Gedreuzel

Persoon 1: rond je elfde leverde een uil een toelatingsbrief af voor Toverburg – de meest prestigieuze toverschool van Nederland. Tot dan toe onbekend voor jou. Omdat jij de een van de weinige leerlingen van niet magische afkomst was, werd je onder de vleugel genomen door Persoon 2 – de gerespecteerde en wijze hoofdmeester(es) van de school.

Je begon enthousiast, maar nu ben je gedesillusioneerd, ook al ben je misschien wel de beste leerling van de school. Binnenkort is je eindexamen, maar je weet dat je niets aan je diploma zal hebben. Niet in de toverwereld, want daar draait het alleen maar om afkomst en familie. Niet in de gewone wereld, want aan vakken als wiskunde, taal, economie, etc. doen ze niet op Toverburg. Je denkt daarom aan stoppen.

Persoon 2: je maakt je zorgen over persoon 1. Hij/zij is de enig overgebleven leerling met een niet-magische afkomst. Als hij/zij stopt, zit je met een probleem: Ministerie van Magische Zaken zet de subsidies stop of, erger nog, ze ontslaan je, omdat je niet aan hun diversiteitseisen kan voldoen.

Vanavond is jullie wekelijkse schaak-avond.


Doping schandaal in de freestyle skiing wereld

Trainer/ouder.
Pupil/kind van trainer.
Wat: Gezamenlijk probleem: De pupil/kind van de trainer is erin geluisd door trainer/ouder en dit moet indien mogelijk opgelost worden.
Waar: Situatie speelt zich af op het trainingscomplex.
Wanneer: Een half uur nadat de pupil telefoon heeft gehad van het Olympisch comité met de boodschap dat ze haar gouden olympische medaille moet inleveren en deze ongeldig is verklaard.

Lees verder “Doping schandaal in de freestyle skiing wereld”


Aangereden

Dochter: je bent bij je vriendje geweest eten en hij heeft aangeboden je naar huis te brengen. Dan gebeurt er iets vreselijks, jullie worden aangereden. Het enige wat je je kan herinneren is geschreeuw, pijn en je vriendje die je naam roept. Ondertussen is het alweer 3 weken verder, een hele lange tijd heb je in coma gelegen en je bent nu eindelijk zover in je revalidatie dat je weer goed kan praten en denken.

Moeder: jij bent natuurlijk heel erg geschrokken door wat er met jouw dochter is gebeurt. Je moet haar alleen iets heel vervelends vertellen, namelijk dat haar vriendje het auto-ongeluk niet heeft overleeft. Ook is het zo dat ze met opzet zijn aangereden en de dader nog steeds niet is gevonden.


Het is onvoorstelbaar, wat ik bij anderen gedaan kan krijgen.

Jullie zijn al jaren kroegvrienden en ontmoeten elkaar elke donderdagavond in kroeg ’t Ankertje’. Jullie kennen elkaar van deze kroeg, waar jullie elkaar ontmoette aan de bar. Standaard beginnen jullie met een maaltijd en een pilske, daarna een kopje koffie en nog 5 biertjes. Deze vaste volgorde houden jullie al jaren vol.

Totdat jij, Persoon 1, hier drie weken geleden hier plotseling mee stopte. Zonder ook maar iets aan Persoon 2 duidelijk te maken, kwam jij 3 weken niet opdagen.

Persoon 2 , jij bent al die tijd trouw blijven gaan en elke week hoopte jij dat Persoon 1 weer door de deur kwam. Vorige week wist de bardame je te vertellen dat Persoon 1 nog een immens grote rekening open heeft staan, maar dat ze hem niet kon bereiken om deze te betalen. Vandaag zie je, op weg naar de kroeg, Persoon 1 over straat lopen. Na wat twijfel besluit jij navraag te doen wat er met je goede kroegvriend aan de hand is.


Ik wil gewoon terug!

Persoon A, 2 jaar geleden ben jij naar Nederland verhuisd omdat dat het geboorteland is van jouw vader. Nederlands vind je maar een moeilijke taal en op school word je vreselijk gepest. Vandaag ben je na school in elkaar geslagen.

