Persoon 1: Jij bent rijk geworden door de rensport, met honden. Je hebt hier goud geld mee verdiend en bent hier zeer tevreden over.
Persoon 2, jij bent de pas aangetrouwde familie en walgt van de houding van persoon 1. Die telkens maar doet alsof hij de grootste prestatie heeft geleverd en daar rijk mee is geworden. Je bijt op je tong want je partner heeft je gevraagd om niets te zeggen, en heeft je gevraagd al helemaal niet te zeggen dat je het zielig vindt.
Het is 2050. Preppers hebben zich op van alles voorbereid maar niet op de Japanse duizendknoop, toch is het zo dat alles overwoekerd is met deze plant. Zelf roundup kan deze plant niet meer kapot maken. Gebouwen zijn er niet meer. Alles is bedekt met deze plant. De maatschappij is ontwricht, groepen mensen begonnen elkaar naar het leven te staan.
Jullie zijn dieper de Japanse duizendknoop jungle ingegaan. Hebben een hut gemaakt van de plant en eten de plant om te overleven. Jullie staan nu voor de keus hier blijven of toch op zoek gaan naar andere vriendelijke mensen.
Persoon 1, Persoon 2, jullie zijn twee metselaars en werken al jaren samen in de bouw. Wanneer er een mooie dame voorbij komt lopen fluiten jullie. Jullie vonden dat dit hoorde bij het hele bouw’circuit’. Maar met de huidige gesprekken en het wellicht strafbaar stellen van straatintimidatie komt jullie gesprek tijdens het werken hier toch eens op. Gaan jullie iets veranderen of niet?
Persoon 1 (vader/moeder): in de vroege jaren tachtig was jij universitair onderzoeker in West-Duitsland. Op een dag hebben je partner en jij jullie kinderen halsoverkop meegenomen naar Oost-Duitsland, onder het mom van een dodelijk zieke oma. Bij het tankstation op de weg naar Berlijn bleken er echter Stasi-agenten te wachten en vertelden jullie het echte verhaal: jij was voor de DDR. Omdat jullie op het punt stonden gearresteerd te worden, zijn jullie naar Oost-Duitsland gevlucht.
Persoon twee (kind): jouw broer/zus was meerderjarig en kon dus op eigen houtje terug naar de BRD. Jij moest echter blijven en werd met je ouders DDR-burger. Je ouders beloofden je dat het daar het paradijs was, maar al snel realiseerde je, dat niets minder waar was. Je weet niet of je ouders hetzelfde dachten.
Lees verder “Heilstaat”
Xxx en Yyy, jullie zijn vanaf jullie kinderjaren dikke maatjes. En sinds een aantal jaar bezoeken jullie samen Xxx’s super lieve opa. Dus ook vandaag. En vandaag zit hij weer op zijn praatstoel. Dit keer een verhaal over dat hij ooit een kraak heeft gezet (ja, ja, natuurlijk) en dat hij het geld van toen én de buitgemaakte juwelen nog altijd achterin het onderste laadje van de servieskast heeft liggen.
Hoogste tijd voor koffie en gebak. Jullie zijn de keuken in gegaan om verse koffie en gebak te pakken én natuurlijk om ff te grinniken om dit nieuwe verhaal.
Terug in opa’s huiskamer zit opa daar stil en grauw in zijn stoel naast de kast. Yyy, jij hebt zojuist opa’s pols gevoeld. Niks, die man is dood. Jullie kijken elkaar aan en denken hetzelfde: was zijn kraakverhaal een laatste biecht?
Persoon 1, jij hebt de nare gewoonte om dingen te ontvreemden van het kantoor.
Persoon 2, jij hebt dit gezien en hebt hiervan als bewijs foto’s genomen. In plaats van persoon 1 aan te geven, ga jij deze foto’s gebruiken om dingen gedaan te krijgen bij persoon 1.
Jullie spreken elkaar het magazijn. Persoon 2, jij hebt zojuist de deur achter jullie op slot gedaan.
Persoon 1 en Persoon 2, jullie zijn allebei nonnen in een orthodox katholiek klooster.
Persoon 2, jij bent hier als kind zijnde al gekomen en Persoon 1, jij woont nu een jaar in het klooster. Jullie leven sober en houden een ritme aan van 8 uur werken, 8 uur bidden en zingen en 8 uur rust.
Persoon 1, Persoon 2 is jouw mentor en heeft jou al sinds het begin van je komst onder haar hoede genomen. Jullie hebben wekelijk mentor momentjes waarin jullie vrij zijn om zonder het oog van God te kunnen spreken. In jullie vorige mentormomentje kreeg jij het gevoel dat Persoon 2 hier als kind zijnde niet in vrije keus is gekomen. Hoewel de mentormomentjes vooral op jou gericht zijn, besluit jij bij aankomend mentormoment Persoon 2 hier eens naar te vragen.
Patrick, Jij hebt zojuist je auto meegegeven aan valet Nynke. Wanneer die terug komt met je auto blijkt die compleet vernield te zijn.
Nynke, voor zover jij weet is dit de staat van de auto hoe Patrick hem meegegeven heeft.
Esther, jij bent een vrome jonkvrouw. Mannen van heel het land vragen om jouw hand, want je komt van een goede familie, bent welbespraakt en zult later een groot stuk land erven van jouw vader, mits je natuurlijk trouwt met de juiste echtgenoot.
Het probleem is, dat jij hopeloos verliefd bent op de nar, Kevin. Een die niet van adellijke familie komt en wiens taak het is om anderen aan het lachen te maken.
Kevin, jij weet nog van niets, maar jonkvrouw Esther heeft je verzocht om een privé-optreden te geven in haar vertrekken.
Speler 1: jij hebt sinds enige tijd een relatie met Speler 2. Hij/zij heeft jou geholpen met een complete update van jouw kledingstijl. Gisteren waren jullie op een feestje, waar jij je nieuwe kleding debuteerde.
Een dronken vriend/vriendin van Speler 2 zei naar aanleiding hiervan tegen je dat je met deze kleding nóg meer bent gaan lijken op de ex van Speler 2, die ooit haar grote liefde was.