Neem F%#$%%cking gewoon een stukje bast

A en B, dit is jullie vierde trainingsweek in Estland, als vrijwilliger vanuit Nederland in het vrijwilligersleger van Estland. De training is hard, vet en jullie weten dat jullie hier op je plek zijn.

Gisteren hadden jullie een dag voor jezelf. Geen training of appèl. Rondlopen, praten met jullie Estse collega’s, genieten. Genieten van hún wodka. En ijswakken.

A, jij bent meerdere keren een ijswak in gesprongen om daarna op te warmen in het stookhok. Je bent hierheen meegegaan om B, om jullie eeuwenoude vriendschap, en nu je weet dat je tot het uiterste zal gaan om Europa te verdedigen..

B, tot gisteren wist je zeker dat je de juiste beslissing had genomen door samen met A hierheen te komen. Nu weet je het niet meer. A zie je smetteloos opgaan in de groep van vechters, en jij staat er buiten. Je denkt er over om na de training definitief terug te gaan naar Nederland, maar die koppijn, die enorme koppijn na de kutwodka van gister…


The Chain

Speler 1, jij las vorige week een artikel in de Correspondent over de misstanden in de vrouwelijke turnwereld.

Je las hierin dat vrouwen bij sportscholen met olympische ambities gepusht worden om door te zetten. Trainers blijken over meerdere grenzen van de jonge sporters te gaan en ondanks dat er al meerdere misstanden aan het licht gekomen te zijn, trainers opgestapt zijn en besturen beterschap hebben beloofd, is het artikel somber.

Speler 2 is jouw dochter. Ze is een beroemde turnster die al op jonge leeftijd vele prijzen won. Door het artikel begin je je af te vragen of dit ook jouw dochter overkwam. Je besluit tijdens het afwassen hiernaar te vragen.


Bumpers

Jullie zijn moeder en zoon/dochter. Je zoon is al 19 en begint steeds meer zijn eigen boontjes te doppen. Nu heb je gehoord dat je zoon bedreigd wordt door een aantal mensen van het clubje waar je zoon sleutelt aan zijn auto.

Zoon, jij sleutelt graag aan je auto, je hebt van iemand van het groepje een set bumpers gekregen. Maar achteraf kreeg je hier veel gedoe mee. Die jongen die zegt dat je moet betalen terwijl het leek of jij de bumpers gratis kreeg. Je hebt je moeder wel iets verteld maar wil haar ook niet te veel belasten. Je bent immers volwassen. 


Vriendschap is toch niet uit te drukken in geld?

Persoon 1, je werkt als gastspreker bij veel grote bedrijven. Tijdens jouw werk spreek jij op verschillende evenementen en wordt jouw verblijf en eten betaald door het bedrijf dat jou inhuurt. Je goede vriendin Persoon 2 heeft het niet breed en daarom nam je haar geregeld mee wanneer je weg ging voor je werk.

Persoon 2, jij keek altijd op van deze luxe, de heerlijk ontbijtjes en extravagante diners. Als bedankje hiervoor heb jij, als verrassing Persoon 1 op een uitje getrakteerd. Jullie hebben gisteren lekker gewandeld, een klein patatje gegeten en vannacht verbleven jullie in een simpel hotelletje.

Persoon 1, dit alles was onder jouw standaarden, het eten was simpel, er sliep een drugsbende boven jullie en je hebt de hele nacht geen oog dicht gedaan.

Als overmaat van ramp, blijkt het ontbijt te bestaan uit een simpel beschuitje met wat verlepte aardbeien. Je bent ‘not amused’. Jullie lopen het hotel uit om nog een dagje te wandelen.  Je worstelt met de gedachte om Persoon 2 niet nog eens mee te nemen op een werktripje.


Het is onvoorstelbaar, wat ik bij anderen gedaan kan krijgen.

Jullie zijn al jaren kroegvrienden en ontmoeten elkaar elke donderdagavond in kroeg ’t Ankertje’. Jullie kennen elkaar van deze kroeg, waar jullie elkaar ontmoette aan de bar. Standaard beginnen jullie met een maaltijd en een pilske, daarna een kopje koffie en nog 5 biertjes. Deze vaste volgorde houden jullie al jaren vol.