Persoon B, jij bent de vader van persoon A. Eigenlijk dacht je dat jouw dochter het wel fijn vond in Nederland maar nu jouw dochter met een wond in haar gezicht thuis komt wil je toch wel weten wat eraan de hand is.


Fluitende vrienden

duifies duifies – de vrolijke zusters en hun vrienden

Christian
Al twintig jaar zijn jullie buurmannen en beste maatjes. Barbecues, Formule 1, kerstborrels, dat is vaste prik. Maar de laatste tijd is er iets… vreemd. Rare geluiden uit zijn schuur, vage antwoorden over zijn werk. En nu, op zondagmiddag biecht hij het op. Eindelijk.

Patrick
Je hebt een geheim. Geen affaire, geen wietplantage, nee, je bent postduivenfluisteraar. Met fluitsignalen, een stiekem Instagramaccount en een sponsor uit België. Elke avond oefen je affirmaties voor onzekere duiven. Zondag is het kampioenschap. En je hebt iemand nodig om je duif op te vangen.


Laatste hoop

Jullie zijn jeugdliefdes en 2 jaar geleden getrouwd en hebben net je eerste kind gekregen. Helaas is dat niet de grote roze wolk waar jullie op gehoopt hadden. Jullie kindje is door zuurstoftekort bij de geboorte ernstig ziek. De artsen in Nederland kunnen niets meer voor haar doen, behalve dan haar pijnloos laten sterven. De vrouw denkt dat dit de beste oplossing is. De man wil geld gaan verzamelen voor een controversiële experimentele behandeling in Amerika.


Op bezoek bij opa

Xxx en Yyy, jullie zijn vanaf jullie kinderjaren dikke maatjes. En sinds een aantal jaar bezoeken jullie samen Xxx’s super lieve opa. Dus ook vandaag. En vandaag zit hij weer op zijn praatstoel. Dit keer een verhaal over dat hij ooit een kraak heeft gezet (ja, ja, natuurlijk) en dat hij het geld van toen én de buitgemaakte juwelen nog altijd achterin het onderste laadje van de servieskast heeft liggen.

Hoogste tijd voor koffie en gebak. Jullie zijn de keuken in gegaan om verse koffie en gebak te pakken én natuurlijk om ff te grinniken om dit nieuwe verhaal.

Terug in opa’s huiskamer zit opa daar stil en grauw in zijn stoel naast de kast. Yyy, jij hebt zojuist opa’s pols gevoeld. Niks, die man is dood. Jullie kijken elkaar aan en denken hetzelfde: was zijn kraakverhaal een laatste biecht?


Vuurtje blussen

A en B, jullie zijn een brandweerstelletje.

A, jij bent een fanatieke sporter die bijna dagelijks traint in de sportschool, of in jullie eigen huis-gym boven.

B, na een aantal incidenten ben jij het wat rustiger aan gaan doen en dat bevalt wel. Jullie hebben vorige week een trainingsvakantie in Noorwegen geboekt. 

Jullie vertrekken morgen. 


Ik ben zo benieuwd naar hoe het voelt.

Persoon 1 en Persoon 2, jullie zijn allebei nonnen in een orthodox katholiek klooster.

Persoon 2, jij bent hier als kind zijnde al gekomen en Persoon 1, jij woont nu een jaar in het klooster. Jullie leven sober en houden een ritme aan van 8 uur werken, 8 uur bidden en zingen en 8 uur rust.

Persoon 1, Persoon 2 is jouw mentor en heeft jou al sinds het begin van je komst onder haar hoede genomen. Jullie hebben wekelijk mentor momentjes waarin jullie vrij zijn om zonder het oog van God te kunnen spreken. In jullie vorige mentormomentje kreeg jij het gevoel dat Persoon 2 hier als kind zijnde niet in vrije keus is gekomen. Hoewel de mentormomentjes vooral op jou gericht zijn, besluit jij bij aankomend mentormoment Persoon 2 hier eens naar te vragen.