Jullie zijn familie (broer-zusrelatie) en hadden voor Corona een goede band.
Tijdens Corona zijn jullie beiden qua insteek de andere kant op gegaan. Persoon 1 was van het afstand houden, vaccinatie en avondklok. Persoon 2 was van protesteren, ontkennen en complottheorieën. Jullie vonden dit destijds lastig, maar besloten dat het belangrijk was om de band goed te houden.
Nu, een aantal jaar laten merkt een van jullie dat de ander is doorgeslagen (of wel met het veilig houden of wel met complottheorieën). Je besluit de ander hier op aan te spreken.
Je oma is een beetje aan het kwakkelen met de haar gezondheid. Jij gaat voor een jaarstage naar Indonesië. Mocht het slechter gaan met oma dan kun je niet zo makkelijk en snel terug naar Nederland. Jij wilt oma vertellen wat jij belangrijk vindt in het contact met haar.
Persoon 1, jij bent laatst gevaccineerd en bent smoorverliefd geworden op de dame die jou vaccineerde. Je hebt op twitter berichten geplaatst en bent naarstig op zoek naar de prikkelende dame van jouw dromen.
Persoon 2, je wist al dat jouw zoon gekke obsessies had, maar deze slaat echt alles. Sinds de dag dat Persoon 1 zijn crush tegen de arm liep, heeft hij het over niets anders. Hij is echt obsessed.
Naast dat je dit zorgelijk en redelijk irritant vindt, weet jij wie de anonieme prikdame is. Je hebt haar namelijk opgespoord in de hoop dat er een liefde zou opbloeien en je eindelijk niet meer zou hoeven samen te wonen met je zoon. Je hebt de dame echt proberen te overtuigen, maar ze wil helaas niets met je zoon, maar vooral met jou niets meer te maken hebben.
Jullie zijn vrienden. Al een hele tijd. Persoon 1 is vorige maand diens partner kwijt geraakt door een misdrijf.
Persoon 2. Jij maakt je zorgen om persoon 1. Je hebt het gevoel dat persoon 1 door is gegaan na die vreselijk dag. Die is blijven werken en wil het er weinig over hebben. Je begrijpt dat rouw niet altijd hetzelfde gaat maar laatst zei persoon 1 iets wat je is bijgebleven.
Je besluit het gesprek aan te gaan.
Persoon 1 en Persoon 2, jullie zijn allebei nonnen in een orthodox katholiek klooster.
Persoon 2, jij bent hier als kind zijnde al gekomen en Persoon 1, jij woont nu een jaar in het klooster. Jullie leven sober en houden een ritme aan van 8 uur werken, 8 uur bidden en zingen en 8 uur rust.
Persoon 1, Persoon 2 is jouw mentor en heeft jou al sinds het begin van je komst onder haar hoede genomen. Jullie hebben wekelijk mentor momentjes waarin jullie vrij zijn om zonder het oog van God te kunnen spreken. In jullie vorige mentormomentje kreeg jij het gevoel dat Persoon 2 hier als kind zijnde niet in vrije keus is gekomen. Hoewel de mentormomentjes vooral op jou gericht zijn, besluit jij bij aankomend mentormoment Persoon 2 hier eens naar te vragen.
Hij is van mij – Kriss Kros Amsterdam, Bizzey, Maan en Tabitha
Nienke
Je bent al jaren samen met je man en minstens zo lang bevriend met haar. Jullie delen alles. Op een bankje, met koffie, voel je dat er iets niet klopt. Haar blik, haar houding… En dan zegt ze iets wat alles op z’n kop zet.
Dieke
Je draagt een groot geheim met je mee. Wat begon als een fout moment, is uitgegroeid tot een affaire met haar man. Het vreet aan je, maar vandaag besluit je het haar te vertellen — wetend dat je alles kunt verliezen.
Speler 1, jij las vorige week een artikel in de Correspondent over de misstanden in de vrouwelijke turnwereld.
Je las hierin dat vrouwen bij sportscholen met olympische ambities gepusht worden om door te zetten. Trainers blijken over meerdere grenzen van de jonge sporters te gaan en ondanks dat er al meerdere misstanden aan het licht gekomen te zijn, trainers opgestapt zijn en besturen beterschap hebben beloofd, is het artikel somber.
Speler 2 is jouw dochter. Ze is een beroemde turnster die al op jonge leeftijd vele prijzen won. Door het artikel begin je je af te vragen of dit ook jouw dochter overkwam. Je besluit tijdens het afwassen hiernaar te vragen.
Persoon 1, jij hebt een grote liefde voor het afstruinen van tweedehands winkels.
Persoon 2, jij zou het niet als een grote liefde, maar als een verslaving benoemen. Jullie huis begint vol te raken met goedkope weckpotten, vazen, servies en andere prullaria. Tijdens de lockdown waren de winkels gesloten en zo ook de tweedehandswinkels. Sinds de afgelopen versoepelingen kun jij je hart weer ophalen.
Persoon 2, jij vindt dat de verzameling echt uit de hand begint te lopen en brengt geregeld spullen naar de tweedehands winkel achter de rug om van persoon 1. Dat er tijdens de lockdown niets bij kwam, vond jij heerlijk.
Zodadelijk komt persoon 1 met een nieuwe verzameling binnen, toevallig wat spullen waarvan persoon 1 kon zweren dat die uit haar/zijn eigen bezit kwamen.
Het werd zomer – Rob de Nijs
Esther: jij hebt een zoon van 19, een cadeautje dat je overhield aan een nachtelijk avontuur met een jochie van 16, jij was destijds 28… Je zoon is een schat, maar zeker niet zo mannelijk als zijn vader toen al was, hij kan je niet eens helpen met het sjouwen van deze dozen!
Paul: de hele ochtend zie je haar al sjouwen, je nieuwe buurvrouw. Iets in haar maakt dat je blijft kijken. Je besluit haar maar eens je hulp aan te bieden.
Jullie maken beiden al drie jaar deel uit van ‘het vergeten zaad’, een lotgenotengroep voor mensen met een anonieme zaaddonnor.
Afgelopen week hebben jullie allebei een brief ontvangen, waarin stond dat bekend is geworden wie jullie vader is, jullie blijken dezelfde vader te hebben. Naast jullie blijkt hij op frauduleuze wijze nog 68 kinderen te hebben verwekt; op last van de rechtbank heeft de donorbank eindelijk openheid van zaken gegeven, waaruit dit is gebleken.
Uit eerdere lotgenotenavonden is duidelijk geworden dat één van jullie in het geval dat hij ooit zijn vader zou kunnen ontmoeten, de wens heeft een intieme band met zijn vader op te bouwen.
De ander heeft juist aangegeven in dat geval er alles aan te doen om de vader geld afhandig te maken.
Zojuist zijn jullie met de brief op zak bij de lotgenotenavond aangekomen, de anderen zijn nog niet gearriveerd.