Ouder en kind.
Kind, jij hebt van huis uit meegekregen dat ziek zijn hetzelfde is als zwakte tonen. Jouw vader/moeder was altijd stellig; ziek zijn is een keuze. Je hebt dan ook nooit jouw ouder ziek gezien, of wel gezien, maar nooit in bed. Deze ‘mindset’ heb jij overgenomen.
Een van jullie heeft echter nu wel nieuws; die is ongeneeslijk ziek.
Jullie zijn twee topschaatsers op jullie kamer in de Olympische bubbel. Jullie wedstrijd is een dag geleden. Speler a heeft goud gewonnen speler b behaalde de vierde plaats. Vandaag was de prijsuitreiking en jullie zijn net terug.
Speler a. Jouw alleen staande moeder heeft je altijd tot het uiterste gepusht. Het kon altijd beter. Als je onderpresteerde dan kreeg je uitgebreide preken zeker als zij gedronken had. Toch bleef je proberen haar trots te maken. Twee maanden geleden is zij overleden. Je bent wel blij, zeker voor de buitenwereld, maar je blijft in je hoofd maar de puntjes herhalen van de race die beter konden.
Speler b jouw ouders hebben je met al hun liefde die ze in zag hadden ondersteund. Ze volgde jou in je sport droom en zijn altijd super trots geweest. Het is jammer dat ze er niet bij konden zijn. Maar als verrassing hebben ze gezorgd dat een grote bos bloemen op jullie kamer bezorgd werd. Dit voor je inzet en voor het behalen van de vierde plek.
Persoon 1 en 2, jullie waren brugmatties. Jarenlang sliepen jullie samen onder de stadsbrug. Beiden dakloos, beiden teleurgesteld door het leven.
Persoon 1: in 2014 moest jij een tijdje de bak in vanwege herhaaldelijk winkeldiefstal. Toen je vrijkwam, verwachtte je persoon 2 weer tegen te komen, maar jullie hebben elkaar sindsdien nooit meer gezien. Dat jullie nooit afscheid hebben kunnen nemen, vind je tot vandaag nog erg vervelend. De afgelopen tijd heb je af en aan in de bak gezeten, vandaag ben je vrij en terwijl je de gevangenis uit komt lopen zie jij een bekend gezicht in een net pak naar je toe lopen.
Persoon 2, jij hebt de afgelopen 10 jaar heel wat meegemaakt waar je je oude mattie graag over wil vertellen.
Persoon 1: rond je elfde leverde een uil een toelatingsbrief af voor Toverburg – de meest prestigieuze toverschool van Nederland. Tot dan toe onbekend voor jou. Omdat jij de een van de weinige leerlingen van niet magische afkomst was, werd je onder de vleugel genomen door Persoon 2 – de gerespecteerde en wijze hoofdmeester(es) van de school.
Je begon enthousiast, maar nu ben je gedesillusioneerd, ook al ben je misschien wel de beste leerling van de school. Binnenkort is je eindexamen, maar je weet dat je niets aan je diploma zal hebben. Niet in de toverwereld, want daar draait het alleen maar om afkomst en familie. Niet in de gewone wereld, want aan vakken als wiskunde, taal, economie, etc. doen ze niet op Toverburg. Je denkt daarom aan stoppen.
Persoon 2: je maakt je zorgen over persoon 1. Hij/zij is de enig overgebleven leerling met een niet-magische afkomst. Als hij/zij stopt, zit je met een probleem: Ministerie van Magische Zaken zet de subsidies stop of, erger nog, ze ontslaan je, omdat je niet aan hun diversiteitseisen kan voldoen.
Vanavond is jullie wekelijkse schaak-avond.
