A en B, jullie zijn beste vrienden en op vakantie. Eindelijk helemaal uitchecken en de piste af. Jägermeister, kaizersmarln, die knappe skileraar. Dit doen jullie al jaren.
A, jij kijkt ieder jaar uit naar deze week. Alleen, B lijkt het werk niet helemaal los te kunnen laten. Net als vorig jaar. En het jaar ervoor. En het jaar daarvoor…
The Doctor’s Wife – The Clockwork Quartet
A: Jij bent een briljante doctor! Al jaren ben jij het aanspreekpunt voor de medische wetenschap! En al jaren was je gelukkig samen met B, al sinds de middelbare school zijn jullie een stel en verslonden jullie alle muffins die jullie zagen. Maar helaas, er zijn ziektes die zelfs jij niet kan genezen. B is na een vreselijk ziekte bed overleden.
Hier ben je nooit bovenop gekomen. Voor al je kennen en kunde om dan zo je partner te verliezen. Voor jou was er geen andere. En om de pijn te verergeren…
Een paar jaar later was het medicijn ontwikkeld. Je bent toen als een bezetene gaan sleutelen aan een tijdmachine. Iedereen verklaarde je voor gek, en jij stiekem jezelf ook. Maar… HET IS GELUKT! Al hoewel… Je bent duidelijk terug in de tijd maar… Iedereen rijdt links? Niemand weet wat een internet is? Muffins worden als dodelijke wapens beschouwd!?
Jij beseft je dat je bent in een alternatief verleden terecht gekomen. Je hebt B alsnog weten op te sporen… Maar of ze in deze realiteit ziek is weet je niet.
B: In dit alternatief verleden was A een enorme rotzak tegenover jou! Dankzij A was elke dag van jouw middelbare school een regelrechte hel. Je hele leven is hierdoor 1 grote draaikolk van angst en onzekerheid geworden. En dan wordt zo’n monster ook nog eens een van de belangrijkste doctoren in de wereld! Waar is de gerechtigheid? Nou in het feit dat in deze wereld A aan een vreselijke ziekte is overleden.
Maar nu staat er een oudere versie van A opeens voor je MET het medicijn wat zijn ziekte had kunnen genezen. Is dit een zieke grap? Gelukkig ben je bewapend met een muffin… (aan de speler, je mag zelf bepalen of je in deze realiteit ziek bent)
A en B komen net terug van het tien minuten ouder gesprek op school. Jullie zoon Vlinder is blijkbaar de pestkop van de klas. Jullie beeld hierbij verschilt, van de juf en van elkaar…
Moeder heeft altijd hard gewerkt verschillende schoonmaak baantjes productievermogen, enz. Alles zodat de kinderen het beter hadden.
Dochter, jij kon goed leren en hebt snel carrière gemaakt. Je bent je moeder dankbaar maar je merkt ook dat je in je nieuwe werk niet praat over je moeder omdat je je schaamt over haar afkomst
Twee collega’s die in de zorg werken. Jullie werken al 8 jaar samen. De ene is de leermeester van de ander geweest. Beide waarderen elkaar omdat ze in verschillende situaties goed samen hebben gewerkt en moeilijke klussen hebben geklaard. De ene heeft alles al mee gemaakt en ziet nieuwe ontwikkelingen niet zitten, hij werkt ze tegen en geeft er op af.
De ander wil zich en de werkomgeving verder ontwikkelen en begint zich steeds vaker te ergeren aan de vastgeroeste collega.
Jullie zijn een stel, gelukkig getrouwd voor 3 jaar.
A moet voor het werk vaak naar Nieuw Zeeland en zit daar dan een lange periode voor werk.
B heeft een tijdje geleden geopperd om te emigreren zodat jullie ook in die periode bij elkaar zijn. Hoewel jullie het beiden moeilijk vinden om jullie leven hier achter te moeten laten, weet A zeker dat die niet wil dat B naar Nieuw Zeeland verhuisd.
Persoon 1, jij bent trotse ouder van persoon 2, die wereldkampioen is in schaatsen. Toen jij op jonge leeftijd een passende sport zocht voor je kind, hadden jullie niet gedacht dat 20 jaar later een gouden plak om de nek zou hangen. Al sinds kleins af aan staat jouw leven in het teken van de sport van zoon/dochter. Zo sta jij bij elke wedstrijd te roepen aan de kant, heb je de studie sportmassage opgepakt en ben jij bij verlies het klankbord.
Persoon 2, jij hebt jaren lang getraind en een half jaar geleden kreeg jij voor je prestatie je eerste medaille. Een gouden zelfs! Maar jij weet dat jij deze prestatie niet alleen hebt bereikt. Zonder deze hulp had jij natuurlijk nooit gewonnen. Vandaag moet jij gaan vertellen dat je doping hebt gebruikt.
Jullie zijn een lesbisch stel en hebben een zoon. Er is een uitvoering op school van je zoon. Jullie zoon wil echter maar een van de moeders mee naar die uitvoering. Hij is bang dat een lesbisch stel niet past in de visie van de school en hij is bang om gepest te worden.
Persoon 1: rond je elfde leverde een uil een toelatingsbrief af voor Toverburg – de meest prestigieuze toverschool van Nederland. Tot dan toe onbekend voor jou. Omdat jij de een van de weinige leerlingen van niet magische afkomst was, werd je onder de vleugel genomen door Persoon 2 – de gerespecteerde en wijze hoofdmeester(es) van de school.
Je begon enthousiast, maar nu ben je gedesillusioneerd, ook al ben je misschien wel de beste leerling van de school. Binnenkort is je eindexamen, maar je weet dat je niets aan je diploma zal hebben. Niet in de toverwereld, want daar draait het alleen maar om afkomst en familie. Niet in de gewone wereld, want aan vakken als wiskunde, taal, economie, etc. doen ze niet op Toverburg. Je denkt daarom aan stoppen.
Persoon 2: je maakt je zorgen over persoon 1. Hij/zij is de enig overgebleven leerling met een niet-magische afkomst. Als hij/zij stopt, zit je met een probleem: Ministerie van Magische Zaken zet de subsidies stop of, erger nog, ze ontslaan je, omdat je niet aan hun diversiteitseisen kan voldoen.
Vanavond is jullie wekelijkse schaak-avond.
Speler 1, jij las vorige week een artikel in de Correspondent over de misstanden in de vrouwelijke turnwereld.
Je las hierin dat vrouwen bij sportscholen met olympische ambities gepusht worden om door te zetten. Trainers blijken over meerdere grenzen van de jonge sporters te gaan en ondanks dat er al meerdere misstanden aan het licht gekomen te zijn, trainers opgestapt zijn en besturen beterschap hebben beloofd, is het artikel somber.
Speler 2 is jouw dochter. Ze is een beroemde turnster die al op jonge leeftijd vele prijzen won. Door het artikel begin je je af te vragen of dit ook jouw dochter overkwam. Je besluit tijdens het afwassen hiernaar te vragen.