Persoon 1, jij hebt op jonge leeftijd een relatie gehad waaruit persoon 2 is geboren. Jij vond jezelf niet geschikt als ouderfiguur en bent toen persoon 2 twee jaar oud was, in het holst van de nacht vertrokken.
Persoon 2, jouw vader/moeder heeft altijd tegen je verteld dat persoon 1 geen goed mens was en dat jullie beter af waren zonder hem/haar. Je hebt sinds je twee was dan ook geen contact meer gehad met persoon 1. Jouw moeder/vader is twee maanden geleden overleden en vorige week heb je een kaartje van persoon 1 ontvangen met een verzoek tot een ontmoeting.
Vandaag hebben jullie een lunchafspraak en ontmoetten jullie elkaar in een hele lange tijd weer.
Nynke, jouw puberzoon is jaren geleden om het leven gekomen door een ontgroening die vreselijk mis ging. De rechtszaak die hierop volgde liep helaas niet op een straf uit voor het studentencorps, door gebrek aan bewijs. Je kunt maar met moeite je leven op de rit krijgen nu jouw enige kind er niet meer is.
Tot er op een dag aangebeld wordt door Adinda. destijds hoofd van studentencorps en meest ijzige van allemaal. Nu staat ze hier met een boodschap.
Jullie zijn broer/zus van elkaar, maar spreken elkaar al jaren niet meer. Jullie hebben vorige week een telefoontje gekregen van een buurvrouw van jullie moeder, met wie jullie al jaren vervreemd zijn.
De buurvrouw deelden jullie mee dat jullie moeder is overleden en al 4 maanden in het huis lag. Toen de buurt een aanhoudende lucht rook, heeft de buurvrouw de politie ingeschakeld.
Jullie lopen nu door het huis, een speciaal schoonmaakteam heeft het al onder handen genomen.
Persoon 1, Persoon 2, jullie zijn twee metselaars en werken al jaren samen in de bouw. Wanneer er een mooie dame voorbij komt lopen fluiten jullie. Jullie vonden dat dit hoorde bij het hele bouw’circuit’. Maar met de huidige gesprekken en het wellicht strafbaar stellen van straatintimidatie komt jullie gesprek tijdens het werken hier toch eens op. Gaan jullie iets veranderen of niet?
Persoon 1, jij bent na 15 jaar trouwe dienst zojuist plotseling ontslagen. Je hebt je werk altijd met veel plezier gedaan en je ontslag zag je totaal niet aankomen. Er lijkt ook een niet duidelijk aanwijsbare reden te zijn.
Persoon 2, jij hebt zojuist persoon 1 moeten ontslaan. Aangezien persoon 1 ontroostbaar was, biedt je aan met hem/haar mee het pand uit te lopen.
Jullie staan samen in lift wanneer deze plots vast komt te zitten.
A, jij bent schrijver van beroep. Je timmert leuk aan de weg, doet t al jaren goed met fictie en soms wat non-fictie. Geen Literatuurprijs of knallende verkoopcijfers, en juist daarmee ben jij wel content. Zo kan jij creeeren zoals het uit jouw brein stroomt. Dat werkt, meestal.
B, jij schrijft dag-in, dag-uit je dagboek vol. Al jaren giet jij jouw zieleroerselen in dat ene cachet. Vorige week is er bij jou ingebroken. Je trof jouw huis kaal aan, alles weg. Erger dan dat; jouw schrijfboek was weg. (Dag boek)
A en B, als een soort ouder en kind zijn jullie al jaren het hart van DE SCHRIJVERSvereniging van Deventer. A’s gerenomeerdheid en B’s drive binden deze fanatieke club schrijvers. Vanavond moeten jullie een plan maken voor een televisieuitzending bij Eus’boekenclub in ‘t Burgerweeshuis.
Persoon 1. Je hebt moeite met het verbreken van relaties. Je merkt dat je vaak te lang erin blijft zitten omdat je het gevoel van een relatie zo fijn vindt.
Achteraf heb je spijt dat je het lang hebt gerekt. Omdat dit een patroon is geworden ben je zo bang om het te rekken dat je bijna niet meer durft na te denken of de relatie goed is of niet.
Je besluit iemand die dichtbij je staat om raad te vragen.
A na een lange dag werk stap jij de bus in, je sukkelt langzaam is slaap. Als je wakker wordt, zit er niemand meer in de bus. De bus staat stil naast een weggetje bij een verlaten weiland. Ben je ontvoerd? Je snapt er niks van. Dan zie je dat de buschauffeur er nog wel zit. Hij/zij huilt zachtjes.
B jij bent die buschauffeur.
A en B, jullie zijn beide aan het backpacken in Zuidoost-Azië.
A, jouw reis kan niet beter. Je hebt de mooiste dingen gezien, wat je ook allemaal vakkundig hebt vastgelegd op The Gram. Je had de mazzel bij die ene zonsopkomst en de mensen zijn allemaal uiterst vriendelijk. Vorige week heb je, na een fullmoon party, je bovenste hostelbedje gedeeld met die ene leuke persoon. Die was de volgende ochtend weliswaar er vroeg vandoor, maar met jouw geluk weet jij zeker dat je die persoon nog wel tegen zult komen. En verrek. Na en paar dagen te hebben genoten van een gratis upgrade in een pittoresk resort, blijkt op het busstation die ene persoon te staan….
B, jouw reis is kut. Jaren heb je gespaard voor deze levens-veranderende droomreis, maar in plaats van jezelf te vinden, ben je bijna alles verloren. Op dag 2 al was je portemonnee gestolen en je bent al minimaal vier keer afgezet. Je hebt de moed maar opgegeven en het op een drinken gezet. Vorige week ben je nog na een of ander fullmoon feestje met de eerste de beste persoon naar het hostel gegaan. Wat een slechte nacht. Die hoef je nooit meer te zien. En nu sta je hier dan, bij het busstation in een of ander godvergeten oord, op de bus te wachten. Het duurt en duurt, en wie staat daar?