Ouder en kind.
Kind, jij hebt van huis uit meegekregen dat ziek zijn hetzelfde is als zwakte tonen. Jouw vader/moeder was altijd stellig; ziek zijn is een keuze. Je hebt dan ook nooit jouw ouder ziek gezien, of wel gezien, maar nooit in bed. Deze ‘mindset’ heb jij overgenomen.
Een van jullie heeft echter nu wel nieuws; die is ongeneeslijk ziek.
A, jij kan het verschil tussen wakker zijn en dromen niet goed onderscheiden. Jij denkt nu dat je droomt, en doet daarom dingen die je in het echt nooit zou doen. Dit loopt dan ook erg uit de hand.
B, jij staat versteld van wat er voor je neus gebeurt.
A na een lange dag werk stap jij de bus in, je sukkelt langzaam is slaap. Als je wakker wordt, zit er niemand meer in de bus. De bus staat stil naast een weggetje bij een verlaten weiland. Ben je ontvoerd? Je snapt er niks van. Dan zie je dat de buschauffeur er nog wel zit. Hij/zij huilt zachtjes.
B jij bent die buschauffeur.
Persoon 1, persoon 2, jullie zijn al jaren lang goed bevriend met elkaar en gaan elk jaar samen op vakantie. Het is elk jaar een andere plek maar de inhoud is hetzelfde; tentje, mooie omgeving en overdag doen jullie iets actiefs. Vandaag zouden jullie gaan kanoën, maar er is gisteravond iets gebeurt. Vanmorgen wilde Persoon 1 niet meer bij persoon 2 in de kano stappen en dus hebben jullie elk een eigen kano. Jullie zijn jullie tocht over de rivier in stilte begonnen, maar de vraag is hoe lang het stil blijft.
Het werd zomer – Rob de Nijs
Esther: jij hebt een zoon van 19, een cadeautje dat je overhield aan een nachtelijk avontuur met een jochie van 16, jij was destijds 28… Je zoon is een schat, maar zeker niet zo mannelijk als zijn vader toen al was, hij kan je niet eens helpen met het sjouwen van deze dozen!
Paul: de hele ochtend zie je haar al sjouwen, je nieuwe buurvrouw. Iets in haar maakt dat je blijft kijken. Je besluit haar maar eens je hulp aan te bieden.
Persoon 1 en Persoon 2, jullie werken samen op een groot kantoor in Rotterdam. Jullie werken op dezelfde afdeling PR en zijn nogal plagerig-competitief. Graag troeven jullie elkaar af met jullie goede ideeën en hierdoor ontstaat er tussen jullie een symbiose; jullie houden elkaar scherp.
Persoon 2, vorige week heb jij, zonder dat Persoon 1 dat weet, hem afgeluisterd terwijl hij stond te overleggen met een andere collega in het magazijn. Jij hebt zijn masterplan voor een nieuwe reclame gehoord en je moet zeggen, die is wel erg sterk. Maar nu jij hiervan weet, kun je doen alsof het jouw idee was. Hierdoor zal jullie ‘gelijkwaardige’ relatie wel veranderen. Je merkt dat dit idee je een vervelend gevoel geeft en twijfelt dan ook of je zijn masterplan voor je moet houden of moet doen alsof jij dit hebt bedacht.
Persoon 1 (vader/moeder): in de vroege jaren tachtig was jij universitair onderzoeker in West-Duitsland. Op een dag hebben je partner en jij jullie kinderen halsoverkop meegenomen naar Oost-Duitsland, onder het mom van een dodelijk zieke oma. Bij het tankstation op de weg naar Berlijn bleken er echter Stasi-agenten te wachten en vertelden jullie het echte verhaal: jij was voor de DDR. Omdat jullie op het punt stonden gearresteerd te worden, zijn jullie naar Oost-Duitsland gevlucht.
Persoon twee (kind): jouw broer/zus was meerderjarig en kon dus op eigen houtje terug naar de BRD. Jij moest echter blijven en werd met je ouders DDR-burger. Je ouders beloofden je dat het daar het paradijs was, maar al snel realiseerde je, dat niets minder waar was. Je weet niet of je ouders hetzelfde dachten.
Lees verder “Heilstaat”
Persoon 1, jij hebt geprobeerd de eindexamenlijsten te hacken om je cijfer op te schroeven. Helaas zijn ze hier op school achter gekomen en moet jij op gesprek komen. Persoon 2, jij bent de directeur van de school.
Another day in paradise van Phil Collins
Janne, jij bent slachtoffer geworden van de toeslagenaffaire. Je bent hierdoor je huis kwijt geraakt. Je bent erachter gekomen dat er ook bij jou sprake is geweest van disciminatie; de behandelende ambtenaar schatte je als risico in vanwege je achternaam: Ivanov. Je hebt een gesprek aangevraagd met de ambtenaar die jouw dossier behandelde.
Christian, jij bent die ambtenaar. Je moet op je werk natuurlijk objectief blijven maar zit redelijk diep in de fabeltjes fuik voor Russische conspiracies. Je bent ervan overtuigd dat dit geen invloed heeft gehad in jouw beslissing om Janne als risico aan te melden, dat ligt totaal niet aan jou, maar wel aan het feit dat ze Russisch is.
Jullie zijn getrouwd, hebben vier kinderen samen.
Persoon 1 jij bent lang geleden gestopt met werken om bij de kinderen te blijven. Je hebt met veel liefde voor ze gezorgd en het zijn nu vier gezonde pubers.
Persoon 2, jij bent lang geleden verliefd geworden op de secretaresse en hebt besloten om te scheiden van je partner.
Persoon 1, doordat jij een gat op je CV hebt, kom jij moeilijk aan werk en hoewel jullie nu een tijdje gescheiden zijn, kun jij geen eigen huis vinden.
Persoon 2, je wil gaan samen wonen met je nieuwe liefde, dat betekent dat persoon 1 met de kinderen uit huis zal moeten.