Shit – Bo Burnham
Jules en Robin, jullie hebben elkaar vorige week ontmoet in Islamabad, in het noorden van Pakistan. Beiden doen jullie een backpacking tour door India en Pakistan en het plan is om morgen te beginnen aan het hoogtepunt waar jullie allebei naar uitgekeken hebben: met een vliegtuigje de Himalaya in om daar 2 weken te trekken.
Het klikt geweldig tussen jullie.
De plannen dreigen nu alleen in het water te lopen want Robin is aan de racekak en kan alleen op de wc te zitten.
Jules, jij zit in tweestrijd want alles voor de komende 2 weken is geboekt. Je geld is daarna op en je moet dan naar huis. Ga je alleen of laat je Robin niet in de steek?
Persoon 1, Persoon 2, jullie zijn twee metselaars en werken al jaren samen in de bouw. Wanneer er een mooie dame voorbij komt lopen fluiten jullie. Jullie vonden dat dit hoorde bij het hele bouw’circuit’. Maar met de huidige gesprekken en het wellicht strafbaar stellen van straatintimidatie komt jullie gesprek tijdens het werken hier toch eens op. Gaan jullie iets veranderen of niet?
Persoon 1 (vader/moeder): in de vroege jaren tachtig was jij universitair onderzoeker in West-Duitsland. Op een dag hebben je partner en jij jullie kinderen halsoverkop meegenomen naar Oost-Duitsland, onder het mom van een dodelijk zieke oma. Bij het tankstation op de weg naar Berlijn bleken er echter Stasi-agenten te wachten en vertelden jullie het echte verhaal: jij was voor de DDR. Omdat jullie op het punt stonden gearresteerd te worden, zijn jullie naar Oost-Duitsland gevlucht.
Persoon twee (kind): jouw broer/zus was meerderjarig en kon dus op eigen houtje terug naar de BRD. Jij moest echter blijven en werd met je ouders DDR-burger. Je ouders beloofden je dat het daar het paradijs was, maar al snel realiseerde je, dat niets minder waar was. Je weet niet of je ouders hetzelfde dachten.
Lees verder “Heilstaat”
Jullie zijn vrienden. Al een hele tijd. Persoon 1 is vorige maand diens partner kwijt geraakt door een misdrijf.
Persoon 2. Jij maakt je zorgen om persoon 1. Je hebt het gevoel dat persoon 1 door is gegaan na die vreselijk dag. Die is blijven werken en wil het er weinig over hebben. Je begrijpt dat rouw niet altijd hetzelfde gaat maar laatst zei persoon 1 iets wat je is bijgebleven.
Je besluit het gesprek aan te gaan.
Speler 1 en 2, jullie zijn beiden lief en verlegen. Jullie hebben allebei een talent voor ‘je op de achtergrond begeven’.
Speler 1, jij hebt nog nooit een date gehad en had gedacht dat dit ook nooit zou gebeuren. Maar onlangs heb je speler 2 leren kennen in de chatroom van World of Warcraft. Het klikte goed tussen jullie en na vele gesprekken in de chatroom en een aantal opgeloste quests verder vroeg speler 2 of jullie elkaar offline een keer konden ontmoeten. Vanavond hebben jullie de eerste date.
Jullie zijn elkaars eerste liefde. Elkaar ontmoet op een festival en het was direct raak. Samen hebben jullie veel festivals bezocht. Nu zijn jullie al jaren samen en hebben jullie een zoon van acht jaar. Maar eens of twee keer per jaar doen jullie nog een festival. Daarnaast hebben jullie een stabiel leven opgebouwd. Koopwoning, beide een baan. Maar soms valt een van de twee terug en het gebruik van coke. De ander heeft gisteren een verpakking gevonden.
Persoon 1. De vorige keer had je al gezegd dat het de laatste keer zou zijn dat je hem steunde. Jij kunt dan altijd de troep opruimen die de ander maakt met zijn drugs gebruik. Je had ook elke keer goede hoop. Nu is de maat vol
Persoon 2. Elke keer ben je overtuigd dat het de laatste keer is. Maar dan gebeurt er weer iets en dan grijp je toch weer terug naar de coke. Nu met het gezeik met Corona greep je weer naar de coke. Zoals altijd leidt dat tot problemen. Ook je baas die ook normaal de hand boven je hoofd hield heeft je nu ontslagen. De steun van je partner kun je nu echt goed gebruiken
Lovely Day – Bill Withers
Jullie zijn getrouwd, al 49 jaar.
Persoon 1, jij hebt dementie.
Persoon 2, jullie wonen beiden nog thuis en jij verzorgt Persoon 1 waar dat kan met heel veel liefde.
Jullie vouwen samen de was op, zojuist was het eerste moment dat P1 jou niet meer herkende.
A, jij kan het verschil tussen wakker zijn en dromen niet goed onderscheiden. Jij denkt nu dat je droomt, en doet daarom dingen die je in het echt nooit zou doen. Dit loopt dan ook erg uit de hand.
B, jij staat versteld van wat er voor je neus gebeurt.
Speler 1, jij wilt weg uit de stad en hebt daarom een huis gekocht in een klein dorp. Vandaag ben je voor het eerst na de overdracht weer in het huis om dingen op te meten. Je ziet dat je buurman, speler 2, die al jaren in het dorp woont, in die paar dagen een nieuwe schutting heeft geplaatst – duidelijk op jouw erf. Tijd voor een vriendelijke kennismaking.