Wonderwall

Wonderwall van Oasis

Paul. Jij bent omgekomen bij een motorongeluk. Jouw lichaam wordt kunstmatig in leven gehouden omdat jij een donor bent.

Nynke. Jij bent al een tijd hartpatient, je bent zojuist met spoed opgeroepen naar het ziekenhuis. Je hebt zojuist te horen gekregen dat jij vandaag het donorhart van Paul krijgt.

Jullie lichamen liggen zij aan zij op koude operatietafels. Jullie zielen ontmoeten elkaar voor de transitie. Paul, jij wil Nynke nog een belangrijke boodschap meegeven.


Borstamputatie

A jij weet dat je het BRCA1-gen bij je draait, wat de kans op borst- en eierstokkanker aanzienlijk verhoogd. Je hebt regelmatig controles, maar twijfelt de laatste tijd steeds vaker of je je borsten definitief moet amputeren.

Je begint het gesprek hierover met jouw partner B.


Time Bandit

Arjen, de mannen in jouw familie kunnen tijdreizen. Dit goed bewaarde geheim wordt door elke man in jouw familie anders gebruikt. Jij gebruikt het al jaren om naar het jaar 2345 te gaan en bij uitvinder Christian op bezoek te gaan. Deze briljante uitvinder is vooruitstrevend in zijn tijd en jullie zijn ‘bevriend’ geraakt. Wat Christian niet weet is dat jij al jaren zijn uitvindingen afkijkt en dan in je eigen tijd doet alsof jij ze bedacht hebt.

Christian sinds een tijdje heb jij door dat elke keer wanneer jij een nieuwe uitvinding doet, dit nieuw in jouw tijd is. Maar wanneer Arjen langs komt en weer vertrekt, lijkt je omgeving het opeens doodgewoon te vinden wat jij hebt uitgevonden. Je wil je vriend hier bij een volgend bezoek eens naar vragen.


Kattencafé

Xavier(ra)
Yune / Yvar
Zia / Zoran

Jullie werken bij een kattencafé in Leeuwarden. In dit café kunnen de bezoekers tussen de katten plaatsnemen om hun thee/koffie/ taartje te nuttigen. De katten zijn de baas en bepalen zelf of ze geaaid willen worden en op schoot willen komen.

Het café is niet alleen een fijne plek voor katten, maar ook voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. Daar hebben jullie alle drie ervaring mee.
Lees verder “Kattencafé”



Je droeg een roze zwembroekje.

Persoon 1, jij hebt op jonge leeftijd een relatie gehad waaruit persoon 2 is geboren. Jij vond jezelf niet geschikt als ouderfiguur en bent toen persoon 2 twee jaar oud was, in het holst van de nacht vertrokken.

Persoon 2, jouw vader/moeder heeft altijd tegen je verteld dat persoon 1 geen goed mens was en dat jullie beter af waren zonder hem/haar. Je hebt sinds je twee was dan ook geen contact meer gehad met persoon 1. Jouw moeder/vader is twee maanden geleden overleden en vorige week heb je een kaartje van persoon 1 ontvangen met een verzoek tot een ontmoeting.

Vandaag hebben jullie een lunchafspraak en ontmoetten jullie elkaar in een hele lange tijd weer.


Jehova

Persoon 1: Jij bent gelukkig getrouwd, al een hele tijd. Er is alleen één nadeeltje; jij wil graag je verjaardag vieren, maar je partner wil hier telkens niet zo veel aandacht aan geven.

Persoon 2: Jij hebt al een tijd een groot geheim voor je partner, iets waar je liever niet open over bent want je krijgt er vaak vervelende reacties over; jouw ouders zijn allebei Jehova’s. Het vieren van verjaardagen, dat vind je niet iets om bij stil te staan. Je verrast je partner liever op andere momenten, zoals vandaag. Gewoon een dag, uit het niets.


Hotel California

Hotel California van Eagles

Such a lovely place. Dat was jullie California. Maar tegenwoordig niet meer. Kapitalisme heeft dat weg gemaakt en jullie paradijs is verloren. Jullie besluiten dan ook om je soeverein te verklaren en een nieuwe staat op te richten.

Hiervoor hebben jullie een groot stuk land gekocht en jullie als initiatiefnemers zijn al een aantal maanden bezig om over te gaan naar de realisatie. Maar gaandeweg merken jullie toch dat jullie verschillen in de aanpak.  Zo vindt de een dat het een tijdelijke verblijfplaats moet zijn, als een hotel. En de ander een toevluchtsoord voor iedereen.  Hoe gaan jullie verder en komt die nieuwe California er nog wel?


Ik zag je wel

Persoon 1, jij hebt de nare gewoonte om dingen te ontvreemden van het kantoor.

Persoon 2, jij hebt dit gezien en hebt hiervan als bewijs foto’s genomen. In plaats van persoon 1 aan te geven, ga jij deze foto’s gebruiken om dingen gedaan te krijgen bij persoon 1.

Jullie spreken elkaar het magazijn. Persoon 2, jij hebt zojuist de deur achter jullie op slot gedaan.