A en B komen net terug van het tien minuten ouder gesprek op school. Jullie zoon Vlinder is blijkbaar de pestkop van de klas. Jullie beeld hierbij verschilt, van de juf en van elkaar…
I want to hold your hand – The Beatles
A en B, jullie hebben een relatie.
A, nadat B herhaaldelijk is vreemd gegaan heb je een extreme verlatingsangst ontwikkeld.
B jij kwijnde weg in schuldgevoel. Want jullie zijn echt voor elkaar bestemd.
Daarom hebben jullie afgesproken elkaars hand nooit meer los te laten, letterlijk. Deze mooie belofte, ontstaan uit angst van A en schuldgevoel van B, is in de praktijk toch wat onhandig.
Wat doe je? Jullie zijn hand in hand aan het tuinieren.
Nynke, jouw puberzoon is jaren geleden om het leven gekomen door een ontgroening die vreselijk mis ging. De rechtszaak die hierop volgde liep helaas niet op een straf uit voor het studentencorps, door gebrek aan bewijs. Je kunt maar met moeite je leven op de rit krijgen nu jouw enige kind er niet meer is.
Tot er op een dag aangebeld wordt door Adinda. destijds hoofd van studentencorps en meest ijzige van allemaal. Nu staat ze hier met een boodschap.
Jullie zijn jeugdliefdes en 2 jaar geleden getrouwd en hebben net je eerste kind gekregen. Helaas is dat niet de grote roze wolk waar jullie op gehoopt hadden. Jullie kindje is door zuurstoftekort bij de geboorte ernstig ziek. De artsen in Nederland kunnen niets meer voor haar doen, behalve dan haar pijnloos laten sterven. De vrouw denkt dat dit de beste oplossing is. De man wil geld gaan verzamelen voor een controversiële experimentele behandeling in Amerika.
Jules en Robin, jullie zijn tieners en jullie repeteren voor het toneelstuk dat jaarlijks op De Grote Avond wordt opgevoerd voor alle leerlingen en familieleden in de grote zaal van de schouwburg.
In jullie rol zijn jullie verliefd, maar wat het repeteren echt heel ingewikkeld maakt is dat jullie in het echt ook verliefd zijn op elkaar, maar dat weten jullie niet.
Jullie repeteren nu de scène van de tweede ontmoeting in het park
Sultans of Swing van Dire Straits
Persoon 1. Jij bent de leadzanger van een coverbandje Sultans of Swing. Jullie zijn niet heel erg goed en hebben net een zeer slecht optreden gehad voor drie man en een paardenkop.
Op het podium leek je persoon 2 te herkennen en besluit op hem af te lopen. Wanneer je dichterbij komt herken je hem inderdaad als de leadsinger van de Dire Straits, jouw idool.
Persoon 2. jij hebt zojuist dit slechte optreden gezien en hoewel het muzikaal echt niet goed was, werd je door persoon 1 geïnspireerd voor het schrijven van een liedje. Je werkt de laatste details uit en weet nu al dat dit een hit gaat worden, je moet het alleen nog eens worden met persoon 1 dat je hun naam wil gaan gebruiken, dan kunnen zij hieronder niet verder gaan. Maar ja, na dit optreden was dat sowieso geen mogelijkheid, toch?
Persoon 1: jij hebt per ongeluk een belangrijk familie erfstuk naar de kringloopwinkel gedaan, het zat in een kast zonder dat je het doorhad. Je hebt een oproep gedaan om te vragen of de eigenaar van de kast de kast terug wil verkopen (zonder duidelijk te maken dat het erfstuk erin zat).
Persoon 2: Jij hebt de kast gekocht en hebt het erfstuk gevonden. Je weet nog niet of je het terug wil geven.
Jullie zijn een arbeidersgezin. De partners zijn al 30 jaar samen. De ouders hebben altijd hard gewerkt. Hoewel de partners vanuit liefde bij elkaar zijn gekomen. Er zijn nog verhalen van dansavonden waarbij tot diep in de nacht duurde. Nu wordt er vooral naast elkaar wordt geleefd. Tenminste die indruk krijg jij, zoon of dochter.
De kostwinnaar zit in zijn stoel en zegt “ heb jij mijn bril gezien”. De partner staat op en pakt de bril en legt die voor haar partner neer met de woorden “die kun je toch ook zelf pakken”
zoon/dochter, jij gaat er wat van zeggen
Persoon 1, jij hebt de nare gewoonte om dingen te ontvreemden van het kantoor.
Persoon 2, jij hebt dit gezien en hebt hiervan als bewijs foto’s genomen. In plaats van persoon 1 aan te geven, ga jij deze foto’s gebruiken om dingen gedaan te krijgen bij persoon 1.
Jullie spreken elkaar het magazijn. Persoon 2, jij hebt zojuist de deur achter jullie op slot gedaan.
Persoon 1, jaren geleden heb jij een voorschot op de erfenis gevraagd en ben jij met de noorderzon vertrokken. Nu heb jij na jaren van feesten, alcohol en drugs het geld er doorheen gebrast. Je bent blut en er zat niets anders op dan terugkeren naar je geboortegrond en persoon 2 weer om hulp te vragen. Vol schaamte kom je aan.