Persoon 1 en Persoon 2, jullie kennen elkaar uit de gevangenis. Jullie hebben 5 jaar op dezelfde afdeling gezeten. Terwijl jullie samen jullie tijd uitzaten klikte het en begonnen jullie met plannen bedenken voor wanneer jullie vrij kwamen. Jullie wilden je leven beteren en gezamenlijk een kroeg opzetten.
Persoon 2, jij bent een week geleden vrij gekomen en vandaag zou ook Persoon 1 vrijkomen. Maar een recent onderzoek gooit roet in het eten; hieruit blijkt dat Persoon 1 al 3 jaar lang illegale spullen de gevangenis binnen smokkelde. Hij is op heterdaad betrapt en daardoor wordt zijn straf verlengd. Persoon 2, jij wist niets van deze handel en hebt hier ook niet aan meegewerkt.
Jullie ontmoeten elkaar tijdens het bezoekuur.
EM, jij bent goed in je werk en hebt het ver geschopt. Het lijkt je allemaal aan te komen waaien; daar geniet je flink van en maak je ook goed gebruik van.
DT, jij bent er eentje van 12-steden, 13-ongelukken. Gelukkig heb jij een financieel sterke basis door jouw familie. Los van al jouw fiasco’s weet jij je altijd te presenteren als een zelfbewuste, sterke persoon. Met groot succes.
DT en EM, jullie mogen elkaar zeker niet; wel hebben jullie al jaren een lucratief bondje. Dat legt jullie geen windeieren. Tot nu toe. DT, terwijl jij vandaag een groots succes viert, heb jij EM, een heel dom gebaar gemaakt. Online word je afgemaakt. En juist in de periode kan jij DT niet ontwijken.
(Jullie staan nu heel even op de enige plek van rust, naast elkaar.)
Persoon 1 en 2, jullie waren brugmatties. Jarenlang sliepen jullie samen onder de stadsbrug. Beiden dakloos, beiden teleurgesteld door het leven.
Persoon 1: in 2014 moest jij een tijdje de bak in vanwege herhaaldelijk winkeldiefstal. Toen je vrijkwam, verwachtte je persoon 2 weer tegen te komen, maar jullie hebben elkaar sindsdien nooit meer gezien. Dat jullie nooit afscheid hebben kunnen nemen, vind je tot vandaag nog erg vervelend. De afgelopen tijd heb je af en aan in de bak gezeten, vandaag ben je vrij en terwijl je de gevangenis uit komt lopen zie jij een bekend gezicht in een net pak naar je toe lopen.
Persoon 2, jij hebt de afgelopen 10 jaar heel wat meegemaakt waar je je oude mattie graag over wil vertellen.
You to me are everything – Children of the ghetto
Locatie: De kleedkamer van de clown, na de voorstelling.
Jullie zijn een half jaar samen.
Dieke. Je bent clown. Je hebt net je voorstelling gespeeld – weer iedereen flink laten lachen. Jij voelt: dit met Patrick kan iets moois worden. Maar alleen als hij je écht ziet. Niet alleen als ‘de leuke clown’, maar als partner, als vrouw, als mens.
Patrick. Je werkt in een formele, ambitieuze wereld – consultancy, kantoren, netwerkborrels. Daar gaat alles over controle, stijl en succes. Je houdt van Dieke, je vindt haar geweldig, oprecht. Maar ze past niet in je wereld, en dat weet je. Dus je houdt haar liever geheim.Je wacht haar op bij haar kleedkamer
You’re so vain – Carly Simon
Dieke. Je bent een gevestigde psycholoog. Jaren geleden had je iets kortstondigs met Kevin. Dé Kevin. Nog relatief jong, maar hij was al groots – in werk, denken, uitstraling.
Nu zie je hem weer, op een borrel over mentale veerkracht. Iets van toen – bewondering, hoop misschien – zit nog steeds onder je huid. Hij denkt vast dat je hier voor hém bent. En dat maakt je woedend. Omdat het waar is.
Kevin. Je bent succesvol. Bekend van media, boeken, praatprogramma’s over persoonlijke groei. Je weet welke indruk je achterlaat bij de mensen om je heen. Dieke is hier voor jou, dat weet je. Ze was een kort hoofdstuk, maar toch.. als ze maar niet dat ene heeft onthouden wat je ooit alleen tegen haar hebt durven zeggen.
In de rustige pantry treffen jullie elkaar.
Jullie zijn op de werf aan het schuren aan jullie kajuitbootje waarmee je al 20 jaar over de Friese wateren hebt gevaren, heel veel met de kinderen, nu weer met z’n tweetjes. Jullie zien dat door het vele schuren het hout erg dun is geworden.
Jules: jou komt het varen je zo langzamerhand de neus uit. Je wilt met de trein naar Budapest, Kroatië, maakt niet uit. Desnoods alleen of met je zoon
Robin: jij hebt al een aanbetaling gedaan voor een nieuwe boot, alleen weet Jules dat nog niet
Persoon 1, jij hebt geprobeerd de eindexamenlijsten te hacken om je cijfer op te schroeven. Helaas zijn ze hier op school achter gekomen en moet jij op gesprek komen. Persoon 2, jij bent de directeur van de school.
Persoon 1. Je hebt moeite met het verbreken van relaties. Je merkt dat je vaak te lang erin blijft zitten omdat je het gevoel van een relatie zo fijn vindt.
Achteraf heb je spijt dat je het lang hebt gerekt. Omdat dit een patroon is geworden ben je zo bang om het te rekken dat je bijna niet meer durft na te denken of de relatie goed is of niet.
Je besluit iemand die dichtbij je staat om raad te vragen.
Persoon 1: rond je elfde leverde een uil een toelatingsbrief af voor Toverburg – de meest prestigieuze toverschool van Nederland. Tot dan toe onbekend voor jou. Omdat jij de een van de weinige leerlingen van niet magische afkomst was, werd je onder de vleugel genomen door Persoon 2 – de gerespecteerde en wijze hoofdmeester(es) van de school.
Je begon enthousiast, maar nu ben je gedesillusioneerd, ook al ben je misschien wel de beste leerling van de school. Binnenkort is je eindexamen, maar je weet dat je niets aan je diploma zal hebben. Niet in de toverwereld, want daar draait het alleen maar om afkomst en familie. Niet in de gewone wereld, want aan vakken als wiskunde, taal, economie, etc. doen ze niet op Toverburg. Je denkt daarom aan stoppen.
Persoon 2: je maakt je zorgen over persoon 1. Hij/zij is de enig overgebleven leerling met een niet-magische afkomst. Als hij/zij stopt, zit je met een probleem: Ministerie van Magische Zaken zet de subsidies stop of, erger nog, ze ontslaan je, omdat je niet aan hun diversiteitseisen kan voldoen.
Vanavond is jullie wekelijkse schaak-avond.
Niet ver van het Friese stadje Franeker is een exotische garnaal in het water aangetroffen. Het beestje, ook bekend onder z’n officiële naam chelicorophium maeoticum, zwom rond in het Van Harinxmakanaal. Pakweg 3000km van de Zwarte zee waar hij thuis hoort.
DNA-onderzoek heeft inmiddels uitgewezen dat hij het echt is, de chelicorophium maeoticum.
A, jij hebt net jubelend de Leeuwarder krant gebeld. Het artikel wordt morgen geplaatst.
B, jij hebt het DNA-onderzoek uitgevoerd. Maar je collega A een beetje voor de gek gehouden. Niks chelicorophium maeoticum. Gewoon een verdwaalde noordzeegarnaal