A, jij worstelt al een tijd met twee angsten; vliegangst en verlatingsangst.
B, jij worstelt ook met deze angsten, met name omdat jij door A nergens komt. Jij wil al heel lang een reis naar Bali maken, maar laat je tegenhouden door A.
Vandaag heb je het besluit genomen; A moet zich over 1 van zijn angsten heenzetten want jij gaat naar Bali.
Persoon 1; voor je verjaardag heb je van persoon 2 een staatslot gekregen. Bij de trekking van vandaag blijk jij de hoofdprijs van 4 miljoen te hebben gewonnen. Je bent natuurlijk door het dolle heen en daarom besluit je dat je graag persoon 2 mee uit eten wil nemen. Je belt bij die aan om het goede nieuws te delen.
Jullie vader is een half jaar geleden overleden. Hij was een markant en excentriek figuur. Hij stond een beetje bekend als de dorpsgek, al was iedereen dol op hem.
Jullie stonden beiden duidelijk in zijn schaduw en moeten dan ook nu een beetje wennen aan het licht. Doordat jullie vader zoveel aandacht opeiste hebben jullie nooit veel aandacht voor elkaar gehad.
De laatste tijd hebben jullie meer gesprekken gevoerd dan ooit tevoren. Jullie moeten ook wel, want er is genoeg wat uitgezocht moet worden. Jullie doen het stap voor stap.
Vandaag is zijn verzameling kittige theekopjes aan de beurt.
A na een lange dag werk stap jij de bus in, je sukkelt langzaam is slaap. Als je wakker wordt, zit er niemand meer in de bus. De bus staat stil naast een weggetje bij een verlaten weiland. Ben je ontvoerd? Je snapt er niks van. Dan zie je dat de buschauffeur er nog wel zit. Hij/zij huilt zachtjes.
B jij bent die buschauffeur.
Persoon 1, jij bent na 15 jaar trouwe dienst zojuist plotseling ontslagen. Je hebt je werk altijd met veel plezier gedaan en je ontslag zag je totaal niet aankomen. Er lijkt ook een niet duidelijk aanwijsbare reden te zijn.
Persoon 2, jij hebt zojuist persoon 1 moeten ontslaan. Aangezien persoon 1 ontroostbaar was, biedt je aan met hem/haar mee het pand uit te lopen.
Jullie staan samen in lift wanneer deze plots vast komt te zitten.
Persoon 1 en 2, jullie waren brugmatties. Jarenlang sliepen jullie samen onder de stadsbrug. Beiden dakloos, beiden teleurgesteld door het leven.
Persoon 1: in 2014 moest jij een tijdje de bak in vanwege herhaaldelijk winkeldiefstal. Toen je vrijkwam, verwachtte je persoon 2 weer tegen te komen, maar jullie hebben elkaar sindsdien nooit meer gezien. Dat jullie nooit afscheid hebben kunnen nemen, vind je tot vandaag nog erg vervelend. De afgelopen tijd heb je af en aan in de bak gezeten, vandaag ben je vrij en terwijl je de gevangenis uit komt lopen zie jij een bekend gezicht in een net pak naar je toe lopen.
Persoon 2, jij hebt de afgelopen 10 jaar heel wat meegemaakt waar je je oude mattie graag over wil vertellen.
A, jij bent een doorgewinterde politicus van het zuiverste soort én luis in de pels van De Tweede Kamer. Maar de jonge generatie, onder leiding van B, maakt je steeds vaker openlijk belachelijk. Na de aftrap van het nieuwe parlementaire jaar sta je nu, duurzaam als altijd, op de bus te wachten. Naast B.
Daughters – John Mayer
Ouder en dochter. Jullie zijn net een week terug van avontuurlijke 3 weken Vietnam, waarin jullie samen hebben geraft, gehiket en zelfs een bungeejump hebben gedaan. Kind, het was onwijs gaaf om zo drie weken met je ouder op stap te zijn. Je had nooit geweten dat die zo avontuurlijk was! Behalve wanneer je je bezeerde, dan kwam die verstikkende zorgzaamheid weer naar voren.
Ouder, deze vakantie heeft jou tot een nieuw inzicht geleid; je hebt de afgelopen tijd een besluit genomen, iets wat je nu dolgraag met je dochter wil delen.
Kind, jij hebt zojuist bij binnenkomst je schouder tegen de deurpost gestoten
Jullie zijn twee oud klasgenoten en hebben elkaar jaren niet gezien.
Persoon 1, het valt je op dat persoon 2 er fantastisch uit ziet. Vroeger had je altijd al een oogje op diegene en zoals die er nu uitziet komt alles weer bij je terug.
Persoon 2, jij zit op dit moment in een chemo-traject en loopt op dit moment voor het eerst met een pruik op.
A, jij bent de meest geliefde buurvrouw van de straat. Jij organiseert het jaarlijkse straatfeest, de bloemetjes voor de zieken en staat altijd klaar. Iedereen noemt jou ‘de sterke vrouw’. Zo heb je ook een langlopende band met je buren.
B, als zoon van de buurvrouw kom jij al jaren iedere week bij A over de vloer. Als inmiddels volwassen zoon van A’s buurvrouw, snap je nog steeds niet waarom jij nog altijd iedere week naar A gaat. Tot vanavond.