Persoon 1: In de tweede wereld oorlog is een belangrijk erfstuk van jullie familie door de Duitsers afgenomen. Jij bent hier altijd zeer verbitterd door geweest.
Persoon 2: jij weet dat je grootouders grootste wens is dat het erfstuk terug komt. Na een grote zoektocht heb je het erfstuk gevonden en is het je gelukt om het erfstuk in je bezit te krijgen. Je gaat het dadelijk vol trots aan persoon 1 presenteren. Wat die niet weet is dat de vorige eigenaren het eigenlijk niet af wilden geven, ook jij hebt het dus geroofd.
Persoon 1, jij hebt een grote liefde voor het afstruinen van tweedehands winkels.
Persoon 2, jij zou het niet als een grote liefde, maar als een verslaving benoemen. Jullie huis begint vol te raken met goedkope weckpotten, vazen, servies en andere prullaria. Tijdens de lockdown waren de winkels gesloten en zo ook de tweedehandswinkels. Sinds de afgelopen versoepelingen kun jij je hart weer ophalen.
Persoon 2, jij vindt dat de verzameling echt uit de hand begint te lopen en brengt geregeld spullen naar de tweedehands winkel achter de rug om van persoon 1. Dat er tijdens de lockdown niets bij kwam, vond jij heerlijk.
Zodadelijk komt persoon 1 met een nieuwe verzameling binnen, toevallig wat spullen waarvan persoon 1 kon zweren dat die uit haar/zijn eigen bezit kwamen.
Nynke, jouw puberzoon is jaren geleden om het leven gekomen door een ontgroening die vreselijk mis ging. De rechtszaak die hierop volgde liep helaas niet op een straf uit voor het studentencorps, door gebrek aan bewijs. Je kunt maar met moeite je leven op de rit krijgen nu jouw enige kind er niet meer is.
Tot er op een dag aangebeld wordt door Adinda. destijds hoofd van studentencorps en meest ijzige van allemaal. Nu staat ze hier met een boodschap.
Persoon 1: jij loopt elke dag door het park en elke dag, weer of geen weer, zie jij Persoon 2 op een bankje zitten. Vandaag besluit jij naast ‘m te gaan zitten
Wonderwall van Oasis
Paul. Jij bent omgekomen bij een motorongeluk. Jouw lichaam wordt kunstmatig in leven gehouden omdat jij een donor bent.
Nynke. Jij bent al een tijd hartpatient, je bent zojuist met spoed opgeroepen naar het ziekenhuis. Je hebt zojuist te horen gekregen dat jij vandaag het donorhart van Paul krijgt.
Jullie lichamen liggen zij aan zij op koude operatietafels. Jullie zielen ontmoeten elkaar voor de transitie. Paul, jij wil Nynke nog een belangrijke boodschap meegeven.
Jullie zijn getrouwd, hebben vier kinderen samen.
Persoon 1 jij bent lang geleden gestopt met werken om bij de kinderen te blijven. Je hebt met veel liefde voor ze gezorgd en het zijn nu vier gezonde pubers.
Persoon 2, jij bent lang geleden verliefd geworden op de secretaresse en hebt besloten om te scheiden van je partner.
Persoon 1, doordat jij een gat op je CV hebt, kom jij moeilijk aan werk en hoewel jullie nu een tijdje gescheiden zijn, kun jij geen eigen huis vinden.
Persoon 2, je wil gaan samen wonen met je nieuwe liefde, dat betekent dat persoon 1 met de kinderen uit huis zal moeten.
Persoon 1, jij kampt al 30 jaar met een alcoholverslaving Het heeft je gezinsleven verwoest en hoewel jij al meerdere pogingen hebt gedaan om te stoppen, is het je tot op heden niet gelukt. Hierdoor hebben jouw 5 kinderen en 2 ex-vrouwen het contact met jou verbroken.
De enige met wie je nog contact hebt, is je jongste zoon Persoon 2. Hij is jouw alles en voor hem doe je alles. Dus toen hij een tijdje terug vroeg of hij bij jou in mocht wonen, heb je gelijk ja gezegd. Helaas blijkt, zo vader zo zoon, want kort nadat jullie samenwoonden, biechtte Persoon 2 tegen je op dat ook hij een alcoholverslaving heeft.
Jullie komen zo dadelijk allebei thuis na een nieuwe afkickpoging. Persoon 1 voor jou de zoveelste, Persoon 2 voor jou de eerste.
Persoon 1, jouw moeder heeft je voor de coronacrisis opgesloten in de hoop dat jij geen corona zou krijgen. Je zit hier nu al twee jaar en het heeft gewerkt: tot op heden heb jij geen corona gekregen. Maar ja, je leven is afschuwelijk. Je had lang niemand gezien totdat Persoon 2 daar in eens onder aan je toren staat.
Persoon 2, jij komt sinds die ene ontmoeting elke dag even langs. Jullie zijn dol op elkaar en fantaseren geregeld over een leven samen wanneer Corona weg is. Persoon 2, je probeert Persoon 1 al een tijd te overtuigen om los te breken uit de toren. Je wil graag nu al een leven met haar starten.
Wat Persoon 1 alleen niet weet is dat jij niet gevaccineerd bent.
Persoon 1 en Persoon 2, jullie kennen elkaar uit de gevangenis. Jullie hebben 5 jaar op dezelfde afdeling gezeten. Terwijl jullie samen jullie tijd uitzaten klikte het en begonnen jullie met plannen bedenken voor wanneer jullie vrij kwamen. Jullie wilden je leven beteren en gezamenlijk een kroeg opzetten.
Persoon 2, jij bent een week geleden vrij gekomen en vandaag zou ook Persoon 1 vrijkomen. Maar een recent onderzoek gooit roet in het eten; hieruit blijkt dat Persoon 1 al 3 jaar lang illegale spullen de gevangenis binnen smokkelde. Hij is op heterdaad betrapt en daardoor wordt zijn straf verlengd. Persoon 2, jij wist niets van deze handel en hebt hier ook niet aan meegewerkt.
Jullie ontmoeten elkaar tijdens het bezoekuur.
Persoon 1, jij hebt een goed lopend bedrijf waarmee je boomhutten bouwt. Vooral nu veel kinderen op hun eigen tuin zijn aangewezen, lopen de zaken goed. Jullie verdienen er goed aan en Persoon 1, jij vindt je werk heerlijk om te doen.
Persoon 2, jij kon door het succes van Persoon 1 minder gaan werken en zorgt dan dus nu ook met veel plezier voor jullie 3 kinderen (2 van jullie samen en 1 uit een eerdere relatie).
Persoon 1, omdat de zaken zo goed gaan, zal jij er binnenkort iemand bij moeten hebben om het werk nog aan te kunnen. Je hebt iemand in gedachte; Filip, je eerdere compagnon. Met hem heb je, 20 jaar geleden het bedrijf opgezet. Je hebt echter daarna ook een relatie met hem gehad en je oudste is dan ook zijn zoon. Deze relatie ging echter uit en niet veel lang daarna heb je Persoon 2 ontmoet. Je bent wel samen blijven werken met Filip, maar Persoon 2 heeft je destijds gevraagd om hiermee te stoppen.
Je besluit dit vanavond na een avondje cabaret met hem te overleggen.