A, op weg naar je vakantieadres krijg je een lekke band. Je zet de auto aan de kant en gelukkig komt er een behulpzame wandelaar naar je toe.
B, jij bent deze wandelaar. Jouw plan is gelukt.
Speler 1
Jij hebt geen gemakkelijke jeugd gehad. Door alle ellende ben je aan de drugs geraakt. Je hebt gestolen gedeald, bent mishandelt in je relatie. Je hebt je kinderen verwaarloosd. Je kind heeft vijf jaar geleden het contact verbroken omdat ze steeds gekwetst werd in het contact met jou. Nu ben je twee jaar clean en wilt niets liever dan het contact met je kind
Speler 2
Door verslaafde ouders en de verwaarlozing die daar uit volgde heb jij een hechting stoornis. Je hebt moeite met relaties en kan moeilijk mensen vertrouwen. Je vader/moeder heeft een jaar geleden een excuus brief geschreven. Maar tot nu toe ben je elke keer teleurgesteld in het contact met je ouder. Toch heb je af gesproken om elkaar vandaag te zien.
Speler 1, jij werkt nu al 20 jaar bij de politie en tijdens je dienst gisteren heb je je eigen buurman moeten bekeuren.
Speler 2, jij smeekte speler 1 om door de vingers te kijken aangezien jullie al 15 jaar erg goede buren zijn. Maar dit wilde speler 1 niet, je besluit verhaal te gaan halen.
Jullie zijn al jaren gelukkig samen en vormen een fijn koppel.
Speler één jij bent onderdeel van een zoekteam en je bent net terug vanuit Marokko. Daar is een verschrikkelijke aardbeving geweest. Je hebt veel gezien en meegemaakt. Je hebt mensen onder het puin weggehaald. Een aantal levend maar meer overleden. Een meisje van zes blijft op je netvlies staan. Je kon niets voor haar doen behalve haar terug geven aan haar familie. Nu ben je aan het bijkomen.
Speler twee. Je bent altijd bezorgd als je partner op een missie is. Jij runt dan het huishouden. Je bent blij dat hij/zij weer terug is. Hij/zij zit nu al twee dagen wezenloos voor zich uit te staren op de bank. Je denkt dat het goed is dat hij in beweging komt en stelt voor om het schuurtje op te knappen een klusje wat jullie al twee jaar voor jullie uitschuiven.
Jullie zijn gestationeerd op de Belgische Koning Boudewijnbasis op de Zuidpool.
Jules, jouw specialisatie is aardmagnetisme en Robin, jij bent een expert in de stratosfeer en de ozonlaag. Jullie zijn sinds september werkzaam op de basis en nu in maart loopt de “zomer” ten einde en wordt het steeds moeilijker om buiten te zijn.
Vandaag hebben jullie een vrije dag en hebben besloten samen een laatste tocht naar de pinguïn-kolonie te maken, 2 kilometer verderop. Op de terugweg, als het alweer donker wordt, is Jules gestruikeld en kan niet meer lopen. Dat is beroerd, want jij bent de enige van de twee die de slee goed weet te sturen. Robin, jij probeert met je walkietalkie de basis te bereiken, maar de accu heeft nog maar 1 streepje.
Arjen, de mannen in jouw familie kunnen tijdreizen. Dit goed bewaarde geheim wordt door elke man in jouw familie anders gebruikt. Jij gebruikt het al jaren om naar het jaar 2345 te gaan en bij uitvinder Christian op bezoek te gaan. Deze briljante uitvinder is vooruitstrevend in zijn tijd en jullie zijn ‘bevriend’ geraakt. Wat Christian niet weet is dat jij al jaren zijn uitvindingen afkijkt en dan in je eigen tijd doet alsof jij ze bedacht hebt.
Christian sinds een tijdje heb jij door dat elke keer wanneer jij een nieuwe uitvinding doet, dit nieuw in jouw tijd is. Maar wanneer Arjen langs komt en weer vertrekt, lijkt je omgeving het opeens doodgewoon te vinden wat jij hebt uitgevonden. Je wil je vriend hier bij een volgend bezoek eens naar vragen.
Jullie gaan trouwen! Op het moment zijn jullie druk bezig met de planning van de bruiloft. Uiteraard zijn jullie het niet over alles eens, maar als het gaat om de trouwambtenaar zitten jullie op één lijn: dat moet per se een BN’er zijn. Een van jullie zou dit regelen – maar door budget, jullie trouwdatum en een tikkeltje uitstelgedrag, is er maar een BN’er beschikbaar. En dat is nou niet bepaald de favo van jouw partner.
Jullie zijn broers/zussen. Samen met andere broer Leo zijn jullie hecht, maar zoals tussen veel broers en zussen is er ook af en toe wat gekibbel en geroddel. Dat was vroeger thuis al zo, en nu jullie allemaal volwassenen zijn nog steeds. Niet met en niet zonder elkaar kunnen jullie.
A, jij bent aan het verhuizen. Naar De Vijfhoek, de nieuwbouwwijk van Deventer.
B, jij en je andere broer begrijpen daar niks van en roddelen daar via WhatsApp aardig over. Zoals dat A daar als net-niet-geslaagde carrièremaker toch aardig past met zijn burgerlijke middenklasser auto.
B, jij hebt beloofd om vandaag te helpen met klussen in het nieuwe huis van A. Nog tot vlak voor je vertrok appte je met Leo. Iets over of je met al die identieke twee halen 1 betalen schuttingtuintjes je wel het goede huis zou kunnen vinden. En nu, terwijl je aanbelt bij A, realiseer je je dat je die app niet naar Leo, maar naar A hebt gestuurd.
Speler 1 en Speler 2: jullie zijn beste vrienden/vriendinnen. Een van jullie heeft een paar maanden terug een baby gekregen. Het is die speler opgevallen dat de ander die baby niet graag vast lijkt te houden en vaak nogal obligaat naar het kind vraagt . Dat komt omdat die ander de baby eigenlijk heel lelijk vind, maar dit niet durft te zeggen.
Jullie hebben voor het eerst in lange tijd een afspraak zonder de baby.
Jullie zijn een arbeidersgezin. De partners zijn al 30 jaar samen. De ouders hebben altijd hard gewerkt. Hoewel de partners vanuit liefde bij elkaar zijn gekomen. Er zijn nog verhalen van dansavonden waarbij tot diep in de nacht duurde. Nu wordt er vooral naast elkaar wordt geleefd. Tenminste die indruk krijg jij, zoon of dochter.
De kostwinnaar zit in zijn stoel en zegt “ heb jij mijn bril gezien”. De partner staat op en pakt de bril en legt die voor haar partner neer met de woorden “die kun je toch ook zelf pakken”
zoon/dochter, jij gaat er wat van zeggen