Eigenlijk zijn jullie verliefd op elkaar, maar tot nu toe hebben jullie dit geen van beiden laten blijken.
Robin, jij bent afdelingshoofd en je staat op het punt Jules te ontslaan, omdat je vermoedt dat er een onhoudbare situatie gaat ontstaan. Je hebt er wel heel veel moeite mee, maar het kan niet anders
Jules, jij weet dat Robin richting het hogere management een iets te rooskleurig beeld heeft geschept van de winstcijfers van de afdeling. Dat weet je, omdat jullie dat samen bekokstoofd hebben.
Jullie staan bij de printer. Er zit een blaadje vast.
Een humoristisch nachtgasten verhaal met een sprookjesachtig sausje.
Jullie zijn Sneeuwwitje en 3 dwergen. Jullie zijn gepensioneerd. Jullie hebben de mijn achtergelaten. Hij was leeg en jullie zijn toch al schathemeltjerijk genoeg. Al het gedolven goud ligt in een grote kluis het Goudhok en elk jaar op 2 februari halen jullie het goud uit de Goudhok dat nodig is voor het komende jaar. Deze dag noemen jullie Goudhok Dag.
Lees verder “Sneeuwwitje en 3 dwergen”
Het was 2.05 toen de eerste explosie op nummer 5 door de nacht knalde. Dit was duidelijk geen vuurwerk. De tweede explosie op nummer 7 volgde een minuut daarna. Zo snel als jullie konden haastten jullie je richting de straat, elk uit je eigen huis. Buiten zagen jullie de vlammen uit de huizen van jullie buren, nummer 5 en 7 al uit de ramen opstijgen.
Lees verder “Buren”
Daar zitten jullie dan, in een stacaravan op een lege camping in Zwitserland. Tussen jullie in de doos met juwelen van onschatbare waarde die uit het Louvre zijn gestolen. Jullie hadden het idee al 2 jaar, maar eigenlijk kon je nooit denken aan de tijd ná de roof. Maar nu is het dan zover en het is gewoon gelukt. Voldoening en ongeloof vechten om aandacht Lees verder “Het Louvre”
Jules, je hangt voor de buis. Onrustig. Moe. Verdrietig. Een vreemde angst draait om je heen.
Robin, je bent de geest van de partner van Jules. Je kunt het huis niet verlaten en wacht tot je bevrijd wordt. Tot Jules je loslaat.
In de kamer hiernaast begint jullie dochtertje weer te huilen.
Het kind slaapt nét. Eindelijk. Elk geluidje kan ‘m weer wakker maken. Hij sliep zo moeilijk omdat-ie haarfijn aanvoelt dat jullie al de hele avond kwaad zijn op elkaar en geen woord met elkaar gewisseld hebben. Naar hem poeslief, maar tegen elkaar: niets. Geen woord. Het verlangen is er wel, maar jullie zijn allebei te koppig om als eerste te beginnen. En dat blijft zo. De hele avond.
Wat vanavond wél moet gebeuren is dat de huiskamer nou eindelijk eens ingericht wordt na de verhuizing vorige week, want morgen komen de ouders op visite. Gelukkig is de drank al wel uitgepakt. Uiteraard.
Het buurthuis ligt midden in deze volkswijk. Mensen zitten voor hun huizen op kratjes bier. Het grof vuil wordt doorzocht door manke Henk. Ze zeggen dat hij in het leger heeft gezeten. Maar niemand weet het zeker. De huizen zijn verouderd omdat de woningbouw nooit geld heeft om het op te knappen.
Lees verder “Buurthuis het rode plein”
Jullie zijn bij de wake van jullie vader. De kist staat in de kamer. Deksel open. Straks komt de rest van de familie die jullie al een tijd niet hebben gezien. Eigenlijk hebben jullie wel zin in een familie-reünie. Jullie zijn al een tijdje aan de wijn
Jules is kunstenaar en heeft het niet breed. Is sentimenteel en wil in het ouderlijk huis gaan wonen, maar kan zich dat eigenlijk niet veroorloven.
Robin daarentegen werkt op de Zuidas en denkt dat er wel een goede prijs is te behalen voor het huis
Het is koningsdag en Jules, jij hebt al de hele dag rondgelopen, lekker gegeten en gedronken totdat Robin op een veel te volle gracht met een auto over jouw voet heen reed. Jullie zitten bij de eerste hulp te wachten tot je eindelijk geholpen wordt
Het jaar is 1894.
De industrialisatie is in volle gang. In de hele wereld worden de meest bizarre uitvindingen gedaan die de hele maatschappij op z’n kop zetten. Schrijvers als Jules Verne vertonen nog meer fantasie en schrijven over reizen naar de maan, onderzeeboten, alles is mogelijk
Lees verder “Tijdreizigers”