Persoon 1, jouw moeder heeft je voor de coronacrisis opgesloten in de hoop dat jij geen corona zou krijgen. Je zit hier nu al twee jaar en het heeft gewerkt: tot op heden heb jij geen corona gekregen. Maar ja, je leven is afschuwelijk. Je had lang niemand gezien totdat Persoon 2 daar in eens onder aan je toren staat.
Persoon 2, jij komt sinds die ene ontmoeting elke dag even langs. Jullie zijn dol op elkaar en fantaseren geregeld over een leven samen wanneer Corona weg is. Persoon 2, je probeert Persoon 1 al een tijd te overtuigen om los te breken uit de toren. Je wil graag nu al een leven met haar starten.
Wat Persoon 1 alleen niet weet is dat jij niet gevaccineerd bent.
Jules, je hangt voor de buis. Onrustig. Moe. Verdrietig. Een vreemde angst draait om je heen.
Robin, je bent de geest van de partner van Jules. Je kunt het huis niet verlaten en wacht tot je bevrijd wordt. Tot Jules je loslaat.
In de kamer hiernaast begint jullie dochtertje weer te huilen.
A, het is zover. Jij gaat trouwen. Wat kijk je uit naar de dag. Van jouw moeder B heb je haar trouwjurk gehad om te mogen dragen. Pofmouwen, parels, kanten snot. Wal ge lijk. Je hebt hem laten vermaken, alleen… Dat ben je vergeten aan je moeder te vertellen. Het is de avond voor jouw huwelijk…
Jullie zijn een jong stel dat samen op vakantie is in Texas. Jullie hebben ondervonden dat vakanties de ultieme relatietest zijn en het is maar de vraag wat eerder ophoudt; jullie vakantie of de relatie.
Jullie staan voor de volgende uitdaging: jullie zijn vast komen te zitten in een hevige thunderstorm.
Persoon 1, jij zit achter het stuur maar durft op dit moment niet meer verder te rijden.
Persoon 2, jij zou wel verder willen rijden maar kunt de auto niet uit met het hevige onweer boven jullie. Er zit voor nu dan ook niets anders op dan wachten.
Persoon 1: Jij bent ouder van drie kinderen. Twee die erg succesvol zijn en van persoon 2.
Persoon 2 heeft nu al vier studies achter de rug en elke keer komt hij er naar verloop van tijd achter dat het ’toch niet iets voor hem is’. Maar studie vijf lijkt het toch echt wel te zijn, hij houdt het al 2-en-een-half-jaar vol!
Persoon 2: Jij hebt vanavond afgesproken. De studie is toch niet echt iets voor je.
Persoon 1, jaren geleden heb jij een voorschot op de erfenis gevraagd en ben jij met de noorderzon vertrokken. Nu heb jij na jaren van feesten, alcohol en drugs het geld er doorheen gebrast. Je bent blut en er zat niets anders op dan terugkeren naar je geboortegrond en persoon 2 weer om hulp te vragen. Vol schaamte kom je aan.
Persoon 1, jij bent jaren geleden verzwolgen geraakt door een loverboy. In de trance van de loverboy heb je gebroken met je familie en vrienden en vreselijke herinneringen opgebouwd. Een die je gewaarschuwd had voor ex was persoon 2.
Voordat jullie het contact verbroken hebben jullie een grote ruzie gehad. Persoon 2 waarschuwde je, maar jij wilde niet luisteren. Je hebt je los weten te breken uit de klauwen van je ex en bent met veel moeite weer opgenomen door je familie.
Persoon 2 heb je al die tijd niet gezien, tot jullie elkaar tegen het lijf lopen bij de diepvriesafdeling van de supermarkt.
Persoon 1, persoon 2, jullie zijn al jaren lang goed bevriend met elkaar en gaan elk jaar samen op vakantie. Het is elk jaar een andere plek maar de inhoud is hetzelfde; tentje, mooie omgeving en overdag doen jullie iets actiefs. Vandaag zouden jullie gaan kanoën, maar er is gisteravond iets gebeurt. Vanmorgen wilde Persoon 1 niet meer bij persoon 2 in de kano stappen en dus hebben jullie elk een eigen kano. Jullie zijn jullie tocht over de rivier in stilte begonnen, maar de vraag is hoe lang het stil blijft.
Jullie zijn getrouwd, hebben vier kinderen samen.
Persoon 1 jij bent lang geleden gestopt met werken om bij de kinderen te blijven. Je hebt met veel liefde voor ze gezorgd en het zijn nu vier gezonde pubers.
Persoon 2, jij bent lang geleden verliefd geworden op de secretaresse en hebt besloten om te scheiden van je partner.
Persoon 1, doordat jij een gat op je CV hebt, kom jij moeilijk aan werk en hoewel jullie nu een tijdje gescheiden zijn, kun jij geen eigen huis vinden.
Persoon 2, je wil gaan samen wonen met je nieuwe liefde, dat betekent dat persoon 1 met de kinderen uit huis zal moeten.
Persoon 1: rond je elfde leverde een uil een toelatingsbrief af voor Toverburg – de meest prestigieuze toverschool van Nederland. Tot dan toe onbekend voor jou. Omdat jij de een van de weinige leerlingen van niet magische afkomst was, werd je onder de vleugel genomen door Persoon 2 – de gerespecteerde en wijze hoofdmeester(es) van de school.
Je begon enthousiast, maar nu ben je gedesillusioneerd, ook al ben je misschien wel de beste leerling van de school. Binnenkort is je eindexamen, maar je weet dat je niets aan je diploma zal hebben. Niet in de toverwereld, want daar draait het alleen maar om afkomst en familie. Niet in de gewone wereld, want aan vakken als wiskunde, taal, economie, etc. doen ze niet op Toverburg. Je denkt daarom aan stoppen.
Persoon 2: je maakt je zorgen over persoon 1. Hij/zij is de enig overgebleven leerling met een niet-magische afkomst. Als hij/zij stopt, zit je met een probleem: Ministerie van Magische Zaken zet de subsidies stop of, erger nog, ze ontslaan je, omdat je niet aan hun diversiteitseisen kan voldoen.
Vanavond is jullie wekelijkse schaak-avond.