Persoon 1: Jij bent ouder van drie kinderen. Twee die erg succesvol zijn en van persoon 2.
Persoon 2 heeft nu al vier studies achter de rug en elke keer komt hij er naar verloop van tijd achter dat het ’toch niet iets voor hem is’. Maar studie vijf lijkt het toch echt wel te zijn, hij houdt het al 2-en-een-half-jaar vol!
Persoon 2: Jij hebt vanavond afgesproken. De studie is toch niet echt iets voor je.
Persoon 1 en Persoon 2, in Corona tijd hebben jullie een No Kill Shelter opgezet. Lang zittende dieren worden in dit dierenasiel niet geëuthanaseerd. Jullie begonnen met 1 kat; Harry. In de afgelopen 3 jaren brachten jullie ontzettend veel dieren onder bij liefhebbende baasjes.
Corona is nu jaar geleden. De meeste mensen werken meer op kantoor en hebben minder tijd voor hun huisdier. Daarnaast maakt de wet waarin dieren ‘natuurlijker’ moeten leven, ook veel spanningen bij mensen los. Mogen ze binnenkort hun konijn nog wel in een hok houden, hun hond aanlijnen en hun vogels in een kooi houden? Door deze onzekerheden merken jullie dat er minder dieren worden geadopteerd. Jullie zijn nu gedwongen meer dieren samen te houden dan jullie van te voren wilden. De kosten voor het voer, verzorging en dierenarts rekeningen zijn elke maand meer.
Harry, die eerste kat, is nog steeds onder jullie hoede. Al snel bleek dat hij niet plaatsbaar was door territorium agressie. Hij kan niet goed met andere katten samen in 1 hok en leeft dus al 3 jaar in zijn eentje in een groot hok. Vandaag moeten jullie beslissen hoe jullie het asiel verder gaan houden en wat jullie moeten met Harry.
Happy Birthday – Stevie Wonder
Mier had taart gebakken. Voor Eekhoorn, want die was jarig. Maar de taart had zo lekker geroken, dat Mier nu vastzat. Muurvast. Ze kon niet meer naar voren of naar achteren. Had ze maar niet zoveel gegeten. Verdrietig dacht ze dat Eekhoorn haar nu nooit meer zou willen zien omdat ze niet op zijn verjaardag kwam.
Eekhoorn was uitgelaten. Eindelijk zou hij met Mier samen op het bankje alleen in de zon zitten. Olifant was ook nog even langskomen voor zijn verjaardag, maar hij had hem weggestuurd. Hij wilde Mier iets belangrijks vragen. Iets fijns. Maar waar bleef ze nou toch?
Persoon 1; voor je verjaardag heb je van persoon 2 een staatslot gekregen. Bij de trekking van vandaag blijk jij de hoofdprijs van 4 miljoen te hebben gewonnen. Je bent natuurlijk door het dolle heen en daarom besluit je dat je graag persoon 2 mee uit eten wil nemen. Je belt bij die aan om het goede nieuws te delen.
Jullie zijn een stel, gelukkig getrouwd voor 3 jaar.
A moet voor het werk vaak naar Nieuw Zeeland en zit daar dan een lange periode voor werk.
B heeft een tijdje geleden geopperd om te emigreren zodat jullie ook in die periode bij elkaar zijn. Hoewel jullie het beiden moeilijk vinden om jullie leven hier achter te moeten laten, weet A zeker dat die niet wil dat B naar Nieuw Zeeland verhuisd.
Persoon 1, je werkt als gastspreker bij veel grote bedrijven. Tijdens jouw werk spreek jij op verschillende evenementen en wordt jouw verblijf en eten betaald door het bedrijf dat jou inhuurt. Je goede vriendin Persoon 2 heeft het niet breed en daarom nam je haar geregeld mee wanneer je weg ging voor je werk.
Persoon 2, jij keek altijd op van deze luxe, de heerlijk ontbijtjes en extravagante diners. Als bedankje hiervoor heb jij, als verrassing Persoon 1 op een uitje getrakteerd. Jullie hebben gisteren lekker gewandeld, een klein patatje gegeten en vannacht verbleven jullie in een simpel hotelletje.
Persoon 1, dit alles was onder jouw standaarden, het eten was simpel, er sliep een drugsbende boven jullie en je hebt de hele nacht geen oog dicht gedaan.
Als overmaat van ramp, blijkt het ontbijt te bestaan uit een simpel beschuitje met wat verlepte aardbeien. Je bent ‘not amused’. Jullie lopen het hotel uit om nog een dagje te wandelen. Je worstelt met de gedachte om Persoon 2 niet nog eens mee te nemen op een werktripje.
Persoon 1, jij bent na 15 jaar trouwe dienst zojuist plotseling ontslagen. Je hebt je werk altijd met veel plezier gedaan en je ontslag zag je totaal niet aankomen. Er lijkt ook een niet duidelijk aanwijsbare reden te zijn.
Persoon 2, jij hebt zojuist persoon 1 moeten ontslaan. Aangezien persoon 1 ontroostbaar was, biedt je aan met hem/haar mee het pand uit te lopen.
Jullie staan samen in lift wanneer deze plots vast komt te zitten.
A, Jouw moeder heeft sinds 2 jaar een nieuwe vriend. Eerst had jij een vijandige houding. Deze uitdaging ging langzaam over in een flirt. Je kijkt erg tegen hem op. Jouw voorbeeld. Over de tijd werden je gevoelens steeds sterker en kun je je geen toekomst voorstellen zonder hem aan je zijde.
B, jij probeert voor Valentijnsdag morgen een liefdesbrief te schrijven aan je partner, alleen jij bent niet zo romantisch, je vraagt je stiefdochter om hulp. A, als je de liefdesbrief dicteert kun je je gevoelens niet langer binnenhouden.
Persoon 1, jij hebt op jonge leeftijd een relatie gehad waaruit persoon 2 is geboren. Jij vond jezelf niet geschikt als ouderfiguur en bent toen persoon 2 twee jaar oud was, in het holst van de nacht vertrokken.
Persoon 2, jouw vader/moeder heeft altijd tegen je verteld dat persoon 1 geen goed mens was en dat jullie beter af waren zonder hem/haar. Je hebt sinds je twee was dan ook geen contact meer gehad met persoon 1. Jouw moeder/vader is twee maanden geleden overleden en vorige week heb je een kaartje van persoon 1 ontvangen met een verzoek tot een ontmoeting.
Vandaag hebben jullie een lunchafspraak en ontmoetten jullie elkaar in een hele lange tijd weer.
Julia, jij wilde afreizen naar het jaar 2345, maar daar aangekomen, lijkt er toch iets mis te zijn gegaan. Je bent aangekomen in het jaar 1545 en je bevindt je op een slavenschip. Arjen, jij bent slavenhandelaar en er bevindt zich ineens een witte vrouw op jouw schip.