Jullie zijn moeder en zoon/dochter. Je zoon is al 19 en begint steeds meer zijn eigen boontjes te doppen. Nu heb je gehoord dat je zoon bedreigd wordt door een aantal mensen van het clubje waar je zoon sleutelt aan zijn auto.
Zoon, jij sleutelt graag aan je auto, je hebt van iemand van het groepje een set bumpers gekregen. Maar achteraf kreeg je hier veel gedoe mee. Die jongen die zegt dat je moet betalen terwijl het leek of jij de bumpers gratis kreeg. Je hebt je moeder wel iets verteld maar wil haar ook niet te veel belasten. Je bent immers volwassen.
duifies duifies – de vrolijke zusters en hun vrienden
Christian
Al twintig jaar zijn jullie buurmannen en beste maatjes. Barbecues, Formule 1, kerstborrels, dat is vaste prik. Maar de laatste tijd is er iets… vreemd. Rare geluiden uit zijn schuur, vage antwoorden over zijn werk. En nu, op zondagmiddag biecht hij het op. Eindelijk.
Patrick
Je hebt een geheim. Geen affaire, geen wietplantage, nee, je bent postduivenfluisteraar. Met fluitsignalen, een stiekem Instagramaccount en een sponsor uit België. Elke avond oefen je affirmaties voor onzekere duiven. Zondag is het kampioenschap. En je hebt iemand nodig om je duif op te vangen.
Jullie zijn een jong stel dat samen op vakantie is in Texas. Jullie hebben ondervonden dat vakanties de ultieme relatietest zijn en het is maar de vraag wat eerder ophoudt; jullie vakantie of de relatie.
Jullie staan voor de volgende uitdaging: jullie zijn vast komen te zitten in een hevige thunderstorm.
Persoon 1, jij zit achter het stuur maar durft op dit moment niet meer verder te rijden.
Persoon 2, jij zou wel verder willen rijden maar kunt de auto niet uit met het hevige onweer boven jullie. Er zit voor nu dan ook niets anders op dan wachten.
Jullie zijn een arbeidersgezin. De partners zijn al 30 jaar samen. De ouders hebben altijd hard gewerkt. Hoewel de partners vanuit liefde bij elkaar zijn gekomen. Er zijn nog verhalen van dansavonden waarbij tot diep in de nacht duurde. Nu wordt er vooral naast elkaar wordt geleefd. Tenminste die indruk krijg jij, zoon of dochter.
De kostwinnaar zit in zijn stoel en zegt “ heb jij mijn bril gezien”. De partner staat op en pakt de bril en legt die voor haar partner neer met de woorden “die kun je toch ook zelf pakken”
zoon/dochter, jij gaat er wat van zeggen
Persoon 1, jij bent jaren geleden verzwolgen geraakt door een loverboy. In de trance van de loverboy heb je gebroken met je familie en vrienden en vreselijke herinneringen opgebouwd. Een die je gewaarschuwd had voor ex was persoon 2.
Voordat jullie het contact verbroken hebben jullie een grote ruzie gehad. Persoon 2 waarschuwde je, maar jij wilde niet luisteren. Je hebt je los weten te breken uit de klauwen van je ex en bent met veel moeite weer opgenomen door je familie.
Persoon 2 heb je al die tijd niet gezien, tot jullie elkaar tegen het lijf lopen bij de diepvriesafdeling van de supermarkt.
Arjen, jij bent nu al een tijdje verslaafd aan heroïne, steelt waar je kan en zwerft rond op straat. Kevin, jij hebt Arjen zojuist opgepakt vanwege verschillende misstanden. Wanneer je die naar het ID vraagt, blijk je Arjen te kennen. Het is de pestkop die jou vroeger vaak te pakken nam.
Jullie zijn getrouwd, hebben vier kinderen samen.
Persoon 1 jij bent lang geleden gestopt met werken om bij de kinderen te blijven. Je hebt met veel liefde voor ze gezorgd en het zijn nu vier gezonde pubers.
Persoon 2, jij bent lang geleden verliefd geworden op de secretaresse en hebt besloten om te scheiden van je partner.
Persoon 1, doordat jij een gat op je CV hebt, kom jij moeilijk aan werk en hoewel jullie nu een tijdje gescheiden zijn, kun jij geen eigen huis vinden.
Persoon 2, je wil gaan samen wonen met je nieuwe liefde, dat betekent dat persoon 1 met de kinderen uit huis zal moeten.
Jules, je hangt voor de buis. Onrustig. Moe. Verdrietig. Een vreemde angst draait om je heen.
Robin, je bent de geest van de partner van Jules. Je kunt het huis niet verlaten en wacht tot je bevrijd wordt. Tot Jules je loslaat.
In de kamer hiernaast begint jullie dochtertje weer te huilen.
Persoon 1, jij bent een tijdje geleden gediagnostiseerd met een chronische ziekte en hebt nog maar een korte tijd te leven. Jij hebt een bucket list gemaakt, maar ook een lijst met dingen waar je spijt van hebt.
Een van de dingen is dat je de partner van je zoon verguisd hebt omdat die niet van een rijke familie afkomstig is zoals jullie zelf, hierna heeft je zoon het contact met jullie verbroken. Je hebt je zoon gevraagd om vergiffenis. Die heeft gezegd dat je eerst moet laten blijken dat zijn partner accepteert.
Je hebt persoon 2, de partner van je zoon, dan ook uitgenodigd voor de thee.
Twee collega’s die in de zorg werken. Jullie werken al 8 jaar samen. De ene is de leermeester van de ander geweest. Beide waarderen elkaar omdat ze in verschillende situaties goed samen hebben gewerkt en moeilijke klussen hebben geklaard. De ene heeft alles al mee gemaakt en ziet nieuwe ontwikkelingen niet zitten, hij werkt ze tegen en geeft er op af.
De ander wil zich en de werkomgeving verder ontwikkelen en begint zich steeds vaker te ergeren aan de vastgeroeste collega.