Christian, jij bent aan het afstuderen en hebt binnenkort een belangrijk examen waar je hard voor aan het oefenen bent. Naast je bevindt zich een bejaardentehuis waar je doorgaans heel erg blij mee bent, want zij zijn heerlijk rustig.
Maar de laatste tijd word jij geteisterd door de harde liefdesgeluiden uit het appartement naast je. Ergens ben je onder de indruk, maar nu je zo’n belangrijk examen voor de boeg hebt, besluit je toch je gêne opzij te zetten en te klagen over de geluidsoverlast.
Gosse, jij bent de single buurman van Christian.
Eigenlijk zijn jullie verliefd op elkaar, maar tot nu toe hebben jullie dit geen van beiden laten blijken.
Robin, jij bent afdelingshoofd en je staat op het punt Jules te ontslaan, omdat je vermoedt dat er een onhoudbare situatie gaat ontstaan. Je hebt er wel heel veel moeite mee, maar het kan niet anders
Jules, jij weet dat Robin richting het hogere management een iets te rooskleurig beeld heeft geschept van de winstcijfers van de afdeling. Dat weet je, omdat jullie dat samen bekokstoofd hebben.
Jullie staan bij de printer. Er zit een blaadje vast.
Persoon 1: jij bent een vampier. Al eeuwen zwerf jij door Europa op zoek naar slachtoffers én, heel soms, uitverkorenen om tot vampier te maken. Tegenwoordig is dat makkelijker dan verwacht: je vindt je slachtoffers via verschillende dating- en seks-apps. Uitverkorenen zijn er echter minder, maar ja, de lat ligt hoofd.
Onlangs heb je persoon 2 ontmoet, die uitermate geschikt zou zijn als nobele vampier. Na veel intense chats en een paar dates, zorgvuldig gepland om jouw vampirisme te verbergen, heb je hem/haar gister tot vampier gemaakt.
Persoon 2: Er komt natuurlijk veel op je af nu. Gister was je gewoon een woke millennial/Gen Z’er, op zoek naar liefde, vandaag ben je een ondood kind van de nacht. Persoon 1 lijkt ook hoge verwachtingen van je te hebben en wil je veel leren. Jij voelt je echter nogal ongemakkelijk, want dit is allemaal zonder jouw consent gebeurd. En hoe gaat het vampirisme samen met jouw veganisme?
Persoon 1, persoon 2, jullie zijn al jaren lang goed bevriend met elkaar en gaan elk jaar samen op vakantie. Het is elk jaar een andere plek maar de inhoud is hetzelfde; tentje, mooie omgeving en overdag doen jullie iets actiefs. Vandaag zouden jullie gaan kanoën, maar er is gisteravond iets gebeurt. Vanmorgen wilde Persoon 1 niet meer bij persoon 2 in de kano stappen en dus hebben jullie elk een eigen kano. Jullie zijn jullie tocht over de rivier in stilte begonnen, maar de vraag is hoe lang het stil blijft.
Persoon 1, jij hebt de nare gewoonte om dingen te ontvreemden van het kantoor.
Persoon 2, jij hebt dit gezien en hebt hiervan als bewijs foto’s genomen. In plaats van persoon 1 aan te geven, ga jij deze foto’s gebruiken om dingen gedaan te krijgen bij persoon 1.
Jullie spreken elkaar het magazijn. Persoon 2, jij hebt zojuist de deur achter jullie op slot gedaan.
Jullie zijn twee inbrekers die zojuist door een klein gat in een gipsmuur zijn geklommen om bij een bedrijf in Deventer binnen te komen. Geheel niet volgens plan, want Harry/Harriette (persoon 1) zou de koevoet hebben meegenomen om de deuren open te krijgen, maar dit ligt nog thuis.
Maar Peter/Pien (persoon 2) blijkt nu ook een fout te hebben gemaakt. Want in plaats van bij de juwelier zijn jullie uitgekomen bij een daarnaast gelegen postbedrijf. Gaan jullie hier een buit halen?
Wonderwall van Oasis
Paul. Jij bent omgekomen bij een motorongeluk. Jouw lichaam wordt kunstmatig in leven gehouden omdat jij een donor bent.
Nynke. Jij bent al een tijd hartpatient, je bent zojuist met spoed opgeroepen naar het ziekenhuis. Je hebt zojuist te horen gekregen dat jij vandaag het donorhart van Paul krijgt.
Jullie lichamen liggen zij aan zij op koude operatietafels. Jullie zielen ontmoeten elkaar voor de transitie. Paul, jij wil Nynke nog een belangrijke boodschap meegeven.
Jullie zijn getrouwd, hebben vier kinderen samen.
Persoon 1 jij bent lang geleden gestopt met werken om bij de kinderen te blijven. Je hebt met veel liefde voor ze gezorgd en het zijn nu vier gezonde pubers.
Persoon 2, jij bent lang geleden verliefd geworden op de secretaresse en hebt besloten om te scheiden van je partner.
Persoon 1, doordat jij een gat op je CV hebt, kom jij moeilijk aan werk en hoewel jullie nu een tijdje gescheiden zijn, kun jij geen eigen huis vinden.
Persoon 2, je wil gaan samen wonen met je nieuwe liefde, dat betekent dat persoon 1 met de kinderen uit huis zal moeten.
Jullie wonen samen op een leuke bovenwoning. Bovendien hebben jullie op loopafstand een heerlijke volkstuin. En nu heeft een van jullie een nestje schattige jonge katten.
A, jij bent nooit zo’n dierenvriend geweest, maar hebt dat altijd voor je lief weten te verbergen.
B, jij weet dat dit is wat jij echt wilt: twee van die schattige kittens die altijd aan je zijde mee gaan naar je volkstuintje.
Jullie komen net terug van een bezoek aan het nestje jonge katjes.
Jules, je hangt voor de buis. Onrustig. Moe. Verdrietig. Een vreemde angst draait om je heen.
Robin, je bent de geest van de partner van Jules. Je kunt het huis niet verlaten en wacht tot je bevrijd wordt. Tot Jules je loslaat.
In de kamer hiernaast begint jullie dochtertje weer te huilen.