Jullie zijn al jaren vrienden, dit is al vanaf de basisschool. Jullie zijn in dezelfde stad gaan studeren en gaan daar ook regelmatig stappen en komen ook regelmatig bij elkaar op bezoek. Nu zijn jullie bijna bezig met af studeren op het hbo. Maar jouw vriend maakt er steeds meer een potje van. Lang stappen veel verschillende vriendjes veel drinken en veel spijbelen.
A, jij worstelt al een tijd met twee angsten; vliegangst en verlatingsangst.
B, jij worstelt ook met deze angsten, met name omdat jij door A nergens komt. Jij wil al heel lang een reis naar Bali maken, maar laat je tegenhouden door A.
Vandaag heb je het besluit genomen; A moet zich over 1 van zijn angsten heenzetten want jij gaat naar Bali.
Jullie zijn al jaren gelukkig samen en vormen een fijn koppel.
Speler één jij bent onderdeel van een zoekteam en je bent net terug vanuit Marokko. Daar is een verschrikkelijke aardbeving geweest. Je hebt veel gezien en meegemaakt. Je hebt mensen onder het puin weggehaald. Een aantal levend maar meer overleden. Een meisje van zes blijft op je netvlies staan. Je kon niets voor haar doen behalve haar terug geven aan haar familie. Nu ben je aan het bijkomen.
Speler twee. Je bent altijd bezorgd als je partner op een missie is. Jij runt dan het huishouden. Je bent blij dat hij/zij weer terug is. Hij/zij zit nu al twee dagen wezenloos voor zich uit te staren op de bank. Je denkt dat het goed is dat hij in beweging komt en stelt voor om het schuurtje op te knappen een klusje wat jullie al twee jaar voor jullie uitschuiven.
X en Y, jullie werken al twintig jaar samen bij de bieb. Vorige week is bekend geworden dat een deel van de personeelsdossiers van de bibliotheek zijn gehacked.
X, als techneut weet jij hier meer van.
Y, jij bent een van de gedupeerde collega’s waarvan alle gegevens op straat ligt.
Jullie zijn twee jeugdvrienden en kennen elkaar al heel lang. Jullie hebben het plan opgepakt om een roadtrip te maken van het noorden van Amerika naar het zuiden van Amerika. Avontuurlijk als jullie zijn hebben jullie weinig gepland. Jullie hebben een half jaar uitgetrokken daarvoor. De een heeft lfb uren gespaard, de ander heeft zijn baan opgezegd.
Jullie zijn anderhalve maand op pad. Vandaag hebben jullie vooral saaie snelwegen gezien en jullie gespreksstof is ook bijna op. Tot overmaat van ramp zijn jullie verkeerd gereden. Jullie wilden ouderwets met een kaart de route uitzetten. Uitgeput komen jullie op jullie bestemming aan.
Persoon 2; jouw zoon is jaren geleden om het leven gekomen bij een auto-ongeluk. Aangezien hij donor was, zijn zijn organen naar verschillende mensen gegaan.
Persoon 1, onder andere naar jouw zoon. Je zoon heeft nog een aantal jaren kunnen leven, maar is een maand terug overleden. Hij wilde graag dat jij vertelde dat hij heel erg dankbaar is geweest voor de jaren die hij nog heeft gekregen.
En je besluit contact te leggen met de nabestaanden van de donor die hem nog zoveel gelukkige jaren heeft gegeven.
Ouder en kind.
Kind, jij hebt van huis uit meegekregen dat ziek zijn hetzelfde is als zwakte tonen. Jouw vader/moeder was altijd stellig; ziek zijn is een keuze. Je hebt dan ook nooit jouw ouder ziek gezien, of wel gezien, maar nooit in bed. Deze ‘mindset’ heb jij overgenomen.
Een van jullie heeft echter nu wel nieuws; die is ongeneeslijk ziek.
Esther je bent alleenstaande moeder van Lotte. Maar sinds kort is Lotte op zichzelf gaan wonen. Je hebt jezelf beloofd nu ECHT haar haar eigen dingetjes te laten doen…
Lotte sinds kort woon jij op jezelf! En heb je jezelf 1 ding voorgenomen. Jij gaat het allemaal ZELF doen!
Na de eerste maand zijn jullie op de koffie bij Lottes nieuwe huisje… benieuwd hoe het de afgelopen maand is vergaan
Persoon 1, persoon 2: Jullie zijn al een tijdje aan het daten. Jullie vinden elkaar heel leuk alleen nu blijkt dat er iets tussen jullie in staat. Een van jullie houdt al een tijdje verborgen dat die uit een rijke familie komt, uit angst dat de ander dan dit als reden gaat zien om de relatie goed te houden. Jullie hebben net de nacht samen doorgebracht.
Persoon 1, jij hebt de nare gewoonte om dingen te ontvreemden van het kantoor.
Persoon 2, jij hebt dit gezien en hebt hiervan als bewijs foto’s genomen. In plaats van persoon 1 aan te geven, ga jij deze foto’s gebruiken om dingen gedaan te krijgen bij persoon 1.
Jullie spreken elkaar het magazijn. Persoon 2, jij hebt zojuist de deur achter jullie op slot gedaan.