Jullie zijn gestationeerd op de Belgische Koning Boudewijnbasis op de Zuidpool.
Jules, jouw specialisatie is aardmagnetisme en Robin, jij bent een expert in de stratosfeer en de ozonlaag. Jullie zijn sinds september werkzaam op de basis en nu in maart loopt de “zomer” ten einde en wordt het steeds moeilijker om buiten te zijn.
Vandaag hebben jullie een vrije dag en hebben besloten samen een laatste tocht naar de pinguïn-kolonie te maken, 2 kilometer verderop. Op de terugweg, als het alweer donker wordt, is Jules gestruikeld en kan niet meer lopen. Dat is beroerd, want jij bent de enige van de twee die de slee goed weet te sturen. Robin, jij probeert met je walkietalkie de basis te bereiken, maar de accu heeft nog maar 1 streepje.
Het zwart van de grillige takken steekt rauw af tegen het nachtelijke blauw. De maan staat in het eerste kwartier en wordt geplaagd door een voorbij schuivende wolk. Hier en daar is er nog een oranje of rode streep zonlicht te zien. Al snel zal de dag verleden zijn en de nacht het heden. De Poolster schijnt al fel. De eerste lantarenpalen flitsen aan, eerst nog met blauwig licht dat snel over zal graag in oranje/geel.
Lees verder “Geel door de nacht”
Jullie zijn de Kerstman en Robin, een elf.
Robin, jij bent een jonge, bevlogen elf die met lede ogen aanziet hoe de Noordpool steeds kleiner wordt door de opwarming.
Kerstman, jij bent een oude witte man die denkt ‘na ons de zondvloed’ en de speelgoedfabriek gewoon nog ouderwets met een dieselaggregaat aanstuurt, want hoe kom je anders aan voldoende stroom?
Vandaag zien jullie hoe er een grote scheur in het ijs steeds dichterbij de fabriek komt
Het buurthuis ligt midden in deze volkswijk. Mensen zitten voor hun huizen op kratjes bier. Het grof vuil wordt doorzocht door manke Henk. Ze zeggen dat hij in het leger heeft gezeten. Maar niemand weet het zeker. De huizen zijn verouderd omdat de woningbouw nooit geld heeft om het op te knappen.
Lees verder “Buurthuis het rode plein”
Jules, je hangt voor de buis. Onrustig. Moe. Verdrietig. Een vreemde angst draait om je heen.
Robin, je bent de geest van de partner van Jules. Je kunt het huis niet verlaten en wacht tot je bevrijd wordt. Tot Jules je loslaat.
In de kamer hiernaast begint jullie dochtertje weer te huilen.
Het kind slaapt nét. Eindelijk. Elk geluidje kan ‘m weer wakker maken. Hij sliep zo moeilijk omdat-ie haarfijn aanvoelt dat jullie al de hele avond kwaad zijn op elkaar en geen woord met elkaar gewisseld hebben. Naar hem poeslief, maar tegen elkaar: niets. Geen woord. Het verlangen is er wel, maar jullie zijn allebei te koppig om als eerste te beginnen. En dat blijft zo. De hele avond.
Wat vanavond wél moet gebeuren is dat de huiskamer nou eindelijk eens ingericht wordt na de verhuizing vorige week, want morgen komen de ouders op visite. Gelukkig is de drank al wel uitgepakt. Uiteraard.
Jullie zijn op de werf aan het schuren aan jullie kajuitbootje waarmee je al 20 jaar over de Friese wateren hebt gevaren, heel veel met de kinderen, nu weer met z’n tweetjes. Jullie zien dat door het vele schuren het hout erg dun is geworden.
Jules: jou komt het varen je zo langzamerhand de neus uit. Je wilt met de trein naar Budapest, Kroatië, maakt niet uit. Desnoods alleen of met je zoon
Robin: jij hebt al een aanbetaling gedaan voor een nieuwe boot, alleen weet Jules dat nog niet
Eigenlijk zijn jullie verliefd op elkaar, maar tot nu toe hebben jullie dit geen van beiden laten blijken.
Robin, jij bent afdelingshoofd en je staat op het punt Jules te ontslaan, omdat je vermoedt dat er een onhoudbare situatie gaat ontstaan. Je hebt er wel heel veel moeite mee, maar het kan niet anders
Jules, jij weet dat Robin richting het hogere management een iets te rooskleurig beeld heeft geschept van de winstcijfers van de afdeling. Dat weet je, omdat jullie dat samen bekokstoofd hebben.
Jullie staan bij de printer. Er zit een blaadje vast.
Het is 3 uur ‘s nachts als je beneden gestommel hoort. Snel zoek je naar iets wat op een wapen lijkt en even later duw je met de stofzuigerslang in de aanslag voorzichtig de keukendeur open. De tafel ligt al vol met spullen en op dat moment komt een hoodie door de huiskamerdeur naar binnen en blijft verbijsterd staan. 10 seconden kijken jullie elkaar verbijsterd aan. Robin!!? Jules?!?
A, jij bent de wolf. Je hebt het huisje van de zeven geitjes binnen weten te dringen met meel op je poten en ingeslikte zeep. You know the drill. De afgelopen 20 minuten ben je bezig geweest om 3 geitjes te verorberen.
B. Jij bent het vierde geitje dat op het menu staat. Je zit vastgebonden aan de verwarming, maar hebt al het grootste deel van het touw weten door te slijten.
Wolf, eigenlijk zit je al helemaal vol terwijl je op weer zo’n mekker afloopt. Wat is dit toch een zwaar leven.