Persoon 1 (vader/moeder): in de vroege jaren tachtig was jij universitair onderzoeker in West-Duitsland. Op een dag hebben je partner en jij jullie kinderen halsoverkop meegenomen naar Oost-Duitsland, onder het mom van een dodelijk zieke oma. Bij het tankstation op de weg naar Berlijn bleken er echter Stasi-agenten te wachten en vertelden jullie het echte verhaal: jij was voor de DDR. Omdat jullie op het punt stonden gearresteerd te worden, zijn jullie naar Oost-Duitsland gevlucht.
Persoon twee (kind): jouw broer/zus was meerderjarig en kon dus op eigen houtje terug naar de BRD. Jij moest echter blijven en werd met je ouders DDR-burger. Je ouders beloofden je dat het daar het paradijs was, maar al snel realiseerde je, dat niets minder waar was. Je weet niet of je ouders hetzelfde dachten.
Lees verder “Heilstaat”
Persoon 1: Jij bent ouder van drie kinderen. Twee die erg succesvol zijn en van persoon 2.
Persoon 2 heeft nu al vier studies achter de rug en elke keer komt hij er naar verloop van tijd achter dat het ’toch niet iets voor hem is’. Maar studie vijf lijkt het toch echt wel te zijn, hij houdt het al 2-en-een-half-jaar vol!
Persoon 2: Jij hebt vanavond afgesproken. De studie is toch niet echt iets voor je.
Esther je bent alleenstaande moeder van Lotte. Maar sinds kort is Lotte op zichzelf gaan wonen. Je hebt jezelf beloofd nu ECHT haar haar eigen dingetjes te laten doen…
Lotte sinds kort woon jij op jezelf! En heb je jezelf 1 ding voorgenomen. Jij gaat het allemaal ZELF doen!
Na de eerste maand zijn jullie op de koffie bij Lottes nieuwe huisje… benieuwd hoe het de afgelopen maand is vergaan
Persoon 1 en Persoon 2, jullie zijn allebei nonnen in een orthodox katholiek klooster.
Persoon 2, jij bent hier als kind zijnde al gekomen en Persoon 1, jij woont nu een jaar in het klooster. Jullie leven sober en houden een ritme aan van 8 uur werken, 8 uur bidden en zingen en 8 uur rust.
Persoon 1, Persoon 2 is jouw mentor en heeft jou al sinds het begin van je komst onder haar hoede genomen. Jullie hebben wekelijk mentor momentjes waarin jullie vrij zijn om zonder het oog van God te kunnen spreken. In jullie vorige mentormomentje kreeg jij het gevoel dat Persoon 2 hier als kind zijnde niet in vrije keus is gekomen. Hoewel de mentormomentjes vooral op jou gericht zijn, besluit jij bij aankomend mentormoment Persoon 2 hier eens naar te vragen.
Christian, jij bent aan het afstuderen en hebt binnenkort een belangrijk examen waar je hard voor aan het oefenen bent. Naast je bevindt zich een bejaardentehuis waar je doorgaans heel erg blij mee bent, want zij zijn heerlijk rustig.
Maar de laatste tijd word jij geteisterd door de harde liefdesgeluiden uit het appartement naast je. Ergens ben je onder de indruk, maar nu je zo’n belangrijk examen voor de boeg hebt, besluit je toch je gêne opzij te zetten en te klagen over de geluidsoverlast.
Gosse, jij bent de single buurman van Christian.
Troy – Sinéad O’ Conner
Jullie zijn een stel met ups maar ook veel downs. Afgelopen week is het meermalen verkeerd gegaan. Slaande ruzie, schreeuwen, spullen gooien en het weer goed maken. Jullie zoon Bram heeft daar veel last van. Hij hoort jullie ruzies en trekt zich steeds meer terug. Eergisteren echter sprong
Bram tussen jullie in om jullie uit elkaar te halen. Hij kreeg helaas rake klappen. Jullie schrokken beide hier zo van dat de ruzie voorbij was. Echter heeft jeugdzorg, die al lang betrokken is bij jullie gezin, besloten dat Bram voor nu uit huis geplaatst wordt. Hij is een uur geleden opgehaald, jullie proberen te beseffen wat er nu gebeurt is.