet meer kapot maken. Gebouwen zijn er niet meer. Alles is bedekt met deze plant. De maatschappij is ontwricht, groepen mensen begonnen elkaar naar het leven te staan.
Jullie zijn dieper de Japanse duizendknoop jungle ingegaan. Hebben een hut gemaakt van de plant en eten de plant om te overleven. Jullie staan nu voor de keus hier blijven of toch op zoek gaan naar andere vriendelijke mensen.
Ouder en kind.
Kind, jij hebt van huis uit meegekregen dat ziek zijn hetzelfde is als zwakte tonen. Jouw vader/moeder was altijd stellig; ziek zijn is een keuze. Je hebt dan ook nooit jouw ouder ziek gezien, of wel gezien, maar nooit in bed. Deze ‘mindset’ heb jij overgenomen.
Een van jullie heeft echter nu wel nieuws; die is ongeneeslijk ziek.
Het is koningsdag en Jules, jij hebt al de hele dag rondgelopen, lekker gegeten en gedronken totdat Robin op een veel te volle gracht met een auto over jouw voet heen reed. Jullie zitten bij de eerste hulp te wachten tot je eindelijk geholpen wordt
Met zoon of dochter is het een tijd niet goed gegaan. Op zoek naar zichzelf en depressief. Uit bescherming voor zichzelf is hij/zij bij moeder/vader in gaan wonen. De tijd samen was voor beide fijn maar het is bijna tijd dat zoon/dochter weer op zichzelf kan wonen.
Zoon/ dochter. Wat zat jij diep. Tot suïcidale gedachten aan toe. Gelukkig krabbel je weer wat op. Met gesprekken met je psycholoog ben je er achter gekomen dat het deels komt doordat je vader/ moeder geen liefde kon geven.
Moeder/vader. Je hebt heel goed door dat jij het moeilijk vindt om liefde te geven. Hoe kan je iets geven wat jij niet hebt gehad. Jij werd nog geslagen maar dit wist je altijd te voorkomen naar jouw kinderen. Maar je hebt echt wel op het punt gestaan vroeger. Nu is het fijn dat je dit kon doen voor je zoon dochter. Als hij/zij weg gaat is het huis weer leeg
Jullie zijn beide in de woonkamer