Jullie zijn vriendinnen/vrienden, al heel lang.
Persoon A, een tijdje terug heeft persoon B jou (waarschijnlijk onbewust) gekwetst. Je hebt hier destijds niets van gezegd, deels omdat je het niet belangrijk genoeg vond, maar vooral omdat je weet dat persoon B helemaal niet met kritiek om kan gaan. Het zit je echter nog steeds dwars.
Jullie hebben afgesproken in een theehuisje bij B in de buurt.
In een bos aan de rand van Diepenveen is Abdij Sion te vinden. Een klooster waar ‘zij die zich toewijden aan God’ permanent wonen. Het is een prachtige plek vol rust en karakter. Het gebouw heeft een fraaie bouwstijl waarbinnen onze nonnen/monniken wonen. Het leven van de nonnen/monniken bestaat uit een vast schema; 8 uur werken, 8 uur bidden en 8 slapen. Het grootste gedeelte van de dag wordt in stilte doorgebracht.
Lees verder “Enigma”
Rianne, jij bent jonge moeder en ongeneeslijk ziek. De Make A Wish foundation heeft jouw laatste wens in vervulling gebracht. Je wil graag weten hoe je dochter opgroeit en om haar nog een laatste keer een knuffel te geven. Je mag een uur in de toekomst over 20 jaar zijn en daarna moet je terug. Adinda jij bent de dochter van Rianne.
Daughters – John Mayer
Ouder en dochter. Jullie zijn net een week terug van avontuurlijke 3 weken Vietnam, waarin jullie samen hebben geraft, gehiket en zelfs een bungeejump hebben gedaan. Kind, het was onwijs gaaf om zo drie weken met je ouder op stap te zijn. Je had nooit geweten dat die zo avontuurlijk was! Behalve wanneer je je bezeerde, dan kwam die verstikkende zorgzaamheid weer naar voren.
Ouder, deze vakantie heeft jou tot een nieuw inzicht geleid; je hebt de afgelopen tijd een besluit genomen, iets wat je nu dolgraag met je dochter wil delen.
Kind, jij hebt zojuist bij binnenkomst je schouder tegen de deurpost gestoten
Persoon 1 en Persoon 2, jullie zijn allebei nonnen in een orthodox katholiek klooster.
Persoon 2, jij bent hier als kind zijnde al gekomen en Persoon 1, jij woont nu een jaar in het klooster. Jullie leven sober en houden een ritme aan van 8 uur werken, 8 uur bidden en zingen en 8 uur rust.
Persoon 1, Persoon 2 is jouw mentor en heeft jou al sinds het begin van je komst onder haar hoede genomen. Jullie hebben wekelijk mentor momentjes waarin jullie vrij zijn om zonder het oog van God te kunnen spreken. In jullie vorige mentormomentje kreeg jij het gevoel dat Persoon 2 hier als kind zijnde niet in vrije keus is gekomen. Hoewel de mentormomentjes vooral op jou gericht zijn, besluit jij bij aankomend mentormoment Persoon 2 hier eens naar te vragen.
Speler 1, jij bent tijdens een vermoeiende werkdag achter het stuur in slaap gevallen. Tot jouw grote afschuw stak het zoontje van speler 2 net op dat moment over. Hij werd geraakt door jouw auto. De buurtbewoners waren er gelukkig snel bij en een ambulance was snel te plaatsen. Het zoontje van speler 2 ligt op dit moment in het ziekenhuis.
Speler 2, jij hebt om een gesprek met speler 1 gevraagd. Jullie ontmoeten elkaar in het restaurant van het ziekenhuis.
Speler 1, jij las vorige week een artikel in de Correspondent over de misstanden in de vrouwelijke turnwereld.
Je las hierin dat vrouwen bij sportscholen met olympische ambities gepusht worden om door te zetten. Trainers blijken over meerdere grenzen van de jonge sporters te gaan en ondanks dat er al meerdere misstanden aan het licht gekomen te zijn, trainers opgestapt zijn en besturen beterschap hebben beloofd, is het artikel somber.
Speler 2 is jouw dochter. Ze is een beroemde turnster die al op jonge leeftijd vele prijzen won. Door het artikel begin je je af te vragen of dit ook jouw dochter overkwam. Je besluit tijdens het afwassen hiernaar te vragen.
Jullie zijn familie (broer-zusrelatie) en hadden voor Corona een goede band.
Tijdens Corona zijn jullie beiden qua insteek de andere kant op gegaan. Persoon 1 was van het afstand houden, vaccinatie en avondklok. Persoon 2 was van protesteren, ontkennen en complottheorieën. Jullie vonden dit destijds lastig, maar besloten dat het belangrijk was om de band goed te houden.
Nu, een aantal jaar laten merkt een van jullie dat de ander is doorgeslagen (of wel met het veilig houden of wel met complottheorieën). Je besluit de ander hier op aan te spreken.
Persoon 1, jij bent trotse ouder van persoon 2, die wereldkampioen is in schaatsen. Toen jij op jonge leeftijd een passende sport zocht voor je kind, hadden jullie niet gedacht dat 20 jaar later een gouden plak om de nek zou hangen. Al sinds kleins af aan staat jouw leven in het teken van de sport van zoon/dochter. Zo sta jij bij elke wedstrijd te roepen aan de kant, heb je de studie sportmassage opgepakt en ben jij bij verlies het klankbord.
Persoon 2, jij hebt jaren lang getraind en een half jaar geleden kreeg jij voor je prestatie je eerste medaille. Een gouden zelfs! Maar jij weet dat jij deze prestatie niet alleen hebt bereikt. Zonder deze hulp had jij natuurlijk nooit gewonnen. Vandaag moet jij gaan vertellen dat je doping hebt gebruikt.
Persoon 1: Jij bent een persoon van stand. Je hebt je leven hard gewerkt, maar bent ook in het bezit van oud geld.
Persoon 2 is de partner van jouw zoon. Je hebt vandaag voor het eerst kennis gemaakt. Jij vindt persoon 2 te min voor jouw zoon, persoon 2 komt namelijk niet van een familie met aanzien. Jullie praten na het eten wat bij.