Persoon 1, jij bent een tijdje geleden gediagnostiseerd met een chronische ziekte en hebt nog maar een korte tijd te leven. Jij hebt een bucket list gemaakt, maar ook een lijst met dingen waar je spijt van hebt.
Een van de dingen is dat je de partner van je zoon verguisd hebt omdat die niet van een rijke familie afkomstig is zoals jullie zelf, hierna heeft je zoon het contact met jullie verbroken. Je hebt je zoon gevraagd om vergiffenis. Die heeft gezegd dat je eerst moet laten blijken dat zijn partner accepteert.
Je hebt persoon 2, de partner van je zoon, dan ook uitgenodigd voor de thee.
Patrick, jij bent koning Karel en Christian is jouw schildknaap, al jaren. Christian zijn taken zijn breed, van jou aankleden tot het klaarmaken van je paard. Jij gaat hier vaak argeloos mee om, hij is een schildknaap en in jouw ogen niet veel meer waard.
Maar Christian, jij bent erachter gekomen dat Patrick een geheim heeft. En je bent van plan dat binnenkort eens goed tegen Patrick te gaan gebruiken.
Speler 1, jij las vorige week een artikel in de Correspondent over de misstanden in de vrouwelijke turnwereld.
Je las hierin dat vrouwen bij sportscholen met olympische ambities gepusht worden om door te zetten. Trainers blijken over meerdere grenzen van de jonge sporters te gaan en ondanks dat er al meerdere misstanden aan het licht gekomen te zijn, trainers opgestapt zijn en besturen beterschap hebben beloofd, is het artikel somber.
Speler 2 is jouw dochter. Ze is een beroemde turnster die al op jonge leeftijd vele prijzen won. Door het artikel begin je je af te vragen of dit ook jouw dochter overkwam. Je besluit tijdens het afwassen hiernaar te vragen.
Jullie zijn vriendinnen/vrienden, al heel lang.
Persoon A, een tijdje terug heeft persoon B jou (waarschijnlijk onbewust) gekwetst. Je hebt hier destijds niets van gezegd, deels omdat je het niet belangrijk genoeg vond, maar vooral omdat je weet dat persoon B helemaal niet met kritiek om kan gaan. Het zit je echter nog steeds dwars.
Jullie hebben afgesproken in een theehuisje bij B in de buurt.
Sultans of Swing van Dire Straits
Persoon 1. Jij bent de leadzanger van een coverbandje Sultans of Swing. Jullie zijn niet heel erg goed en hebben net een zeer slecht optreden gehad voor drie man en een paardenkop.
Op het podium leek je persoon 2 te herkennen en besluit op hem af te lopen. Wanneer je dichterbij komt herken je hem inderdaad als de leadsinger van de Dire Straits, jouw idool.
Persoon 2. jij hebt zojuist dit slechte optreden gezien en hoewel het muzikaal echt niet goed was, werd je door persoon 1 geïnspireerd voor het schrijven van een liedje. Je werkt de laatste details uit en weet nu al dat dit een hit gaat worden, je moet het alleen nog eens worden met persoon 1 dat je hun naam wil gaan gebruiken, dan kunnen zij hieronder niet verder gaan. Maar ja, na dit optreden was dat sowieso geen mogelijkheid, toch?
Jullie hebben al 10 jaar een relatie met elkaar. Maar in die 10 jaar is persoon 1 structureel vreemd gegaan. Persoon 2 komt hier elke keer achter, er volgt een dikke ruzie, persoon 1 belooft beterschap en uiteindelijk vergeeft persoon 2 het.
Elke keer wordt het vergeven moeilijker en elke keer zegt persoon 2 dat het de laatste keer is dat je het pikt.
Persoon 2 is er net achter gekomen dat het weer is gebeurd. Persoon 1 komt zo dadelijk thuis van het werk, jullie vieren vanavond jullie 10 jarig jubileum met een uitgebreid dinertje met z’n tweeën.
Jullie zijn vrienden en staan jullie klaar te maken voor een nieuwe stapavond.
A, jij hoopt dat je crush er vanavond weer is. Je hebt je voorgenomen om deze keer echt iets tegen hem/haar te zeggen. Je hebt de openingszin al in gedachten.
B, wat A niet weet is dat jij vorig jaar al met diens crush naar bed bent geweest.
Persoon 1: jij hebt per ongeluk een belangrijk familie erfstuk naar de kringloopwinkel gedaan, het zat in een kast zonder dat je het doorhad. Je hebt een oproep gedaan om te vragen of de eigenaar van de kast de kast terug wil verkopen (zonder duidelijk te maken dat het erfstuk erin zat).
Persoon 2: Jij hebt de kast gekocht en hebt het erfstuk gevonden. Je weet nog niet of je het terug wil geven.
Persoon 1: Jij bent gelukkig getrouwd, al een hele tijd. Er is alleen één nadeeltje; jij wil graag je verjaardag vieren, maar je partner wil hier telkens niet zo veel aandacht aan geven.
Persoon 2: Jij hebt al een tijd een groot geheim voor je partner, iets waar je liever niet open over bent want je krijgt er vaak vervelende reacties over; jouw ouders zijn allebei Jehova’s. Het vieren van verjaardagen, dat vind je niet iets om bij stil te staan. Je verrast je partner liever op andere momenten, zoals vandaag. Gewoon een dag, uit het niets.
Persoon 2; jouw zoon is jaren geleden om het leven gekomen bij een auto-ongeluk. Aangezien hij donor was, zijn zijn organen naar verschillende mensen gegaan.
Persoon 1, onder andere naar jouw zoon. Je zoon heeft nog een aantal jaren kunnen leven, maar is een maand terug overleden. Hij wilde graag dat jij vertelde dat hij heel erg dankbaar is geweest voor de jaren die hij nog heeft gekregen.
En je besluit contact te leggen met de nabestaanden van de donor die hem nog zoveel gelukkige jaren heeft gegeven.