Totdat jij, Persoon 1, hier drie weken geleden hier plotseling mee stopte. Zonder ook maar iets aan Persoon 2 duidelijk te maken, kwam jij 3 weken niet opdagen.

Persoon 2 , jij bent al die tijd trouw blijven gaan en elke week hoopte jij dat Persoon 1 weer door de deur kwam. Vorige week wist de bardame je te vertellen dat Persoon 1 nog een immens grote rekening open heeft staan, maar dat ze hem niet kon bereiken om deze te betalen. Vandaag zie je, op weg naar de kroeg, Persoon 1 over straat lopen. Na wat twijfel besluit jij navraag te doen wat er met je goede kroegvriend aan de hand is.


Een kopje koffie

Speler 1, jij bent tijdens een vermoeiende werkdag achter het stuur in slaap gevallen. Tot jouw grote afschuw stak het zoontje van speler 2 net op dat moment over. Hij werd geraakt door jouw auto. De buurtbewoners waren er gelukkig snel bij en een ambulance was snel te plaatsen. Het zoontje van speler 2 ligt op dit moment in het ziekenhuis.

Speler 2, jij hebt om een gesprek met speler 1 gevraagd. Jullie ontmoeten elkaar in het restaurant van het ziekenhuis.


Zo, ik werd gek van al die hoestende patiënten.

Persoon 1 en Persoon 2, jullie hadden tot Corona een hele fijne en goede relatie samen. Jullie hebben geen kinderen en dit zorgde ervoor dat jullie alle vrijheid hadden om te ondernemen wat jullie wilden. Jullie genoten van het leven, gingen vaak uit eten, op vakantie en waren onafscheidelijk.

Persoon 1, jij moet al wel je hele leven omgaan met hartproblemen en omdat Corona een groot risico voor jou was, ben jij al sinds het begin van de crisis bang om Corona op te lopen.

Persoon 2, jij werkt in het ziekenhuis en al snel begint Persoon 1 je als risico te zien. Persoon 1, jij wil, dat jullie apart van elkaar gaan wonen, zodat jij onder geen beding Corona kan krijgen.


Under the Bridge

Persoon 1 en 2, jullie waren brugmatties. Jarenlang sliepen jullie samen onder de stadsbrug. Beiden dakloos, beiden teleurgesteld door het leven.

Persoon 1: in 2014 moest jij een tijdje de bak in vanwege herhaaldelijk winkeldiefstal. Toen je vrijkwam, verwachtte je persoon 2 weer tegen te komen, maar jullie hebben elkaar sindsdien nooit meer gezien. Dat jullie nooit afscheid hebben kunnen nemen, vind je tot vandaag nog erg vervelend. De afgelopen tijd heb je af en aan in de bak gezeten, vandaag ben je vrij en terwijl je de gevangenis uit komt lopen zie jij een bekend gezicht in een net pak naar je toe lopen.

Persoon 2, jij hebt de afgelopen 10 jaar heel wat meegemaakt waar je je oude mattie graag over wil vertellen.


White rabbit

White Rabbit – Jefferson Airplane

Jullie zijn moeder en dochter.

Jij bent de moeder, een verslavingscounselor. Je dochter heeft net je oude dagboek gevonden uit je wilde jaren ’60.

Jij bent de 16-jarige dochter. Je hebt net het schokkende dagboek van je moeder uit de jaren ’60 gevonden.


Investeer in je toekomst

Nynke je bent professioneel bankrover, maar niemand in deze tijd heeft er last van. Jij hebt namelijk je erfenis geïnvesteerd in een tijdmachine. Hiermee reis jij af naar de toekomst om daar geld te stelen.. Plus, jij investeert het geld in aandelen. De aandelen die je koopt, koop je bij de bank waarvan je gestolen hebt, zo is het geld dus in feite weer terug bij de bank waar je later van steelt. Je reist nu weer naar de toekomst om een bank te beroven.

Kevin, jij bent bankier en hebt door wat Nynke aan het doen is. Je bent ontzettend onder de indruk van haar. Je wil graag bij haar in de leer, dat je daarvoor mee zal moeten naar haar tijd zal je op de koop toenemen.