Jullie zijn twee oud klasgenoten en hebben elkaar jaren niet gezien.
Persoon 1, het valt je op dat persoon 2 er fantastisch uit ziet. Vroeger had je altijd al een oogje op diegene en zoals die er nu uitziet komt alles weer bij je terug.
Persoon 2, jij zit op dit moment in een chemo-traject en loopt op dit moment voor het eerst met een pruik op.
I want to hold your hand – The Beatles
A en B, jullie hebben een relatie.
A, nadat B herhaaldelijk is vreemd gegaan heb je een extreme verlatingsangst ontwikkeld.
B jij kwijnde weg in schuldgevoel. Want jullie zijn echt voor elkaar bestemd.
Daarom hebben jullie afgesproken elkaars hand nooit meer los te laten, letterlijk. Deze mooie belofte, ontstaan uit angst van A en schuldgevoel van B, is in de praktijk toch wat onhandig.
Wat doe je? Jullie zijn hand in hand aan het tuinieren.
EM, jij bent goed in je werk en hebt het ver geschopt. Het lijkt je allemaal aan te komen waaien; daar geniet je flink van en maak je ook goed gebruik van.
DT, jij bent er eentje van 12-steden, 13-ongelukken. Gelukkig heb jij een financieel sterke basis door jouw familie. Los van al jouw fiasco’s weet jij je altijd te presenteren als een zelfbewuste, sterke persoon. Met groot succes.
DT en EM, jullie mogen elkaar zeker niet; wel hebben jullie al jaren een lucratief bondje. Dat legt jullie geen windeieren. Tot nu toe. DT, terwijl jij vandaag een groots succes viert, heb jij EM, een heel dom gebaar gemaakt. Online word je afgemaakt. En juist in de periode kan jij DT niet ontwijken.
(Jullie staan nu heel even op de enige plek van rust, naast elkaar.)
What’s new pussycat? – Tom Jones
Franciska/ Frank 34
Werkt als secretaresse bij de gemeente.
Haar relatie is net voorbij en ze voelt zich toch veel eenzaam zo in haar nieuwe flat.
Een kat in huis zou toch wel heel fijn zijn.
Je besluit het asiel te bezoeken.
Josefien 37/ Jozef
Werkt als vrijwilligster in het dierenasiel.
In de coronatijd hebben veel mensen een huisdier geadopteerd en vervolgens gedumpt. Dit is jou niet in de koude kleren gaan zitten.
Elke mogelijke adoptant moet jouw (niet altijd even tactvolle) vragenvuur ondergaan.
Setting:
Op woensdagmiddag heeft Franciska een afspraak in het dierenasiel om bij de aanwezig katten te kijken.
Persoon 1, jij bent een tijdje geleden gediagnostiseerd met een chronische ziekte en hebt nog maar een korte tijd te leven. Jij hebt een bucket list gemaakt, maar ook een lijst met dingen waar je spijt van hebt.
Een van de dingen is dat je de partner van je zoon verguisd hebt omdat die niet van een rijke familie afkomstig is zoals jullie zelf, hierna heeft je zoon het contact met jullie verbroken. Je hebt je zoon gevraagd om vergiffenis. Die heeft gezegd dat je eerst moet laten blijken dat zijn partner accepteert.
Je hebt persoon 2, de partner van je zoon, dan ook uitgenodigd voor de thee.
Persoon 1, jij bent na 15 jaar trouwe dienst zojuist plotseling ontslagen. Je hebt je werk altijd met veel plezier gedaan en je ontslag zag je totaal niet aankomen. Er lijkt ook een niet duidelijk aanwijsbare reden te zijn.
Persoon 2, jij hebt zojuist persoon 1 moeten ontslaan. Aangezien persoon 1 ontroostbaar was, biedt je aan met hem/haar mee het pand uit te lopen.
Jullie staan samen in lift wanneer deze plots vast komt te zitten.
A en B, jullie zijn een brandweerstelletje.
A, jij bent een fanatieke sporter die bijna dagelijks traint in de sportschool, of in jullie eigen huis-gym boven.
B, na een aantal incidenten ben jij het wat rustiger aan gaan doen en dat bevalt wel. Jullie hebben vorige week een trainingsvakantie in Noorwegen geboekt.
Jullie vertrekken morgen.
Persoon 1, jij bent een aantal jaar terug opgepakt en berecht voor poging tot doodslag broer. Na een ruzie heb je geprobeerd over hem heen te rijden. Hij overleefde dat, maar zit sindsdien in een rolstoel. Kort nadat je de gevangenis in ging ben je vader/moeder geworden van een zoon. Je hebt hem echter nog nooit gezien omdat je partner hem niet meeneemt naar bezoeken. Je bent sinds 2 jaar in behandeling en krijgt TBS.
Vanwege goed gedrag heb je gisteren verlof gekregen en mocht je een tijdje naar huis. Vanmorgen besloot je dat je je zoon wilde zien en heb je je enkelband afgeknipt.
Persoon 2, jij bent ingelicht door de politie dat je partner onderweg is. Je hebt opdracht gekregen het bezoek zo lang mogelijk te rekken zodat ze hem kunnen oppakken bij jou thuis. Je zoon is meegenomen door je moeder en is daar veilig.
Jullie zijn broers/zussen. Samen met andere broer Leo zijn jullie hecht, maar zoals tussen veel broers en zussen is er ook af en toe wat gekibbel en geroddel. Dat was vroeger thuis al zo, en nu jullie allemaal volwassenen zijn nog steeds. Niet met en niet zonder elkaar kunnen jullie.
A, jij bent aan het verhuizen. Naar De Vijfhoek, de nieuwbouwwijk van Deventer.
B, jij en je andere broer begrijpen daar niks van en roddelen daar via WhatsApp aardig over. Zoals dat A daar als net-niet-geslaagde carrièremaker toch aardig past met zijn burgerlijke middenklasser auto.
B, jij hebt beloofd om vandaag te helpen met klussen in het nieuwe huis van A. Nog tot vlak voor je vertrok appte je met Leo. Iets over of je met al die identieke twee halen 1 betalen schuttingtuintjes je wel het goede huis zou kunnen vinden. En nu, terwijl je aanbelt bij A, realiseer je je dat je die app niet naar Leo, maar naar A hebt gestuurd.
Jullie zijn partners die in Deventer een klein maar kwalitatief goed restaurant runnen. Na de tijd van Corona willen jullie weer vol gas goed eten verzorgen en een vol restaurant hebben. Jullie hebben een goede shift gedraaid maar helaas zijn er ook drie keer borden terug gestuurd naar de keuken. Te zout, te flauw te pittig.
Kok, na de kerst heb je waarschijnlijk Corona gehad, maar tot op heden ben je je smaak kwijt.
Partner, jij snapt niet wat er aan de hand is en waarom er borden terug komen.